Hoe turbulent de wereld ook is, één ding lijkt zeker: de Veldhovense chipmachinefabrikant ASML groeit en groeit en wordt rijker en rijker. Maar concurrentie ligt op de loer, weet CEO Christophe Fouquet, ‘nu de hele wereld inziet hoe belangrijk deze technologie is’.
is economieredacteur van de Volkskrant en schrijft over technologie. Hij volgt ASML nauwgezet.
Als Christophe Fouquet even wil loskomen van de hypertechnische wereld van ASML, met zijn kamervullende lasermachines, hoogenergetische uv-licht en minuscule transistors, kent hij geen betere uitvlucht dan opera.
Als hij gaat – de laatste keer was Tristan und Isolde van Wagner, in februari – koopt hij doorgaans vier kaartjes. ‘Twee voor mijn vrouw en mijzelf, en twee voor vrienden die we uitnodigen om kennis met opera te maken.’ Veel mensen hebben het beeld dat opera saai of intimiderend is. Dat zet hij graag recht.
De 53-jarige CEO van ASML is een kunstliefhebber, en opera, zo zegt hij, is ‘kunst die tot leven komt’. ‘Iedere keer wordt het meesterwerk opnieuw gecreëerd. Honderden mensen, van zangers en muzikanten tot de kostuumontwerpers, hebben maanden- of zelfs jarenlang samengewerkt om het tot stand te laten komen. Iedereen geeft op zo’n avond al zijn energie, emotie en geduld om het perfect te maken. En dat is het dan ook.’
Daar ziet hij toch overeenkomsten met de Veldhovense chipmachinefabrikant die zijn dagelijks leven domineert. ‘Het draait in beide gevallen om een nauwe samenwerking van heel veel hardwerkende, gepassioneerde mensen. Valt bij ons een cruciale toeleverancier weg, dan stort het geheel in. Ik denk dat onze High NA EUV-machine ook een meesterwerk is, zij het op een heel andere manier.’
Dat kun je afdoen als holle praat van een CEO die zijn eigen waar aanprijst. Maar helemaal uit de lucht gegrepen is de vergelijking van ASML’s paradepaardje met Wagners klassieker ook weer niet.
ASML is onmiskenbaar de meester van de lithografie, wat zoveel betekent als lijntjes krassen met licht, een stap in de productie van computerchips. De stadsbusgrote machine waar Fouquet op doelt, voert een indrukwekkende dans met de natuurkunde uit. In haar binnenste worden per seconde tienduizenden druppeltjes tin met een laser beschoten. Het ultraviolette licht dat hierdoor opflitst, wordt door de gladste spiegels op aarde in goede banen geleid.
Geen enkel ander bedrijf ter wereld kan iets vergelijkbaars bouwen. Chipfabrikanten wereldwijd kunnen niet zonder machines van ASML om geavanceerde chips te maken voor smartphones, AI-chatbots, medische apparatuur, wapens, auto’s en ga zo maar door. Een uitzonderlijk monopolie. Van Washington tot Beijing en van Taipei tot Seoul weten ze precies waar Veldhoven ligt.
Over dat bedrijf heeft Fouquet nu dus net twee jaar de leiding. De rijzige Franse ingenieur werkt er sinds 2008 en woont met zijn gezin in het nabijgelegen dorpje Waalre. Vanuit zijn kantoor kijkt hij uit over de campus vol speciale stofvrije ruimtes waar de complexe machines in elkaar worden gezet. Vanwege de eeuwige uitbreidingen is er altijd wel ergens een hijskraan in de weer boven zanderige bouwgrond.
Als je hem zo ziet zitten aan zijn lange vergadertafel, ontspannen achteroverleunend en immer vriendelijk glimlachend, zou je kunnen denken: wie doet hem wat? De miljarden klotsen tegen de plinten. Er lijkt niets dan groei in het vat te zitten, nu de wereld hongert naar steeds meer chips. Een honger die nog eens is aangezwengeld door kunstmatige intelligentie.
‘Je zou dat inderdaad kunnen denken’, beaamt Fouquet, in het Engels met Franse tongval. ‘En dat is een risico voor ons.’
ASML oogt technologisch ongenaakbaar, ‘maar geloof me, dat is allesbehalve vanzelfsprekend’. Chipbedrijven zijn in een permanente wedloop verwikkeld om almaar meer piepkleine onderdeeltjes op piepkleine oppervlakten te kunnen proppen, legt hij uit, om chips efficiënter en sneller te maken. Wie technologisch achteropraakt, zinkt af. Kijk je op een tijdschaal van tien, vijftien jaar, ‘dan is ons succes zeer, zeer fragiel. We moeten steeds met nieuwe ideeën blijven komen.’
Er staat veel op het spel. Voor de regio Eindhoven, die economisch zwaar op het bedrijf leunt en waar de herinneringen aan de inkrimping van de vorige plaatselijke gigant, Philips, nog levendig zijn. En voor de aandeelhouders die uiteindelijk de baas zijn, en voor wie ASML is uitgegroeid tot een cashcow van jewelste.
Aan de horizon doemen al concurrenten op. Het Chinese staatsapparaat, verstoken van geavanceerde chipmachines als gevolg van westerse exportbeperkingen, zet alles op alles om ze na te bouwen en schuwt daarbij bedrijfsspionage niet. In de Verenigde Staten duiken start-ups als xLight en Substrate op, die sleutelen aan alternatieven voor ASML-technologie, medegefinancierd door de Amerikaanse overheid. Het Japanse Canon, decennialang een geduchte concurrent maar na de millenniumwissel op achterstand beland, zint op een comeback.
Kunnen deze concurrenten ASML op de lange termijn van de troon stoten?
‘Ze laten zien dat de hele wereld inmiddels inziet hoe belangrijk deze technologie is. De tijd is voorbij dat zowat niemand wist wat lithografie is. Landen voelen zich onveilig als ze er geen toegang toe hebben, omdat het cruciaal is voor AI of wat voor toepassing op basis van chips dan ook.
‘Voor ons verhoogt dit de druk om te blijven innoveren. We gaven vorig jaar niet voor niks 4,7 miljard euro uit aan R&D (Research & Development, red.). Dat gaat goed, ik maak me niet direct zorgen over de zaken die anderen nu ontwikkelen.
‘Maar we moeten er ook voor zorgen dat iedereen er comfortabel mee is dat ASML zo’n belangrijke positie inneemt. We mogen onze positie nooit uitbuiten, door onze prijs zomaar omhoog te gooien of innovatie te laten versloffen, anders zullen klanten eerder alternatieven proberen te vinden. Daarom steken we zoveel tijd in het winnen van vertrouwen van klanten en regeringen. Vorig jaar waren we nog in India, dat een grotere rol wil spelen in de chipindustrie, om ze duidelijk te maken dat wij er voor ze zullen zijn.’
Op de korte termijn heeft hij meer te duchten van de Amerikaanse regering, die de Chinese chipindustrie op achterstand wil houden. Het was Washington dat bij de Nederlandse regering afdwong dat ASML geen EUV-machines, de meest geavanceerde soort, naar China mag exporteren. Onder Amerikaanse druk heeft Nederland de lijst met machines die China niet mag hebben de afgelopen jaren verder uitgebreid.
In een poging nieuwe exportverboden af te wenden, voert het bedrijf een stevige lobby. ‘Ik was heel dankbaar dat Rob Jetten een paar dagen nadat hij als premier was aangetreden al tijd voor ons maakte’, zegt Fouquet. Jetten noemde voorafgaand aan zijn bezoek aan Donald Trump in april de dreiging van nieuwe exportbeperkingen ‘een van de belangrijkste redenen’ om naar Washington te reizen.
Want de druk is niet van de ketel. Met een vorige maand ingediend wetsvoorstel koersen zowel Democratische als Republikeinse Congresleden aan op exportverboden voor nog meer chipmachines, onder meer van ASML. Dit keer desnoods onder dwang, als Nederland niet meewerkt. Washington heeft die macht omdat praktisch alle westerse chipbedrijven onderdelen en software uit de VS halen. Of het bezoek van Jetten vruchten afwerpt, moet nog blijken.
Waarom bent u kritisch op verdere exportrestricties naar China?
‘Ik begrijp het idee dat het Westen een technologische voorsprong heeft die het wil behouden. Het is duidelijk dat je zonder EUV geen geavanceerde chips kunt maken, en dat dit een effectieve manier is om een voorsprong op China te behouden. Maar nu wordt er gesproken over apparaten die al meer dan tien jaar geleden zijn ontwikkeld. Het is veel minder helder hoe effectief het is als je China de toegang daartoe ontzegt.
‘Onze zorg is dat dit vooral een uitnodiging aan China zal zijn om heel snel concurrenten uit de grond te stampen. Die kunnen op de langere termijn ook proberen hun technologie te verkopen in landen waar wij nu leidend zijn.’
Toen Trump zinspeelde op een inname van Groenland, klonken er oproepen dat Nederland in dat geval maar moest stoppen met het leveren van ASML-machines aan de VS. Hoe viel dat bij u?
‘Die oproepen waren misschien wat opportunistisch. Veel mensen vergeten dat we 20 procent van de onderdelen van onze EUV-machines in de VS bouwen, dus het ligt complexer. Maar je ziet dat iedereen zijn economische troeven probeert uit te spelen, zoals met zeldzame aardmetalen (waarvan China vorig jaar de export aan banden legde in het handelsconflict met de VS, red.).
‘In zo’n wereld is het een groot risico als je zelf niets in huis hebt. Onze chipindustrie is vrij klein, al jaren gaat slechts 1, 2 of 3 procent van onze machines naar Europese klanten. Zonde. Het maakt Europa strategisch afhankelijk.’
Fouquet heeft het tij mee met die boodschap. De Europese Unie heeft ‘strategische onmisbaarheid’ tot doel verheven en wil bedrijven stimuleren die unieke chiptechnologie maken, zodat de rest van de wereld niet om Europa heen kan.
ASML is het schoolvoorbeeld. Zo lijkt China de ernstig verzuurde verhoudingen met Nederland te willen normaliseren na het conflict over de chipfabrikant Nexperia, waarover de Chinese eigenaar de controle kwijtraakte na een ingreep van de Nederlandse regering. Volgens de Hongkongse zakenkrant South China Morning Post heeft de toenadering waarschijnlijk te maken met ASML. Gezien de dreigende nieuwe exportrestricties zouden de diplomatieke kanalen met Nederland te belangrijk zijn om op te geven.
Wat Fouquet betreft heeft Europa meer onmisbare techbedrijven nodig om zijn invloed te doen gelden. ‘We need more than one song to play.’
Tegelijkertijd is ASML door zijn geopolitieke belang juist een speelbal van Amerikaanse belangen geworden. Is onmisbaar zijn wel wenselijk?
‘Je kunt het ene niet hebben zonder het andere. Dat onze technologie zo belangrijk is, betekent dat iedereen naar ons luistert. Maar je hebt gelijk, het heeft ook nadelige kanten.’
Hij ervaart uit de eerste hand hoeveel waarde de politiek aan zijn bedrijf hecht. De Nederlandse Rijksoverheid draagt als onderdeel van Project Beethoven 1,7 miljard euro bij aan woningen, wegen en onderwijs, zodat de regio Eindhoven de grootscheepse uitbreiding van ASML aankan. Dit jaar moet de eerste spade nabij Eindhoven Airport de grond in, voor een nieuwe campus waar uiteindelijk maximaal twintigduizend mensen kunnen werken.
‘Ik bemerk echt ambitie in Europa’, zegt Fouquet. Toch vindt hij het niet genoeg. ‘We zijn hier goed in onderzoek en onderwijs, maar niet in het aantrekken en faciliteren van bedrijven. Op dit moment worden ze bij elke stap tegengewerkt door regulering en trage vergunningverlening. Als we zo doorgaan, dan krimpt ons ecosysteem alleen maar verder.’
