Hongarije Deze zaterdag wordt Péter Magyar geïnaugureerd als premier. Aan hem de taak de Hongaarse democratie te herstellen nadat Orbán er zestien jaar heeft huisgehouden. De les uit Polen, waar iets soortgelijks speelde, is dat heropbouw tijd kost, terwijl kiezers juist snel resultaat willen zien.
Péter Magyar op weg naar de Italiaanse premier Meloni, in Rome op 7 mei
De verkiezingen winnen is één ding, de hoge verwachtingen waarmaken is iets anders. Deze zaterdag begint in Hongarije een nieuw tijdperk met de inauguratie van de regering van premier Péter Magyar. Daarmee komt er een einde aan de zestien jaar onder Viktor Orbán. De beloftes van Magyar zijn enorm: de kwakkelende economie uit het slop trekken; het onderwijs, openbaar vervoer en de zorg drastisch hervormen; de welig tierende corruptie onder oligarchen bestrijden én de door Orbán ontmantelde democratie herstellen.
Magyar is uit de startblokken geschoten. Tijdens een bezoek aan de publieke omroep, die onder Orbán uitgroeide tot een kanaal voor regeringspropaganda, zei Magyar onlangs dat aan de „leugens” een einde zou komen en dat hij er weer een „onafhankelijke en objectieve” nieuwsorganisatie van wil maken. Ook trok Hongarije het veto tegen 90 miljard euro aan EU-steun voor Oekraïne in.
Dankzij een tweederde meerderheid in het parlement kan Magyar de grondwet wijzigen, Orbán-loyalisten van sleutelposities halen en de onafhankelijke rechtsstaat herstellen. Van Orbán zelf lijkt hij weinig tegenstand te krijgen: de oud-premier besloot zijn parlementszetel in te leveren en wil op de achtergrond werken aan de wederopbouw van zijn partij.
Tegelijkertijd dreigt het gevaar dat Magyar, net als Orbán deed toen hij die meerderheid had, veel macht naar zich toe zal trekken. De benoeming van zijn zwager tot minister van Justitie voedde die zorgen, al besloot die donderdag na alle kritiek af te zien van de positie.
De Hongaren kijken naar Polen, waar in 2023 een prodemocratische coalitie onder leiding van Donald Tusk aan de macht kwam na twee opeenvolgende regeringen van de nationaal-conservatieve partij PiS die de democratie uitholde. Daar klonk toen de vraag die nu in Hongarije wordt gesteld: kan de schade met louter democratische middelen worden hersteld?
Sinds de val van het communisme bewandelden Polen en Hongarije opvallend parallelle paden: van Europagezinde landen tot staten met autocratische trekken. Orbán in Hongarije (2010-2026) en PiS in Polen (2015-2023) muilkorfden de publieke omroep, namen de onafhankelijke rechtspraak over met loyale rechters en trokken samen ten strijde tegen de Europese Unie. Nu staan Magyar en Tusk, centrumrechts en pro-Europees, voor de lastige taak dat terug te draaien.
In de euforie na de overwinning van Tusk besloot de Europese Commissie de jarenlang bevroren EU-fondsen van 137 miljard euro, die waren geblokkeerd vanwege rechtsstaatschendingen onder PiS, vrij te geven – nog voordat de nieuwe regering ook maar één democratische hervorming had doorgevoerd. Brussel wilde Polen belonen voor zijn democratische koerswijziging en zag het land als bewijs dat terugkeer naar de onafhankelijke rechtsstaat mogelijk is.
Brussel gokte en verloor. Door meningsverschillen binnen de coalitie en het vetorecht van twee opeenvolgende PiS-gezinde presidenten kwamen de hoge verwachtingen niet uit. Tusk wist de onafhankelijkheid van de publieke omroep te herstellen, maar op een juridisch twijfelachtige manier, waardoor een volgende regering zijn eigen mensen er weer kan neerzetten. Van beloofde verbeteringen op het gebied van lhbti- en abortusrechten is weinig terechtgekomen, en hervormingen van de rechterlijke macht zijn volledig vastgelopen. „De regering-Tusk was alleen succesvol in het creëren van de indruk dat ze de rechtsstaat hervormden”, zegt Ben Stanley, politicoloog aan SWPS-universiteit in Warschau, die een boek schreef over de opkomst en ondergang van PiS.
Hongarije moet vóór augustus belangrijke democratische hervormingen doorvoeren om 10 miljard euro aan bevroren EU-tegoeden vrij te spelen. Eerder verloor Hongarije al zo’n twee miljard euro definitief.
Magyar voerde inmiddels positieve gesprekken in Brussel, maar het is afwachten of de Europese Commissie na het Polen-debacle strenger zal zijn. „De vraag is of de Realpolitik het wint van de rechtsstatelijkheid”, zegt John Morijn, bijzonder hoogleraar recht en politiek in de internationale betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Magyar heeft het geld hard nodig, omdat vrijgave van EU-gelden een belangrijke verkiezingsbelofte was en Orbáns regering de Hongaarse economie veel slechter heeft achtergelaten dan verwacht. Morijn: „Maar Brussel zou moeten leren van de fouten en pas het geld vrijgeven als het bonnetje met geslaagde hervormingen binnen is.” De kans dat Brussel daadwerkelijk gaat wachten op hervormingen acht Morijn echter klein.
Op de achtergrond spelen bovendien twee rechtszaken bij het Europees Hof van Justitie die de kwestie verder compliceren. Die gaan over de rechtmatigheid van de eerdere vrijgave van een deel van de EU-gelden aan Polen en de 10 miljard euro die Orbán loskreeg in ruil voor het opheffen van zijn blokkade van de toetredingsonderhandelingen met Oekraïne. Volgens een advies van de advocaat-generaal handelde de Commissie daarbij onrechtmatig. Volgt het Hof dat oordeel, wat meestal het geval is, dan moeten beide landen misschien miljarden terugbetalen.
De les uit Polen is dat te grote beloftes en te weinig resultaten leidden tot snel teleurgestelde kiezers. Tusk hoopte zijn hervormingen door te kunnen voeren na de presidentsverkiezingen van vorig jaar, maar een deel van de kiezers verloor het geduld en Tusks kandidaat verloor nipt de verkiezingen. Sindsdien blokkeert de PiS-gezinde president Karol Nawrocki vrijwel elke wet.
Een andere les uit Polen is dat een democratie afbreken sneller gaat dan die herstellen. Ook Magyar zal merken dat institutionele hervormingen tijd kosten, zelfs met een ruime meerderheid. Zijn regering bestaat grotendeels uit onervaren mensen die tijd nodig hebben om zich in te werken. „Het risico is dat als hervormingen niet snel worden doorgevoerd, deze tijdens economisch slechtere tijden naar de achtergrond worden gedrukt”, zegt de Hongaarse analist Gábor Gyori van de denktank Policy Solutions. „Daarom is het geld uit de EU nu hard nodig om Magyars regering en de Hongaarse economie een slinger te geven.”
Veel Hongaren stemden op Magyar uit zorgen over de afbraak van de democratie. Nu moet hij ervoor zorgen dat een partij met een tweederdemeerderheid nooit meer de volledige macht in hadden krijgt, zegt Gyori. „Orbán had bijna goddelijke macht. Dat probleem bestaat nog steeds, alleen hebben we nu een andere god aan de macht.”
Magyar heeft alle kaarten in handen om te laten zien dat een democratie hersteld kan worden na een illiberaal bewind. Maar dat moet snel, zorgvuldig en op een democratisch rechtmatige manier. In Polen lukte dat niet.