is verslaggever van de Volkskrant.
De reportage over de natuurbranden in het algemeen en die in de Haagse duinen in het bijzonder, leverde flink wat inzichten op. Hoe ingewikkeld het is om natuurbranden te blussen bijvoorbeeld, door de moeilijke bereikbaarheid en een gebrek aan waterpunten. En dat er basketbalteams zijn met de naam ‘De zwetende heeren’, in deze zwartgeblakerde tijden een detail dat mijn ochtendkoffie behoorlijk opluisterde.
‘Vaak is de directe oorzaak van de branden niet meteen duidelijk’, schreven de verslaggevers ook. Maar de reportage wees alsnog in een bepaalde richting. Een geïnterviewde strandtenteigenaar vertelde dat hij die dag een man had gezien, onder het roet. ‘Erg nerveus, erg verward en duidelijk onder invloed. Die had het waarschijnlijk aangestoken. Een ‘duinbewoner’, denk ik’, aldus de strandtenteigenaar. Dat zijn, zo legden de verslaggevers uit, ‘de daklozen die de Haagse duingebieden bevolken’.
Lezers stoorden zich aan de verdachtmaking, helemaal omdat de passage onder de subkop ‘Daklozen’ stond, waardoor het relaas extra nadruk kreeg. ‘Er wordt ten onrechte een causaal verband gesuggereerd tussen het ontstaan van de brand en mensen zonder vaste verblijfplaats’, schreef een vrouw.
‘Totdat de politie onderzoek heeft verricht naar het ontstaan van de duinbrand is het niet relevant dat een willekeurig persoon een ander willekeurig persoon heeft zien lopen’, schreef een ander. Hij stelde voor het om te draaien: ‘Man ontsnapt verward uit duinbrand: ‘Ik heb onderweg uit de brand een strandtenthouder gezien die een peukje rookte.’’
Dit is niet de eerste keer dat lezers aanstoot nemen aan speculatie in reportages. Eind februari publiceerde de Volkskrant een verhaal over pogingen tot brandstichting bij kerken in Ede, waar het in één week drie keer raak was.
De verslaggever meldde in het verhaal dat voorbijgangers ongevraagd met een profielschets van de dader op de proppen kwamen. ‘Je mag het niet zeggen, maar ik moet meteen aan een moslim denken’, zei een man die anoniem wilde blijven. De verslaggever voegde de disclaimer toe dat er geen bewijs was voor die bewering. Andere Edenaren vermoedden dat een verward persoon achter de brandstichting zat, iets wat later door de burgemeester werd bevestigd nadat een 27-jarige inwoner was opgepakt.
Onderbuikgevoel en vooroordelen, vonden lezers die een klacht mailden, vooral wat betreft het citaat over de moslim. ‘De toevoeging dat er geen bewijs is, doet daar niets aan af’, mailde er een. ‘Het vooroordeel is immers al benoemd en blijft bij de lezer hangen, zonder dat het bijdraagt aan begrip van de feiten of aan waarheidsvinding.’
Voor beide verhalen geldt dat de auteurs de passages niet gedachteloos hebben opgeschreven. In Ede twijfelde de verslaggever of hij het citaat over moslims moest opnemen vanwege de stigmatisering. ‘Die verdenking was immers nergens op gebaseerd’, vandaar ook de disclaimer.
Hij overlegde met de coördinator en kwam tot de conclusie dat het wel een veelzeggende quote was: ‘Mensen spreken nauwelijks nog anderen buiten hun eigen kring. Wij journalisten doen dat wel. Het is ook onze taak om te laten zien hoe snel mensen hun mening klaar hebben, bijvoorbeeld dat een man in een streng christelijke plaats meteen aan moslims denkt.’
De vraag is wel of lezers die boodschap hebben meegekregen. Hoewel de verslaggever benadrukte dat ze ongevraagd met een profielschets kwamen, ging de reportage niet over de vraag of er in de Bijbelgordel al snel naar moslims wordt gewezen als er iets mis is. Daardoor had het citaat iets willekeurigs, de functie was onduidelijk. In die zin kan ik me voorstellen dat lezers er, ondanks de disclaimer, aanstoot aan namen. Het gaat toch om een gemakzuchtige verdachtmaking aan het adres van een groep die al lijdt onder stigmatisering.
Zelf mijdt de Volkskrant ‘stigmatiserende woorden en beelden’, aldus het Stijlboek van de krant, maar het is niet zo dat vooroordelen of xenofobie in citaten verboden zijn. Wie bijvoorbeeld schrijft over extreemrechts, moet ook laten zien wat er in die kringen voor uitspraken rondgaan. Wel moet er heel zorgvuldig mee worden omgesprongen. Belangrijk is om de context te schetsen en lezers duidelijk te maken wat het verhaal beoogt.
Ook in de reportage over de Haagse duinbrand kwam de beschuldiging van de strandtenthouder wat willekeurig over. Zijn relaas over de nerveuze, verwarde man was vaag, maar de conclusie was redelijk stellig: ‘Die had hem waarschijnlijk aangestoken.’
De verslaggevers hebben ook hier stilgestaan bij de vraag of en hoe ze de verdenking moesten brengen. Het verhaal van de strandtenteigenaar is bijvoorbeeld bewust als citaat opgeschreven, zodat duidelijk is dat het zijn versie van de gebeurtenissen is, niet die van de Volkskrant. Ook volgde direct op de passage de mededeling dat de politie nog onderzoek doet.
De auteurs en chef van de binnenlandredactie schatten de strandtenteigenaar in als een belangrijke en betrouwbare bron. Hij heeft al zestien jaar een strandtent en kent de omgeving goed. Ook wilde hij met voor- en achternaam zijn verhaal doen, wat zijn betrouwbaarheid vergroot.
In werkelijkheid was zijn relaas ook niet zo vaag als in de tekst, vertelt een van de verslaggevers. De strandtenteigenaar gaf veel details waaruit op te maken was dat hij ooggetuige was geweest. Die details haalden de krant, om meerdere redenen, niet. De verslaggevers hadden daarvoor ook te weinig ruimte: het verhaal moest niet alleen gaan over de Haagse duinbrand, maar eveneens informatie bevatten over alle natuurbranden die op dat moment woedden in Nederland.
Toch denk ik dat hier duidelijker gekozen had moeten worden. De passage over het ontstaan van de duinbrand zoog alle aandacht naar zich toe, dat gebeurt nu eenmaal bij kwesties van (mogelijke) schuld en daderschap. Zowel voor de strandtenteigenaar zelf als voor de dakloze mensen die hier in het beklaagdenbankje werden geplaatst, was het goed geweest om het relaas beter te stutten. Met meer details, meer uitleg over de situatie van dakloze mensen in de duinen en, waar nodig, meer expliciete voorbehouden.
Ik besef dat dit makkelijk praten is: reportages worden vaak onder grote tijdsdruk geschreven, in korte tijd dienen talloze afwegingen te worden gemaakt. Maar er staat ook wat op het spel: lezers moeten niet het idee krijgen dat de Volkskrant zomaar iemand opvoert, helemaal niet als diegene – al dan niet terecht – wijst naar een gemarginaliseerde groep in de samenleving.
Overigens zal het ontstaan van de Haagse duinbrand vermoedelijk altijd onduidelijk blijven. De politie laat weten dat het onderzoek is afgerond: brandstichting is niet uit te sluiten, maar ook niet te bewijzen.
Ombudsvrouw Loes Reijmer behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de journalistiek van de Volkskrant. U kunt haar per mail bereiken.
Source: Volkskrant