Zo behoort hij ook tot de techleiders die in Brussel lobbyen voor soepelere AI-regulering. Zelf koestert hij hoge verwachtingen van deze technologie, waar zijn bedrijf zo enorm van profiteert omdat de benodigde chips niet aan te slepen zijn. ‘In Europa kiezen we ervoor om te beginnen met beperkingen. Elke nieuwe technologie kan als bedreiging of als kans worden opgevat, en als je de bedreiging eerst ziet, en dan pas de kans, vertraag je de boel enorm.’
Bij die pleidooien heeft hij een zakelijk belang. Een grotere Europese techsector levert nieuwe klandizie, meer samenwerkingspartners en financieel gezondere toeleveranciers op. ‘Hoe sterker het ecosysteem om ons heen, hoe sterker het bedrijf.’
De ontslagronde die Fouquet begin dit jaar aankondigde, en die veel losmaakt binnen het bedrijf, is volgens hem ook nodig met het oog op de toekomst. ASML schrapt zo’n drieduizend functies. Een deel kan elders aan de slag, maar maximaal zeventienhonderd mensen worden boventallig verklaard. ‘Een van de moeilijkste beslissingen die we ooit hebben genomen.’
Volgens de CEO is de organisatie te complex geworden door een wildgroei van overlegstructuren tijdens de groeispurt van het bedrijf, van 15 duizend naar 44 duizend medewerkers wereldwijd in tien jaar tijd. Ingenieurs krijgen van te veel kanten tegelijkertijd instructies die soms ook nog eens met elkaar in tegenspraak zijn, zegt hij. ‘Een net aangenomen medewerker met een PhD zei: tot nu toe heb ik alleen nog formulieren ingevuld en dat vind ik niks.’
Vandaar dat Fouquet een versimpelingsslag zegt te willen doorvoeren. ‘Het gaat niet om het geld. Eerlijk gezegd is het geld dat we hiermee besparen de pijn van de verandering niet eens waard.’ Want deze reorganisatie valt slecht bij medewerkers en vakbonden.
Het is al sinds maart onrustig: protesterende ASML’ers verzamelden zich tijdens de lunchpauze buiten de campus, stickers met de tekst ‘ik staak nóg niet’ op de kleding geplakt, joelend wanneer een vakbondsleider wees op de miljarden die naar aandeelhouders vloeien. Aanwezigen herkenden de stroperigheid van de organisatie, zeiden ze tegen de Volkskrant, maar vonden dat de bedrijfstop nu een wel heel bot mes hanteert.
De vakbonden onderhandelen met ASML over een sociaal plan. Er lijkt sprake te zijn van toenadering: zo bespeurde de FNV bij de laatste ronde gesprekken een ‘voorzichtige beweging’ van ASML. Toch kan de bond er nog steeds niet bij ‘waarom een financieel sterk bedrijf werknemers vraagt onzekerheid over hun toekomst te accepteren’.
Voor de buitenstaander is het ook gek: een rijk bedrijf, dat nota bene groeit en daarbij veel hulp krijgt van de overheid, wil tegelijkertijd zo veel mensen ontslaan. Hoe rijmt u dit met elkaar?
‘Je kunt alleen mensen behouden als je werk voor ze hebt. We groeien dit jaar harder dan voorzien, dus we zien nog wel kansen om die zeventienhonderd met een paar honderd te verkleinen. Maar dan nog kun je niet iedereen meteen een plek geven, anders ben je banen aan het verzinnen. We bieden mensen die nog een carrière voor zich hebben dan liever echte kansen op een andere plek in de Brainport. Dit hoort bij de flexibiliteit die nodig is om een goed bedrijf te creëren, en een goed ecosysteem.’
In de ogen van Fouquet is dit allemaal – de ontslagen, de enorme uitbreidingen, de steun van de overheid – nodig om aan de top te blijven en het jongste ‘meesterwerk’ nog eens te overtreffen. Hij heeft een meer dan tien jaar omvattend plan klaarliggen voor de uitrol van nieuwe technologieën. Na High NA EUV staat Hyper NA EUV op de rol, nog complexer en preciezer, om de concurrentie nog verder op achterstand te zetten. En als het aan Fouquet ligt, is zelfs die fictieve machine geen eindstation. ‘De hoeveelheid innovatie die nog nodig is, is gigantisch.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant