Home

Wij zijn misschien niet in Poetin geïnteresseerd – hij wel in ons

Oorlogsdreiging Botweg negeren wat er in de rest van de wereld gebeurt, is voor ons West-Europeanen geen optie meer, vindt Joris Luyendijk. De vijand staat al lang binnen de poorten. Zelf leverde hij zijn perskaart in om Oekraïne te kunnen helpen.

Schade in het Oekraïense Odesa na een Russische drone-aanval.

Bij een groot bedrijf in Hoofddorp sta ik tegenover de organisator van het symposium waar ik zo een lezing ga geven over diversiteit en inclusie vanuit het perspectief van mannen die zelf niet kunnen weten hoe discriminatie voelt.

Joris Luyendijk is schrijver en werkte dertig jaar als journalist.

Ik heb er net een reis opzitten van dik 36 uur. Eerst met de nachttrein uit Dnipro in Oost-Oekraïne naar Kyiv, dan de hele dag per auto naar Krakau in Polen, om die ochtend in alle vroegte naar Amsterdam te vliegen.

Hoe dat zo, vraagt de organisator, en daar komt mijn riedel: als Oekraïne valt, vernietigt een dictatuur ongestraft een democratie, in Europa. Oekraïne vecht niet alleen voor de eigen vrijheid en onafhankelijkheid. Het houdt de Russen voor ons tegen, zodat het front daar blijft. Daarom probeer ik te helpen, bijvoorbeeld door fondsen te werven voor generatoren en die naar Oekraïne te brengen.

„Dat kan ik volgen”, knikt de organisator. „Trouwens. Gebruik jij dadelijk slides?”

Ik snap hem wel. Voor zijn bedrijf is dit een belangrijk symposium. Als ik toch slides heb voor mijn presentatie, moet hij dat weten. Tegelijk voel ik mij op zo’n moment best geïsoleerd; sociaal, emotioneel, en uiteindelijk existentieel.

Je hoort vaak dat dit geen tijdperk van verandering is, maar een verandering van tijdperk. Zo ervaar ik dat inderdaad. De tijd waarin mijn zelf-, mens- en wereldbeeld ontstonden en waar ik me na 54 levensjaren zo thuis voelde, is ten einde.

Nog maar dertig jaar terug leken onze rechtsstaat, democratie en vrijheid vanzelfsprekend dat we de geschiedenis maar ten einde verklaarden. Elk land, schreven verveelde Westerse commentatoren, wil nu toch worden zoals Denemarken? Heel wat landen niet, zo blijkt.

Intussen zaait Amerika actief twijfel over de eigen veiligheidsgaranties aan Europa, liggen we technologisch aan het infuus bij onbetrouwbare Amerikaanse techreuzen en heeft Rusland het agressief imperialisme weer omarmd. Dagelijks wordt vanuit Rusland en ook China de infrastructuur van ons land gebombardeerd of geplunderd. Maar dan via cyberaanvallen, die geen spectaculaire beelden van dood en brand opleveren. Zo kunnen burgers, media en politici ze vooralsnog negeren of bagatelliseren.

Hoe verhoud je je tot deze nieuwe wereld?

Hoe vaak ik niet hoor dat een landgenoot of dierbare – met alle juiste diploma’s aan de muur, ‘kwaliteitskrant’ op de leestafel – de urgent noodzakelijke inspanningen ter verdediging van ons aller vrijheid en rechtsstaat opvat als een soort lifestyle-keuze. De één is in de ban van gefermenteerd voedsel, de ander zweert bij die helemaal te gekke nieuwe vorm van meditatie uit Zuid-Bhutan, weer een ander helpt Oekraïne. Zo doet iedereen zijn ding. Vrijheid blijheid.

Behalve dat die vrijheid zelf dus op de tocht staat. De periode waarin wij in ons oppermachtige eurocentrisme zelf onze vijanden uitkozen en de rest van de wereld botweg konden negeren, is afgelopen. Nederlanders zijn misschien niet in het regime van Poetin geïnteresseerd, maar Poetin is dat wel in ons. Lees de rapporten van inlichtingendiensten over Russische intimidatie, sabotage en inmenging er maar op na.

De vijand staat al lang binnen de poorten. Maar zeg dit hardop, en mensen sputteren. ‘Ik verzet me tegen dit soort ongenuanceerd vijanddenken’, hoor ik dan, vaak gevolgd door een pleidooi om er met Poetin ‘samen uit te komen’. Maar geopolitiek is niet het poldermodel, en Poetin is niet de FNV met een onredelijke looneis.

Goed doorvoede zwerfhonden

Aan het front in Oekraïne heb je veel zwerfhonden, omdat hun baasjes zijn gevlucht of gedood. Die zijn opvallend goed doorvoed, en de meest aannemelijke verklaring is dat ze zich voeden met dode Russische militairen. Het Russische leger haalt namelijk de lichamen van de eigen gesneuvelden vaak niet terug – dan kun je doen alsof de soldaat is gedeserteerd en hoeft je de beloofde overlijdensuitkering niet te betalen.

Waarom zouden we geloven dat iemand die zo omgaat met de jongens en mannen die in zijn oorlog gestorven zijn, zich wel aan zijn afspraken met ons gaat houden? Bij een dictator werkt maar één ding en dat is afschrikking.

Ik was zelf ook laat. Pas toen vorig jaar Trump werd herkozen en de bestormers van het Capitool gratie kregen, zag ik het monster in de bek. Als wij militair en technologisch volledig afhankelijk zijn van een land waar één van de twee politieke partijen niet langer gelooft in de rechtsstaat, dan is voortaan alles anders.

Het eerste half jaar probeerde ik in essays en podcasts anderen te overtuigen. Tot ik vorig jaar zomer mee kon met een konvooi van Protect Ukraine. Dit is een van een tiental grote en kleinere organisaties van vrijwilligers in Nederland die fondsen werft en spullen levert aan een waaier van organisaties en legereenheden in Oekraïne.

Zijn ‘vlammende betogen’ in essays of podcasts genoeg, in oorlogstijd? Met die vraag kwam ik terug van die eerste reis naar Oekraïne. Als ik werkelijk geloof dat deze strijd existentieel is, maar ik doe niks anders dan dit hardop zeggen, hoe ver gaat dit besef dan werkelijk? Als ik zelf onderzoek doe, hecht ik ook veel meer waarde aan wat mensen concreet doen, dan wat ze allemaal beweren.

Zo kwam het dat ik na dertig jaar mijn perskaart heb ingeleverd en niet langer werk als journalist – die moeten immers met een open blik en onpartijdig informatie verzamelen en deze zo neutraal mogelijk presenteren zodat het publiek maar ook rechters en bestuurders ervan op aan kunnen dat ze niet heimelijk richting een politiek standpunt of ideologie worden gemanipuleerd.

Als journalist-af kan ik nu zelf geld aan Oekraïne doneren. En ik kan openlijk fondsen werven.

Zo mocht ik vorige maand in het Amsterdamse debatcentrum Pakhuis de Zwijger praten over oorlog en Europa, toegang gratis. Ik zie bij zo’n lezing af van een honorarium, en vraag ter besluit van de avond de zaal om via een QR-code op het scherm wat te geven. In dit geval wierven we voor het Oekraïense journalistencollectief Frontliner, dat zit te springen om een dronedetector, EHBO-kits en tourniquets tegen slagaderlijke bloedingen en brillen die je ogen beschermen bij explosies en raketinslagen. Duizend euro kost dat alles bij elkaar.

Ik was nog niet uitgesproken of we waren met zijn allen al door de duizend euro heen. Inmiddels zitten we op circa twaalfduizend euro. De soldij van een soldaat in Oekraïne is duizend euro per maand.

Wat mij het meest bijbleef in Pakhuis de Zwijger: de sfeer waarin de zaal leegliep. Ja, we hadden een avond lang hardop onderzocht hoeveel er wel niet nodig is tegen Rusland, Trump en Silicon Valley, hoe belangrijk dit is en hoe moeilijk het wordt. Maar we hadden ook een steentje bijgedragen aan de strijd en met dat gevoel ging iedereen naar huis. Alarmisme zonder handelingsperspectief voedt apathie en hulpeloosheid. Maar samen de schouders eronder lijkt ons iets te brengen dat schaars is geworden: een wij-gevoel.

Iedereen in Nederland kan wat doen. Zoek online een aansprekend doel en vraag voor je verjaardag of moederdag een donatie. Organiseer een benefiet op je werk. Ga de volgende keer met je vrienden niet naar een restaurant maar kook voor ze, en maak het uitgespaarde geld over. Zeur net zo lang bij je leidinggevende totdat je werk van Amerikaanse technologie afstapt. Isoleer je huis zodat we fossiel minder afhankelijk worden van antidemocratische regimes. Of isoleer het clubhuis van je sportvereniging. Want zoiets doe je samen met anderen.

Leven van frustratie en pijn

Ik dacht altijd dat je zelf juist meer gaat lijden, als je probeert het lijden van anderen te verminderen. Je komt dan immers veel dichter bij de ellende. Zoals je ook dichter bij de bron van je angst komt wanneer je het gevaar niet langer ontkent, maar actief probeert te bestrijden. Wacht dan niet een leven van frustratie, zorg en pijn?

Op die eerste reis met Protect Ukraine bezocht ik een begrafenis plus herdenking bij het militaire kerkhof midden in Lviv. Keurig aangelegde graven, met een foto en vaak eigendommen van de gesneuvelden. Naast ieder graf was een bankje bevestigd, en daarop zaten voor de herdenking honderden, nee, duizenden rouwende moeders en vaders, hun ruggen vaak kromgetrokken van al het verdriet. Dan de echtgenotes, al dan niet met kinderen, soms te jong om te begrijpen waar ze zijn.

Het knijpt mijn keel dicht, ook nu weer terwijl dit schrijf. Zoveel pijn, samengebald als een vuist, vol in de maag. Dit is het lijden van anderen, en hoe dichter je daarop zit, hoe meer je ervan voelt. Dan is er ook nog de angst: zit ik in Nederland straks ook op zo’n bankje wezenloos naar de foto van mijn gesneuvelde kind te staren? Of andersom, dat mijn kinderen straks rond een foto en wat persoonlijke eigendommen van mij zitten. Want ook mannen van mijn leeftijd moeten in Oekraine naar het front.

Wat ik als neutrale journalist en beschouwer nooit voorzag, is wat tegelijk met alle ellende en angst ontstaat. Dat is, bij gebrek aan een beter woord, verbinding. Het was zo bijzonder om achteraf met andere leden van het konvooi onze gevoelens van verstikkende onmacht te kunnen delen.

Bij mijn tweede reis begin april stonden we aan de Pools-Oekraïense grens een paar uur stil: het papierwerk van de auto voor ons klopte niet. We stapten uit en gingen maar praatjes maken met een stel Letten, Engelsen en Schotten die militair spul en hulgoederen kwamen brengen. En steeds die herkenning: wij zijn allemaal Europeanen en dit is onze strijd.

Nog sterker voelde ik deze klik met de andere leden van het Hope4Ukraine-konvooi waarin ik ditmaal mee reed: mannen en een vrouw van ergens in de twintig uit de bible belt, die vanuit hun kerk steun aan Oekraïne organiseren. Anders dan ik waren zij praktisch opgeleid en stevig gelovig.

In het dagelijks leven werkten ze in de bouw en nu waren ze al voor de tweede, derde of zelfs vierde keer op weg naar Irpin, een grotendeels verwoeste voorstad van Kyiv, om daar gebouwen te herstellen en een traumacentrum op te trekken. Al voor achten waren ze iedere ochtend aan het werk. Ook wanneer het regende dat het goot.

Hoe zou ik als progressief stemmende, universitair geschoolde Amsterdammer met een voorliefde voor flat whites ooit met deze landgenoten in contact zijn gekomen? De politieke partijen die aan hen appelleren, zijn in de gemeenteraad van mijn stad niet eens vertegenwoordigd.

Strand in Spanje

Wachtend aan de grens met Oekraïne ging het helemaal niet over onze verschillen. Het ging over wat we delen, namelijk ons geschonden rechtvaardigheidsgevoel, solidariteit en het besef dat Oekraïne nu het schild van Europa is. De jongeren hadden net als ik ook op een strand in Spanje kunnen gaan liggen. Dat we allen offers brengen voor Oekraïne, schiep een diepe band.

Even later trof ik in Kyiv Sytske de Boer van Stichting Diel/Vrienden van Oekraïne, weer een andere groep idealisten die al vier jaar fondsen werft en hulpmaterialen levert aan Oekraïnese legereenheden. We reden naar Kharkiv, Zaporizja en uiteindelijk Dnipro en spraken vier lange dagen met een dronepilote van begin twintig die al duizenden Russen heeft moeten doden, met bouwers en gebruikers van grondrobots, met een psycholoog die rekruten mentaal klaarstoomt voor het front, met commando’s, en met beroepssoldaten uit Europa die in Oekraïne in praktijk brengen wat ze thuis alleen mogen oefenen.

Het was uitputtend, niet altijd zonder gevaar en soms extreem aangrijpend. Maar waar ik me vroeger, als correspondent in het Midden-Oosten voor onder meer deze krant, na een dag vol leed, angst en onrechtvaardigheid vaak erg alleen en leeg voelde op mijn hotelkamer, kon ik dit nu delen met mensen die er net als ik iets aan proberen te doen.

Als je deel uitmaakt van een hoogopgeleide, NRC lezende elite, word je al snel goed in nuanceren en becommentariëren. Ik heb er een hele carrière op gebouwd. Maar mijn antwoord op de vraag hoe we ons kunnen verhouden tot een wereld waarin onze vrijheid en veiligheid weer moeten worden bevochten, luidt nu: minder bespiegelen, meer doen.

Het honorarium voor dit artikel is gedoneerd aan Vrienden van Oekraïne/Stichting Diel.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next