Wikipedia / Gabriele Castagnola
9 mei 2026 door Jos Maalderink
De uitbraak van het hantavirus op een cruiseschop roept bij veel Nederlanders akelige herinneringen op. Voor veel mensen ligt de cholera-epidemie van 1866-1867 nog vers in het geheugen.
"Ik hoop dat we dit keer wat beter met elkaar omgaan dan vorige keer”, zegt Henricus Schinckenboom. “Veel mensen weigerden om rekening te houden met mensen die een verhoogd risico liepen, zoals poliolijders of gezinnen die in vochtige kelders wonen. Ik denk dan altijd: is het nou echt te veel gevraagd om je ontlasting niet zomaar hup in de gracht te storten?”
Ook Pancras van der Laan moest meteen terugdenken aan de ‘blauwe dood’ toen hij hoorde dat twee Nederlanders plotseling zijn overleden. “Ik ken dat nog uit 1866. Ik ben toen 13 broertjes en zusjes kwijtgeraakt. Het was extra pijnlijk dat de meeste mensen er zich alleen druk over maakten dat de herensociëteit of de tapperij dicht moest.”
Alegonda van der Harne hoopt vooral dat de overheid niet net zoals in 1866 weer haar boekje te buiten gaat. “Kinderen van 8 mochten niet meer naar de fabriek, zogenaamd omdat het risico op besmetting te groot was. Ik stond op mijn 5e al hoestend en proestend achter een weefgetouw. Dat was juist goed. Wat is er mis met een beetje natuurlijke weerstand?”
Volgens de Nederlandse regering is er geen enkele reden tot ongerustheid. “De uitbraak van 1866 was een straf van God,” legt minister-president Rob Jetten uit. “Sindsdien hebben wij onze zondige wegen gebeterd, dus er is geen enkele reden om aan te nemen dat de Heer opnieuw Zijn toorn over ons laat neerdalen.”
Source: Speld