De Duitse historicus Katja Hoyer kijkt naar de rol van de gewone man in de jaren dertig in Duitsland – wel zo belangrijk als je een vergelijking met de huidige tijd wilt maken.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over de EU en internationale samenwerking. Hij woont in Berlijn.
Carl Weirich kwam in 1914 naar Weimar om iets van zijn leven te maken, maar het leven maakte het de bijna 30-jarige boekbinder niet gemakkelijk. Hij verloor zijn eerste vrouw en zijn dochtertje aan ziekte.
Zijn boekbinderij annex kantoorboekhandel overleefde de hyperinflatie van de jaren twintig, maar stond door de economische depressie van de jaren dertig aan de rand van de afgrond. In het voorjaar van 1933 was hij wanhopig. Zijn zaak draaide slecht, zijn hypotheek dreigde te worden opgezegd, hij zou alles kwijt kunnen raken.
Hij had nog maar één hoop, schreef hij in zijn dagboek, ‘een jonge man, de Führer van de nationaalsocialistische partij, A. Hitler’.
Carl Weirich is de ‘gewone man’ in het boek Weimar – Leven op de rand van de afgrond van de Duitse historicus Katja Hoyer. Aan de hand van de levens van verschillende inwoners van Weimar vertelt ze het verhaal van de Weimarrepubliek, die begon als een nieuwe, democratische en hoopvolle start voor Duitsland, maar in 1933 ten onder ging door de machtsovername van de nazi’s.
Ze vertelt het verhaal van Baldur von Schirach, een fanatieke nazi die leider van de Hitlerjugend wordt. Ambtenaar Kurt Nehrling is een sociaaldemocraat die als een van de weinigen in opstand komt. Hotelier Rosa Schmidt bedient Hitler en andere nazi’s, terwijl ze haar Joodse afkomst verborgen probeert te houden.
Elisabeth Förster-Nietzsche, zus van de beroemde filosoof, heeft een hekel aan de vulgaire nazi’s, totdat ze ontdekt dat ze hen kan gebruiken om het Nietzsche-archief veilig te stellen. De aristocratische diplomaat Harry graaf Kessler is de liberale intellectueel die als een van de weinigen het gevaar van het nationaalsocialisme scherp doorziet.
Hoyer woont al jaren in het Verenigd Koninkrijk en is onder meer visiting research fellow van King’s College in Londen. Ze werd in 1985 geboren in Guben, in de toenmalige DDR. In haar vorige boek, Achter de muur, schetste ze een beeld van het dagelijks leven in Oost-Duitsland.
De DDR was niet alleen een Stasi-dictatuur, betoogde ze, maar ook een land waarin veel burgers zich aanpasten aan het systeem en zelfs gelukkig waren. Het boek werd goed ontvangen in het Verenigd Koninkrijk, maar zwaar bekritiseerd in Duitsland. Hoyer werd verweten dat ze de DDR-dictatuur goed praatte.
‘Volgens mij heb ik dat niet gedaan. Maar veel mensen die zich in Duitsland met de DDR bezighouden, hebben geleden onder het systeem. Ze nemen het je kwalijk als je niet om de andere zin schrijft dat de DDR misdadig was’, aldus Hoyer.
We zouden elkaar treffen in Weimar, maar dat ging niet door vanwege Hoyers volle agenda. Daarom zitten we aan een schnitzel met bier in een Oostenrijks restaurant in het centrum van Londen, om toch een beetje in Duitse sfeer te blijven.
Waarom wilde u een boek over de Weimarrepubliek schrijven?
‘De tijd tussen de twee wereldoorlogen wordt vaak aangehaald door politici en commentatoren, die een parallel met het heden trekken. Dat gebeurt vaak op een sterk versimpelde manier. Maar kennelijk bestaat de behoefte dat we kunnen leren van de Weimarrepubliek. Meestal gebeurt dat vanuit een vogelperspectief: men kijkt naar de grote gebeurtenissen, de leidende figuren, de belangrijkste politieke beslissingen.
‘Daarbij wordt uit het oog verloren wat de rol van het individu was, van de mensen die deze tijd hebben meegemaakt. Als schoolkind vond ik het verhaal al te abstract. Ik wilde een manier vinden om invoelbaar te maken wat er destijds is gebeurd. Daarvoor had ik een specifieke groep mensen nodig en een specifieke plek.’
Waarom koos u voor Weimar?
‘De hele geschiedenis van de periode tussen de twee wereldoorlogen wordt er zichtbaar, als door een brandglas. De Weimarrepubliek werd in 1919 gesticht in Weimar, vanwege haar lange geschiedenis als Duitse cultuurstad. Men wilde een nieuw, beschaafder Duitsland opbouwen in de stad van dichters als Goethe en Schiller. Het Bauhaus werd in Weimar opgericht, als onderdeel van dat politieke experiment. Maar Weimar was ook al heel vroeg een bastion van de nazi’s, die er bij verkiezingen altijd hoger scoorden dan het landelijk gemiddelde.’
In het archief van Weimar vond u de dagboeken van kantoorboekhandelaar Carl Weirich. Hij is de everyman, die aanvankelijk de nazi’s steunt, ondanks de vervolging van Joden en communisten.
‘Hij is weinig politiek. Het gaat hem om zijn maatschappelijke bestaan, zijn winkel, zijn gezin. In 1933 zegt hij: oké, laten we Hitler maar proberen. Hij had zich het geweld van de nazi’s misschien meer aangetrokken als een buurman was aangepakt. Maar omdat de rechteloosheid altijd anderen betrof, die ver weg waren, kon zij worden verdrongen en weggeschoven.’
Totdat de rechteloosheid hem zelf treft.
‘Eerst verliest hij een contract voor de distributie van schoolboeken, omdat de nazi’s de voorkeur geven aan een concurrent die lid is van de NSDAP. Dan, in 1939, staan de nazi’s voor zijn deur. Het centrum van Weimar moet opnieuw worden ingericht in monumentale nazistijl, waardoor zijn winkel moet worden afgebroken. Hij krijgt slechts de helft van de waarde als schadevergoeding.
‘Weirich is geshockeerd door deze willekeur. Hij stapt naar een advocaat, omdat hij simpelweg niet kan geloven dat zijn huis zomaar mag worden afgebroken. Terwijl hij weet dat er communisten naar een concentratiekamp worden gestuurd, buiten het rechtssysteem om. Maar dat stoort hem niet, omdat het hem zelf niet aangaat en hij ervan uitgaat dat de communisten herrieschoppers zijn.’
Zoiets zie je nu toch in de Verenigde Staten onder Trump? Veel Amerikanen kan het niet schelen dat de rechtsstaat wordt afgeschaft voor anderen, zoals immigranten.
‘Dat is inderdaad een parallel met het heden. Ook destijds begrepen mensen niet wat het betekent als er geen rechtsstaat is. Het dringt pas door als de willekeur henzelf treft.
‘Tegenwoordig zie je ook in veel landen dat mensen moe worden van de discussies en de polarisatie die bij een democratie horen. En dat ze zeggen: nu hebben we iemand nodig die simpelweg beslissingen neemt.’
Weimar was al vroeg een nazi-bolwerk. Hoe kwam dat?
‘Deels omdat de stad sterk door de hogere burgerij werd gedomineerd. Die zagen de nazi’s als een partij die de communisten kon aanpakken. Maar ook omdat Weimar zichzelf zag als een plaats van de hoge Duitse cultuur. Veel bewoners wezen de modernistische trends van de Weimarrepubliek af: het Bauhaus, de film, de jazz, de atonale muziek.’
De culturele bloei van de Weimarrepubliek was niet populair in Weimar zelf.
‘Nee, dat was iets voor Berlijn en de grote steden. In Weimar waren veel mensen gevoelig voor politieke stromingen als het nationaalsocialisme, die zeiden: wij vechten tegen het modernisme en brengen het goede oude Deutschtum terug.’
Een van de meest prominente nazi’s uit Weimar was Baldur von Schirach, de leider van de Hitlerjugend. Waarom voelde hij zich tot de beweging aangetrokken?
‘De Britse historicus Richard Evans heeft vorig jaar een boek uitgebracht, Hitler’s People, waarin hij betoogt dat veel vroege nazi’s een problematische familiegeschiedenis hadden. Dat gold ook voor Baldur von Schirach, die uit een tamelijk geprivilegieerde familie kwam. Zijn vader was directeur van het Nationale Theater in Weimar geweest. Hij had een oudere broer die in 1919 bij het leger wilde, en ontdekte dat er geen mogelijkheden meer waren, omdat Duitsland door het Verdrag van Versailles nog maar een heel kleine krijgsmacht had. Hij pleegde toen zelfmoord.
‘Dat was voor Von Schirach een traumatische ervaring. Zijn ouders ontwikkelden een ideaalbeeld van de oudere zoon, waaraan Baldur nooit aan kon voldoen. Hij had altijd het gevoel dat hij tekortschoot. Dan komt Hitler naar Weimar. Von Schirach ziet een toekomst in de beweging, onder deze Führerfiguur.
‘Extreme ideologieën trekken mensen aan die ergens naar zoeken. Ze zijn gefascineerd door het geweld, door de kameraadschap die ontstaat door samen gewelddadige acties te plegen.
‘De eerste partijdag van Hitlers NSDAP werd in 1926 in Weimar gehouden. Het was een memorabele dag: de Hitlerjugend werd opgericht en de Hitlergroet ingevoerd.
‘De manifestatie werd echter ontsierd door gewelddadigheden. Nazi’s braken auto’s open, vochten met socialisten en communisten, en probeerden het socialistische Volkshaus in brand te steken. Een bekende Joodse operazanger werd geschoffeerd en vrouwen met een destijds modieus bobkapsel beledigd. Twee studenten werden afgetuigd. Een nazi schoot zelfs een politieagent neer.’
Dat zou toch ruimschoots genoeg moeten zijn om de nazi’s voor altijd in diskrediet te brengen.
‘Dat schreven liberale journalisten destijds ook. Nu hebben we gezien hoe erg ze zijn! In 1928 haalde Hitler ook maar 2,8 procent van de stemmen, nog minder dan in 1924, hoewel hij er alles aan had gedaan om een partijorganisatie op te zetten. Niets wees erop dat hij vijf jaar later kanselier zou zijn.
‘Ik geloof ook niet dat Duitsland in 1919 al het pad naar het Derde Rijk insloeg. In mijn boek beschrijf ik hoe enthousiast de mensen waren over de eerste werkelijk democratische verkiezingen. Het had ook anders kunnen lopen.
‘Maar door de economische crisis ontstond de behoefte aan een sterke man. Veel mensen in de middenklasse waren bang voor de communisten, die ook steeds sterker werden. Ze geloofden dat de nazi’s met hun geweld orde zouden brengen. Het was ook een tijd van sterke mannen: Mussolini, Franco, Stalin. Ik reken zelfs Churchill en Roosevelt daartoe. Churchill werd na de Eerste Wereldoorlog afgeschreven als te extreem. Hij paste pas weer in de tijd toen de Britten naar houvast zochten. Roosevelt intervenieerde in de Amerikaanse economie op een manier die in een andere tijd ondenkbaar zou zijn geweest.’
Er wordt vaak een parallel getrokken tussen de Weimarrepubliek en de huidige opkomst van extreemrechts. Maar uit het boek blijkt hoe anders de situatie nu is. Destijds dreigden mensen als Carl Weirich geruïneerd te worden. Nu is de welvaart veel groter en het sociale vangnet veel sterker. De benzineprijzen hoeven maar te stijgen en de Duitse regering schiet te hulp.
‘Ja, maar we vertrekken ook vanuit een heel andere positie. In Duitsland, in elk geval in West-Duitsland, heerste na de oorlog een fundamenteel optimisme. Duitsland was een goed functionerend land met een economie die zich altijd zal herstellen van een tijdelijke terugval. Dat is niet meer vanzelfsprekend en dat is wat mensen zo schokt: de belangrijkste pijlers onder de samenleving staan niet meer overeind.
‘Natuurlijk waren de gebeurtenissen destijds veel extremer. Iemand als Hitler zou tegenwoordig te extreem zijn, in zijn retoriek en optreden. Hitler kan niet los worden gezien van de Eerste Wereldoorlog en haar sociale en psychologische gevolgen.
‘De meeste mannen hadden aan het front dingen gedaan die ze niet meer zo eenvoudig van zich konden afschudden. De mensen waren gewend aan geweld. Ze leefden in een wereld waarin nazi’s en communisten met machinegeweren schoten in de straten van Berlijn en München. Zelfs de SPD had met de Reichsbanner een paramilitaire organisatie die de democratie met geweld wilde verdedigen. Je kunt je toch niet voorstellen dat de AfD tegenwoordig burgers zou mobiliseren die een uniform aantrekken om politieke vijanden te vermoorden?’
Het verhaal van Weimar wordt vaak verteld als een morele geschiedenis. Destijds hadden Duitsers anders kunnen en moeten handelen. Wat vindt u daarvan?
‘Ik vind het moeilijk om daarover vanuit ons huidige perspectief te oordelen. Natuurlijk, moreel is het juist om te zeggen: de mensen hadden zich moeten weren tegen het nationaalsocialisme. Maar als je je inleeft in de mensen die destijds geleefd hebben, zie je ook waarom dat niet is gebeurd. Ik denk dat het tegenwoordig niet anders is. De meeste mensen leven in hun eigen wereld. Ze bekommeren zich om hun familie, zichzelf, de mensen die belangrijk voor ze zijn. Slechts een minderheid komt in verzet. Destijds waren de risico’s ook groot. Je kon zomaar naar een concentratiekamp worden gestuurd.
‘Als mensen geen vertrouwen meer hebben in de toekomst, zoeken ze naar steeds extremere oplossingen. Het helpt niet om te zeggen dat ze dat niet moeten doen.’
Verontwaardiging over extreemrechts brengt ons niet verder, schreef u in The Guardian.
‘Je overtuigt niemand als je zegt: uw standpunten zijn moreel verkeerd. Daarmee versterk je alleen je eigen groep, waardoor de polarisatie verder toeneemt. Je moet proberen de kiezers van partijen als de AfD te begrijpen. Als mensen ongelukkig zijn omdat de economie zich niet herstelt of de immigratie in hun ogen te hoog is, dan kun je niet simpelweg zeggen: uw opvattingen zijn verkeerd, u moet ze veranderen. Je moet erover nadenken. Waarom vinden mensen dat? In hoeverre hebben ze gelijk? Kan ik constructieve oplossingen aanbieden die tot matiging leiden?’
In 1930 won de NSDAP de deelstaatverkiezingen in Thüringen. In september zal de AfD waarschijnlijk winnen in Saksen-Anhalt. Kunnen we iets leren uit de geschiedenis van Thüringen?
‘Sommige mensen in de CDU zeggen: ach, Saksen-Anhalt is maar een klein deelstaatje. Maar zo gemakkelijk zou ik er niet over denken. In Thüringen waren de nazi’s destijds niet zo lang aan de macht. Maar ze hebben op regionaal niveau kunnen experimenteren met maatregelen die ze later landelijk hebben genomen. Ze kwamen er bijvoorbeeld achter dat je best boeken kunt verbieden, zonder dat mensen in opstand komen.’
Duitse politieke partijen hebben een Brandmauer rond de AfD opgetrokken, niemand wil met de partij samenwerken. Is dat een verstandige strategie?
‘Ik heb daar gemengde gevoelens over. Iemand in Noorwegen zei ooit tegen me: wij hebben radicaalrechts in de regering opgenomen en ingekapseld. Maar ik geloof dat de AfD te groot is geworden om ze als juniorpartner in een regering op te nemen.
‘Aan de andere kant: uit enquêtes blijkt al heel lang dat tweederde tot driekwart van de Duitsers minder migratie wil. Dat zijn niet allemaal rechts-radicalen. Als je die kiezers steeds dezelfde partijen voorzet, en ze hebben het gevoel dat er niets verandert, zullen ze steeds vaker zeggen: we moeten met een hamer op het systeem inslaan om iets te veranderen.’
Met veel van de hoofdpersonen uit Weimar loopt het slecht af. Verzetsstrijder Kurt Nehrling wordt in 1943 geëxecuteerd in Dachau. Rosa Schmidt, de hotelier die ooit Hitler te gast had, wist uiteindelijk niet verborgen te houden dat ze Joods was. In 1944 werd ze in Auschwitz vermoord.
De geschiedenis nam ook boekbinder Carl Weirich nog een keer te pakken. Na de oorlog lag Weimar in de Sovjetzone. De Russen arresteerden Wilhelm, Weirichs zoon uit zijn tweede huwelijk, omdat hij in de Wehrmacht had gevochten. In 1947 overleed hij in het concentratiekamp Sachsenhausen, dat toen voor Duitse gevangenen werd gebruikt.
In 1945 werd Weirich, net als andere inwoners van Weimar, door de Amerikanen geconfronteerd met het concentratiekamp Buchenwald, vlak buiten de stad. Hij zag stapels met lijken, gevangenen met gebroken ledematen en etterende wonden op wie medische experimenten waren uitgevoerd, lampenkappen gemaakt van menselijke huid. In de ovens zag hij nog botten liggen. Weirich voelde diepe schaamte over ‘onze morele ondergang’, schreef hij in zijn dagboek.
Hoyer: ‘Toch heeft hij zich nooit afgevraagd wat zijn eigen rol was. In zijn dagboek stelt hij zich regelmatig de vraag of hij het anders had kunnen doen. Maar die vraag gaat altijd over zijn persoonlijke omstandigheden. Had hij bijvoorbeeld naar Neurenberg moeten gaan, waar zijn tweede vrouw vandaan kwam? Was zijn leven dan anders gelopen? Maar hij heeft het nooit over grote politieke vragen en schrijft telkens weer zinnen in de trant van: ach ja, wij waren ook maar kleine raderen in een enorme machine. Veel clichés ook, in de trant van: God wikt en beschikt. Hij bestrijdt niet dat Duitsland een grote schuld heeft, maar is niet in staat zijn eigen rol daarin te erkennen.’
1985 Geboren in Guben in de toenmalige DDR, als dochter van een luchtmachtofficier.
2010 Verhuist naar het Verenigd Koninkrijk, waar ze onder meer werkt als Visiting Research Fellow aan het King’s College in Londen.
2021 Boek Blood and Iron over het Duitse Keizerrijk.
2023 Boek Beyond the Wall over de DDR, in 2024 in Nederlandse vertaling verschenen als Achter de Muur.
2025 Boek Weimar – Leven aan de rand van de afgrond.
Hoyer studeerde geschiedenis in Jena. Ze schrijft columns en opiniestukken voor verschillende media, zoals de Berliner Zeitung, de Daily Telegraph, persbureau Bloomberg en de Guardian.
Weimar – Leven op de rand van de afgrond. Uit het Engels vertaald door Pon Ruiter, René van Veen, Saskia Wieberdink. Querido; 512 pagina’s; € 29,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant