Hongarije heeft een nieuwe regering, Péter Magyar is beëdigd als premier. Zaterdag kwamen in Boedapest duizenden mensen samen voor het parlement om de machtswissel in hun land te vieren. De opgave is na zestien jaar Orbán immens, maar vreugde overheerst. ‘We zitten nog in onze wittebroodsweken.’
is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij doet verslag vanuit Boedapest.
De vorige fuif hebben ze gemist, zegt Réka Kopitkó (19), ‘dus vanavond vieren we feest’. Ze doelt op de verkiezingsavond op 12 april, toen oppositieleider Péter Magyar en diens partij Tisza een gigantische overwinning boekten. De hoofdstad ging die nacht feestend de straat op. Na drie weken is het zover: de nieuwe regering is sinds zaterdag officieel aan de macht. In het enorme parlementsgebouw langs de Donau wordt Magyar beëdigd als premier.
Kopitkó zit met wat vrienden op een kleedje tussen de tramrails voor het Hongaarse parlement, samen met duizenden anderen. De eerste sessie van het nieuwe parlement is te volgen op grote schermen. Gejuich stijgt op uit de menigte als Magyar officieel premier wordt, mensen zwaaien met Hongaarse vlaggen. ‘Het is een hele belangrijke dag voor ons’, zegt Kitti Kopitkó (22), Réka’s zus.
Een straatfeest om de nieuwe regering te verwelkomen, het plein voor het parlement als openluchtbioscoop voor de normaal gesproken stoffige parlementaire handelingen: Hongarije is dezer dagen een ongewoon land. Maar er was ook weinig gewoon aan de zestien jaar durende machtsgreep van Viktor Orbán en zijn partij Fidesz, of aan de verkiezingen vorige maand die de oud-premier van zijn troon stootten, volgens politicologen ‘een electorale revolutie’.
‘Mensen lachen weer’, merkt Erika Tanner (63) sinds de verkiezingen. Zelf is ze blij met de ‘regimewisseling’, het woord dat veel Hongaren gebruiken. ‘Ik vraag God al jaren om ons van Orbán te verlossen.’ Ze heeft een Hongaars vlaggetje met daarop het gezicht van Magyar. Verandering zal geen snel proces zijn, zegt ze. ‘Maar als we straks weer EU-fondsen krijgen (een grote belofte van Magyar, red.), verdwijnt het tenminste niet in de zakken van boeven.’
De nieuwe regering treedt aan op 9 mei, tevens Europadag, en dat is geen toeval. Onder groot applaus wordt de vlag van de Europese Unie weer op het parlementsgebouw gehesen. Fidesz haalde deze in 2014 weg. Het is een van de symbolische boodschappen die de nieuwe regering afgeeft nu ze aan de macht is. Maar de opgave is even immens als de beloftes die Magyar in zijn eerste toespraak als premier herhaalt.
Hij belooft een ‘functionerend en menselijk Hongarije’, een land zonder straffeloosheid en corruptie, en economische voorspoed bovendien. Zijn regering wil de rechtsstaat herstellen, de publieke omroep hervormen, EU-gelden binnenhalen die zijn bevroren wegens de uitholling van de democratie en afrekenen met de erfenis van Orbán. Om te beginnen met onderzoeken naar de grootschalige corruptie, waarvoor hij een nieuw instituut in het leven roept.
‘We hebben een tweede kans gekregen’, zegt Tibor Tóth (56), die in de schaduw van een paar bomen bier drinkt met zijn vrienden. ‘Ik dacht niet dat we na 1989 nog een keer een regimewisseling zouden hebben.’ Er moet veel, zo niet alles, veranderen. Daar zit een zekere spanning, observeert Tóth. ‘De verwachtingen zijn heel hoog en mensen willen snel verandering zien. Maar dat wordt heel moeilijk en zal waarschijnlijk lang duren.’
Langs de Donau zit Attila Kovács (53), die vanuit zijn kleine woonplaats in zuid-Hongarije is gekomen. ‘Het is een historische dag, daar wilde ik bij zijn.’ Van de nieuwe regering verwacht hij vooral ‘eerlijkheid’. Ook als ze slecht nieuws hebben. ‘Als ik naar de dokter ga, heb ik ook liever een arts die zegt waar het op staat.’
Kovács omschrijft zichzelf als progressief, zoals een aanzienlijk deel van de Tisza-kiezers. Zijn nieuwe premier is juist conservatief. Maar Kovács is alsnog tevreden over de regering. ‘Het is een heel breed kabinet, met politici van links tot rechts. Er zitten ook weer vrouwen in de regering, dat vind ik erg belangrijk. Het is een heus volksfront.’ Hij verwacht dat de eerste vier jaar ‘lang en moeilijk’ zullen zijn. ‘We zitten nog in onze wittebroodsweken.’
Tussen alle feestvreugde is nog veel onduidelijk. Zo vraagt de 23-jarige student Tamás (die niet met zijn achternaam in de krant wil) zich af hoe het verdergaat voor lhbti’ers, die stelselmatig werden gedemoniseerd onder Orbán. ‘Ik ben zelf gay. Misschien krijgen we weer gelijke rechten. Maar het is al heel wat dat er geen hetzes tegen lhbti’ers vanuit de overheid zijn.’
Magyar heeft zich lang stilgehouden als het om lhbti-rechten gaat, maar daar kan Tamás begrip voor opbrengen. ‘Dan hadden waarschijnlijk niet zoveel mensen op hem gestemd.’ Wel zei Magyar in zijn allereerste overwinningstoespraak dat het onder de nieuwe regering niet uitmaakt wie je liefhebt. ‘Dat was erg belangrijk voor me.’ Magyar zei zaterdag iets soortgelijks, ook sprak hij excuses uit richting alle ‘slachtoffers van de vorige regering’.
Tamás hoopt dat de haat en verdeeldheid stopt. ‘Veel van mijn familieleden stemmen op Fidesz, geloven de propaganda. Ik hoop dat naarmate meer mensen ontdekken hoeveel Fidesz loog, ze beseffen dat we allemaal Hongaren zijn.’
Magyar riep zaterdag op tot verbinding. Toch kregen de Fidesz-fractie en vooral president Tamás Sulyok er ongenadig hard van langs in zijn speech. Hij riep Sulyok, een loyalist van Fidesz, opnieuw op af te treden. De president beroept zich op de rechtsstaat, zegt Magyar, maar legde de vorige regering bij het schenden ervan geen strobreed in de weg. Gejuich op het plein. ‘Aftreden, aftreden’, scandeert de menigte.
Magyar belooft een nieuw tijdperk, maar de verkiezingen winnen was slechts een eerste stap. ‘We weten dat het moeilijk wordt’, zegt Réka Koptikó, terwijl haar vrienden nog een biertje openen. De massale picknick verandert langzaamaan in een groot feest. Zorgminister Zsolt Hegedüs, die op verkiezingsnacht furore maakte met zijn danspassen, zweept de menigte opnieuw op met zijn enthousiaste bewegingen. Voorlopig heeft de nieuwe regering Koptikó’s vertrouwen. ‘We hebben hier zestien jaar op gewacht. Dus ik weet wat geduld is.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant