Home

Statushouders hebben sneller baan, maar passend werk vinden blijft lastig

Statushouders komen steeds sneller aan het werk, blijkt uit nieuwe cijfers. Lezers vroegen zich af waarom een groot deel toch nog zonder baan zit. En wat betekent een eerste werkplek voor kansen op de arbeidsmarkt? Deskundigen zien nog veel obstakels.

Statushouders vinden vaker werk dan voorheen. In 2024 had bijna 13 procent drie maanden na ontvangst van een verblijfsvergunning betaald werk. Tien jaar eerder was dat nog 1 procent.

De stijging valt deels te verklaren door versoepelingen van de overheid, waaronder het afschaffen van de 24 wekeneis eind 2023. Daardoor mogen asielzoekers meer werken.

Toch is de groep werkende statushouders niet groot en een stabiele baan is voor hen nog niet binnen handbereik. Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) kondigde onlangs aan een volgende stap te willen zetten. Hij werkt aan plannen om gemeenten statushouders sneller aan een zogeheten 'startbaan' te helpen.

"Dit is een duidelijke stijging van de arbeidsdeelname, maar het is nog steeds laag", zegt Michel van Smoorenburg, arbeidsmarktdeskundige bij het UWV, over de nieuwe cijfers. Naarmate iemand langer in Nederland is, neemt de kans op werk toe.

"Na drie jaar werkt ongeveer een derde van de statushouders", vertelt Van Smoorenburg. "Dat komt doordat mensen de taal beter beheersen, een netwerk opbouwen en soms extra opleidingen volgen."

Werkgevers die nieuwkomers willen aannemen, moeten eerst een tewerkstellingsvergunning aanvragen. Dat proces geldt voor twee groepen.

Asielzoekers wachten nog op een verblijfsvergunning en worden vaak verplaatst tussen opvanglocaties. Statushouders hebben meer zekerheid over waar ze verblijven, maar lopen tegen wachttijden aan voor een bsn en het vinden van een woning.

Na drie jaar zit ongeveer 70 procent van de statushouders zonder baan. Die groep is afhankelijk van een bijstandsuitkering. "De onzekerheid over een woonplek voor beide groepen wordt onderschat", zegt Van Smoorenburg. "Werkgevers haken soms af als ze weten dat iemand mogelijk moet verhuizen."

Nieuwkomers die snel werk vinden, beginnen vaak via uitzendbureaus of als oproepkracht. Dat aandeel is de afgelopen jaren flink toegenomen.

"Werkgevers vinden het toch soms spannend. Ze weten niet of iemand het werk aankan of hoe groot de taal- en cultuurverschillen zijn", zegt algemeen directeur Arjan Hummel van Buddo, een bemiddelingsorganisatie voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Een eerste baan als uitzendkracht kan een opstap zijn naar een vaste werkplek. Hummel: "We hebben voorbeelden van mensen die via ons aan de slag gingen en uiteindelijk in vaste dienst kwamen bij de werkgever zelf."

Buddo plaatst statushouders bij werkgevers, begeleidt ze op de werkvloer en combineert dat met taaltraining. Dat verlaagt de drempel voor werkgevers om iemand aan te nemen. "Wij zien statushouders als een goed alternatief voor arbeidsmigranten, vooral in de logistiek", zegt Hummel.

Door nieuwe wetgeving zijn arbeidsmigranten duurder geworden, wat statushouders vaker financieel aantrekkelijker maakt. "Bovendien zijn het vaak gemotiveerde mensen die hier hun toekomst willen opbouwen."

De gemeente Rotterdam werkt al met startbanen, verdeeld in drie niveaus: een snelle instap zonder taaleis, werk op basis van opleiding en banen gericht op een carrière. In 2025 vonden zeventig mensen via het zogeheten matchingprogramma werk, laat de gemeente weten.

In de praktijk is de overgang van de eerste baan naar werk op ervaringsniveau de grootste uitdaging. Statushouders moeten namelijk een werkritme opbouwen. Daarbij hebben werkgevers niet altijd tijd voor begeleiding. Daar is meer structurele financiering voor nodig.

Sneller aan het werk komen betekent niet dat mensen ook werk vinden dat bij hun opleiding of ervaring past, stelt VluchtelingenWerk Nederland. Veel statushouders beginnen onder hun opleidingsniveau. "Er ligt nog zoveel potentieel in het talent of de opleidingsachtergrond van statushouders, dat mag beter worden benut", zegt een woordvoerder.

Om door te groeien naar werk dat bij de statushouder past, is vaak extra scholing nodig. Dat traject kost tijd, geld en een bepaald taalniveau. Daarbij hebben vrouwen in hun zoektocht naar werk het moeilijker. Ze werken vaak minder en werken regelmatig deeltijd vanwege zorgtaken en kinderopvanggebrek.

Daarbij moeten statushouders verplicht een inburgeringscursus doen. De meest gevolgde route bestaat uit drie tot vier lessen per week van elk drie uur, plus huiswerk. In de praktijk zijn mensen daar vijftien tot twintig uur per week mee bezig, vaak gedurende vijftien tot achttien maanden. "Mensen moeten werk en inburgering combineren. Dat zorgt voor extra druk", zegt de woordvoerder van VluchtelingenWerk.

Voor het personeelstekort helpt het dat statushouders aan het werk gaan, maar het is geen oplossing. "Een jaarlijkse instroom van ongeveer 35.000 mensen tegenover 368.000 openstaande vacatures: dat is ongeveer 10 procent", zegt Van Smoorenburg. "Dat gaat de krapte niet volledig oplossen, maar alle beetjes helpen."

Volgens de arbeidsmarktdeskundige is dat ook niet het doel. "Asielzoekers komen naar Nederland omdat ze gevlucht zijn, niet zoals arbeidsmigranten vanuit een economisch motief."

Statushouders zijn dan ook "niet het perfecte puzzelstukje in de arbeidsmarktpuzzel", zegt Van Smoorenburg. "Maar als ze hier zijn, is het logisch dat ze aan het werk gaan in plaats van te wachten in een azc of afhankelijk te zijn van een bijstandsuitkering."

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next