Het aantal jongeren en volwassenen met ADHD neemt toe. En daar heeft een versnippering van onze aandacht door mobieltjes en sociale media duidelijk mee te maken, betoogt psychiater Arjan Schröder.
Tijdens een recent congres gebeurde het weer. Ik zat in een volle zaal. Op het podium stond een spreker die was begonnen met zijn presentatie. Op het grote scherm wisselden de slides in een vast ritme. Ik hoorde zijn stem en mijn hand bewoog al naar mijn telefoon. Even scrollen, e-mails checken en weer wegstoppen.
Ik keek rond en zag dat ik niet de enige was die dit deed. Ik probeerde mijn aandacht weer bij de presentatie te houden, maar mijn gedachten bleven hangen bij de nieuwsberichten, video’s en werkmails. Waarom kon ik me niet goed concentreren? Heb ik misschien ADHD? Geldt dat ook voor veel andere mensen in de zaal?
Over de auteur
Arjan Schröder is psychiater en opleider psychiatrie, werkzaam bij GGZ Centraal en Amsterdam UMC.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Een maatschappij die aandacht systematisch versnippert en de gevolgen daarvan beschouwt als een stoornis, stelt de verkeerde diagnose. Ons brein is niet ontworpen voor echt gelijktijdige taken. Alleen geautomatiseerde handelingen, zoals om je heen kijken terwijl je oversteekt, kunnen tegelijk met iets anders. Zodra iets meer moeite kost, gaat wisselen van focus ten koste van begrip en geheugen. En elke keer dat je aandacht verschuift, kost het tijd en energie om er weer volledig in te komen, gemiddeld meer dan 20 minuten. Wij doen dit tientallen keren per dag en noemen het afleiding, ontspanning of efficiëntie.
Ondertussen zijn Instagram en TikTok zo gebouwd dat clips van maximaal 30 seconden de beste kans hebben om iemand vast te houden. Een constante stroom van korte prikkels, waarbij ook verslavingspsychologie een belangrijke rol speelt, went het brein aan korte aandachtsspannes. Datzelfde brein moet vervolgens in een klaslokaal of collegezaal complexe nieuwe stof begrijpen. Dat lukt steeds minder goed. May en Elder toonden in 2018 al aan dat media-multitasken (tegelijkertijd meerdere media gebruiken, red.) is geassocieerd met slechtere schoolprestaties: het interfereert met werkgeheugen, aandacht, zelfregulatie en toetsprestaties.
In mijn werk als psychiater zie ik de gevolgen. Bij een deel van de jongvolwassenen die ik spreek, twijfel ik niet aan de diagnose ADHD: zij hebben van jongs af aan duidelijke concentratieproblemen, gecombineerd met beweeglijkheid en impulsiviteit. Maar bij velen vraag ik me echt af of de vele uren op telefoon en computer de klachten niet mede hebben veroorzaakt of verergerd. Een kind dat vijf uur per dag op een scherm doorbrengt en daarna moeite heeft met het concentreren op huiswerk, heeft mogelijk geen stoornis. Misschien heeft het een omgeving die zijn aandacht systematisch heeft afgetraind.
De vergelijking met obesitas is hier op zijn plaats. Obesitas is meer een maatschappelijk dan een medisch probleem: ongezond voedsel is overal, terwijl we steeds meer zittend werk doen. Niemand geeft het individu de volledige schuld. We weten dat omgeving en leefstijl belangrijke uitlokkende en in standhoudende factoren zijn. Maar hetzelfde geldt ook voor ADHD.
Het verband werkt bovendien in twee richtingen: mensen die van nature meer moeite hebben met concentratie, zoeken sneller afleiding op schermen, wat hun aandachtsproblemen verder versterkt. Dat verklaart mede waarom het aantal ADHD-diagnoses groeit en het gebruik van ADHD-medicatie sinds 2006 is verviervoudigd. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek gebruiken inmiddels ongeveer 300 duizend Nederlanders ADHD-middelen.
De smartphone is inmiddels een onmisbaar deel van het leven van jongeren. Voor velen is het een groot deel van hun sociale identiteit. Dit maakt ingrijpen politiek gevoelig. Maar gevoeligheid is geen excuus voor besluiteloosheid. Het verbod op smartphones op basisscholen en middelbare scholen – in meerdere landen ingevoerd – is een stap in de goede richting, maar buiten schooltijd gaat het gewoon door. Vanaf welke leeftijd kunnen en mogen kinderen structureel met smartphones omgaan? Hoeveel schermtijd is aanvaardbaar? En hoe omkeerbaar zijn concentratieproblemen door al dat multitasken?
De technologiebedrijven gaan die vragen niet voor ons beantwoorden. Hun verdienmodel is gebouwd op zo veel mogelijk aandacht, zo vroeg mogelijk. Daar zijn wetten en kaders voor nodig die technologiebedrijven begrenzen en ouders houvast geven.
En zolang wij zelf ook onze aandachtsspannes massaal blijven ondermijnen en de gevolgen ervan medicaliseren, verplaatsen wij alleen maar het probleem naar de spreekkamer van de psychiater. Dit is niet houdbaar, gezien de schrikbarend lange wachtlijsten in de ggz. En zeker niet voor de volgende generatie die opgroeit met een door de maatschappij gecreëerde ADHD.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant