is columnist van de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.
Het was een bijzonder verzoek dat ik in december kreeg. In Haaksbergen (24 duizend inwoners) zou het eerste Nederlandse referendum worden gehouden over de opvang van asielzoekers. De gemeenteraad wilde een onafhankelijke commissie laten adviseren over de vraagstelling. Of ik daar in wilde.
Later werden we als commissie door het college nog ingeschakeld om de informatie over het referendum te beoordelen op objectiviteit. Nu die opdracht is afgerond, is het misschien zinvol om – puur namens mezelf – terug te blikken en de vraag te beantwoorden: zijn er, ook gezien de onrust elders, lessen te trekken uit Haaksbergen?
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Belangrijk voorop te stellen dat het idee voor een referendum niet van de gemeente kwam. Het college van B en W was tegen. Het initiatief kwam van inwoners die in korte tijd meer dan genoeg handtekeningen verzamelden. Tijdens een vergadering die honderden actievoerders en belangstellenden buiten het stadhuis op groot scherm volgden, stemde een meerderheid van de gemeenteraad vervolgens met het referendum in.
Dat het er kwam, is dus in de eerste plaats de verdienste van inwoners die gebruikmaakten van hun democratisch recht.
Bedenken waarover het referendum vervolgens precies moest gaan, was niet makkelijk voor de commissie, waarin verder oud-burgemeester van Hengelo Frank Kerckhaert en, als voorzitter, hoogleraar bestuurskunde René Torenvlied zaten.
De voorgeschiedenis was bewogen. Vorig jaar had de gemeente een locatie aangewezen. Dat had tot weerstand geleid. In reactie daarop en onder verwijzing naar onzekerheid over de Spreidingswet, had de gemeente dat besluit ingetrokken.
Wij realiseerden ons dat er inwoners waren die bij het referendum ‘ja’ of ‘nee’ wilden kunnen zeggen tegen de opvang van 129 asielzoekers. Maar dat ging niet. In de regels van de gemeente voor het referendum staat dat het niet mag gaan over een wettelijke plicht. En de Spreidingswet gold (en geldt).
Komt bij dat een referendum volgens deze regels moet gaan over een beslissing van de gemeenteraad. En het raadsbesluit waar het referendumverzoek aan was opgehangen ging slechts over een lijst met criteria voor een opvanglocatie.
Dan kun je denken: laat inwoners simpelweg vóór of tegen dat voorstel stemmen. Maar de lijst was zo lang en ongelijksoortig, inclusief criteria die al vastlagen of waar geen discussie over was, dat die vraag onbegrijpelijk was geweest voor burgers. Bij een ‘nee’ had je ook niets aan de uitslag gehad. Nee waartegen?
Een referendumvraag moet aansluiten bij het maatschappelijk debat, echt iets te kiezen bieden, ondubbelzinnig zijn en leiden tot een duidelijke uitkomst. Zo kwamen we tot vier vragen. Over de schaal van de opvang (een of meerdere locaties), over de ligging en over de mogelijkheid om braakliggende woningbouwgrond te benutten. De vierde vraag was welk van deze drie het belangrijkst is.
Het referendum werd tegelijk met de gemeenteraadsverkiezingen gehouden en bijna iedereen die daarvoor opkwam, stemde ook bij het referendum. De uitslag: krappe meerderheden voor één locatie, tegen het gebruik van bouwgrond en voor een locatie in een drukkere omgeving. Die ligging (de gemeente had vorig jaar juist een stille plek in landelijk gebied aangewezen) werd het belangrijkst gevonden.
So far, so good. Maar om het referendum écht tot een succes te maken, moet de gemeente nu nog laten zien dat zij het advies van de inwoners zwaar laat wegen bij de locatiekeuze. En is het cruciaal dat zij omwonenden daar dit keer goed bij betrekt. Dan nog blijft het spannend.
Wat valt er, kijkend naar Haaksbergen – en een beetje naar andere gemeenten – te leren?
Ten eerste: asiel is behalve een landelijk onderwerp ook hyperlokaal. Waar opvang precies komt, doet ertoe. Alleen ter plekke en in gesprek met omwonenden kun je je een voorstelling maken van de leefbaarheid voor azc-bewoners én de invloed op de omgeving. Dat laatste heeft ook te maken met de geschiedenis. Met welke opgaven hebben omwonenden al te maken gehad? Hoe waren eerdere ervaringen met de overheid?
Verder: scheer niet iedereen die bezwaren heeft over één kam. Een deel van de mensen die protesteren beschouwt opvang als een gegeven, maar heeft invoelbare bezwaren tegen een specifieke locatie of is uit op een zorgvuldiger proces. Zij willen gezien worden. En bedenk: veel mensen laten niet van zich horen. Naar wat zij vinden, moet je actief op zoek.
Besef dat inwoners vaak een optelsom maken van verschillende soorten opvang, die bestuurders soms los van elkaar zien. Eén gemeente kan opvang bieden aan Oekraïners, statushouders, alleenstaande minderjarige vreemdelingen en volwassen asielzoekers. Noodopvang komt hier nog als categorie bij.
Er is verhit debat over het aantal asielzoekers dat naar Nederland komt en over het systeem. Feit is dat veel procedures lang duren en dat er statushouders op woningen wachten, waardoor meer opvangplekken nodig zijn. Waar je ook staat in het debat, realiseer je dat zeker kleine gemeenten de geschikte locaties niet altijd voor het uitkiezen hebben.
Dan het voornaamste. De combinatie van het aantal benodigde plaatsen, onvoorspelbaar Haags beleid, tijdsdruk, polarisatie, mediadynamiek en inmenging door extremistische groepen maken het voor gemeenten en inwoners moeilijker om een goed gesprek te voeren. Maar dan nóg kan dit gesprek verschil maken.
De les is niet dat overal referenda moeten worden gehouden. Wel dat de relatie tussen gemeente en inwoners ertoe doet. Een open, nauwkeurig proces, dat past bij een bepaalde plaats, helpt. Als landelijk politicus zou ik me het hoofd breken over de vraag hoe ik inwoners en gemeenten dáár rust en ruimte voor gaf.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant