De katholieke kerk ziet ineens meer jonge bekeerlingen binnenkomen. Hoe komen die jongeren daarop en wat vinden ze in het geloof? We lopen mee met vier van hen rond hun doop met Pasen.
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft veel over (sociale) media en emancipatie.
Aan de tuindeur van de familie Van Riel hangt een witte halterjurk, die is uitverkoren uit drie opties. ‘Ik deed zo lang over het uitkiezen van die jurk, ik heb er wel drie besteld,’ zegt Fleur van Riel (17). ‘Een van Asos, een van Shein, een van About You. Maar deze is perfect.’ Vannacht, tijdens de paasmis, krijgt Fleur drie heilige sacramenten: haar doop, vormsel en communie, en daar hoort volgens haar een witte jurk bij. Ze hoopt dat alle meiden vanavond wit kiezen: er is druk over overlegd in de meidengroepsapp van parochie De Goede Herder in Tilburg.
Op deze Stille Zaterdag voor de mis praat het gezin Van Riel gemoedelijk door elkaar heen en boven de radio uit. Ze zouden flink moeten eten, want die mis duurt tot ver na middernacht, maar niemand heeft zin of tijd om te koken. Fleur raast door het huis op zoek naar divers krul- en kapgerei, en de rest moet zich ook nog omkleden, want ‘Fleur vindt gympen niet kunnen’. Soms ontsnapt Fleur een gaap, gisteravond was ze nog in Ahoy bij een concert van K3. Maar ja: zo’n doop is te groot om moe te zijn, ze is al een jaar bezig met de voorbereiding.
‘Ik ben zo druk, ik neem even een pilletje,’ zegt Fleur.
‘Fleur heeft zware ADHD, vandaar,’ zegt vader Leon.
Fleur bepoedert behendig haar wangen voor de make-upspiegel, die ze voor de gelegenheid op de eettafel heeft gezet. ‘Ik doe de make-up vaak twee keer. Na het eten ga ik het bijwerken, dan zit het écht goed.’
‘Wij hebben helemaal niets met het geloof,’ zegt moeder Patricia, die geamuseerd toekijkt vanuit de keuken, ‘maar wij steunen haar natuurlijk. We vonden dat de kinderen zelf moesten kiezen.’ Vader Leon: ‘Ik ben natuurkundige. Ik zit zeg maar heel erg in de tegenovergestelde richting.’
Ook Fleurs vriend Thijmen is ‘absoluut niet’ gelovig. ‘Hij gaat één keer in zijn leven naar de kerk en dat is vanavond!’, roept Fleur van achter de spiegel. ‘Maar ze supporten me heel erg. Zullen we pizza bestellen?’
‘Ja!’, roept Patricia.
Door Fleurs bekering was het nog spannend of die verkering van de grond zou komen, vertelt Thijmen: ‘We hadden twee weken een fix...’
Moeder Patricia helpt: ‘Een fix is dat je verklaart dat je elkaar leuk vindt, maar je hebt nog niet echt verkering.’
Thijmen: ‘... en toen zei Fleur: ik denk niet dat dit gaat werken, want jij bent niet gelovig. Ik zei: nee joh! Ik vind dat geen reden dat je geen verkering kunt hebben. Dat geloven merk je verder niet per se.’
Fleur: ‘Later kwam hij aan de deur met een bos bloemen vragen of ik zijn vriendin wilde zijn.’
Thijmen grijnst. ‘Ja, per app vragen kan echt niet.’
‘We hebben altijd wel jongeren en volwassenen bij de doop gehad, maar dan moet je denken aan twee, drie, vier mensen,’ zegt pastoor-deken Robert van Aken (54). ‘Sinds vorig jaar worden we een beetje overspoeld door jonge mensen. We zijn over het dode punt heen.’ De deken, die vanavond bij de nachtmis vijftien jongeren en volwassenen zal dopen in de St. Dionysiuskerk in Tilburg, heeft al lang niet meer, of eigenlijk nog nooit, zulk goed nieuws te delen gehad.
Decennialang stroomden de kerken leeg. Was in 1971 nog 77 procent van de Nederlanders lid van een kerkgenootschap, in 2024 was dat nog maar 27 procent. Dat trof met name de rooms-katholieke kerk: die kromp in die tijd van 35 naar 8 procent, met name door sterfte. Die ontkerkelijking zet door, maar begin 2025 was in het onderzoek God in Nederland van de Radboud Universiteit wél een trendbreuk te zien, een knikje omhoog, onder gelovige jongeren. De onderzoekers waren terughoudend: een knikje is maar een knikje, maar er was meer.
Uit een inventarisatie door de zeven Nederlandse bisdommen kwam begin 2026 een soortgelijk beeld naar voren: werden er in 2024 in totaal nog 600 jongeren en volwassenen lid van de katholieke kerk, in 2025 waren dat er 871 (een toename van 45 procent) en in 2026 alleen tot en met Pasen al zo’n 570.
Hoe komen de jonge bekeerlingen erop om naar de kerk te komen, en wat vinden ze daar? We kijken in de Goede Week, tussen Palmzondag en eerste paasdag, mee met vier jongeren die niet gelovig zijn opgevoed, maar in de paasnacht volmondig zeggen: ‘Ja, dat geloof ik.’
‘In de kerkbanken zijn een paar generaties verdwenen,’ zegt Lars Benthin (32), zelf bekeerling en hoofdredacteur van Credo, een platform voor katholieke bekeerlingen. ‘Je ziet er mensen van 70-plus, nauwelijks veertigers en vijftigers, en dan een groeiende groep jongeren.’ Benthin ziet deze tijd als een nieuwe fase na de ontzuiling. ‘In de jaren zestig en zeventig doopten christelijke ouders hun kinderen bij hun kerk, maar was er nauwelijks nieuwe aanwas. Een deel van die kinderen verliet tijdens de ontzuiling de kerk. Jongeren die nu opgroeien, hebben die zuilen niet. Ze leven in een wereld die van chaos aaneenhangt, ook op hun smartphone. Alles mag, maar ze zoeken richting en zingeving.’
‘Lange tijd was er een soort doodzwijgen van God gaande,’ zegt pastoor-deken Van Aken, die als deken alle parochies van Tilburg coördineert. ‘Al vanaf de verlichting en het doodverklaren van God door Nietzsche, heerste het idee dat de wetenschap vooropstaat, en het geloof niet langer relevant was. Als jongeren nu bij hun ouders aankloppen, horen ze vaak: geloven is flauwekul. Maar ja: jongeren zetten zich af. Jongeren die ik spreek, hebben alles, een gespreid bedje, maar missen antwoorden op grote, transcendente vragen. Van hun zoektocht profiteren wij, net als andere geloven en spirituele richtingen, zoals new age.’
Maar hoe belanden de jongeren dan bij de katholieke kerk? ‘Ik raakte vooral door sociale media in het katholieke geloof geïnteresseerd,’ zegt Ophelie Verhagen (15 jaar, 4 havo), die zaterdagnacht ook door Van Aken zal worden gedoopt. ‘Ik zag op TikTok bijvoorbeeld Zaar Goedemans langskomen (1,2 miljoen volgers, red.). Ik vind dat zij de boodschappen uit de Bijbel mooi verwoordt. Ik had al interesse, maar hierdoor ben ik me erin gaan verdiepen.’
‘Beginnen met Bijbelstudie is ook best lastig,’ zegt Ophelie. ‘Ik ben begonnen met een gratis Bijbel-app die ik op sociale media tegenkwam, die heet gewoon Bijbel. Inmiddels heb ik een echte Bijbel van Zij Lacht, een bijbels vrouwenplatform, ik probeer elke avond een stukje te lezen.’ Ook voor Fleur van Riel hebben sociale media ‘honderd procent’ een rol gespeeld: ‘Ik krijg veel TikToks over Jezus en bijbelverzen. Ik leer bijvoorbeeld veel over het geloof van Julia Helina op TikTok (19.000 volgers, red.).’
‘Kijk: wij hebben de mooiste boodschap van de wereld, maar de pr is natuurlijk klote. Dat is nu aan het veranderen,’ zegt Van Aken. ‘Sociale media hebben er eigenlijk bij alle jongeren voor gezorgd dat ze hier hebben aangeklopt. De nadruk heeft in de kerk altijd op catechisatie (de geloofsleer, red.) gelegen, terwijl influencers nadruk leggen op evangelisatie (de geloofservaring, red.). Onze maatschappij is sterk gepsychologiseerd, dus moet je laten zien wat je voelt in de kerk.’ Ook Benthin van Credo zegt: ‘Iedereen rond mijn leeftijd en daaronder leert alles van YouTube, Instagram of TikTok. Een mis bezoeken als eerste stap is overweldigend.’ Credo maakt daarom zelf ook beginnersfilmpjes voor hun youtubekanaal (7.100 volgers), zoals ‘Wat is Aswoensdag?’ of ‘Hoe bid je een rozenkrans?’
‘Mij hoor je niet klagen, want het loopt vol,’ zegt Van Aken over de online-evangelisatie, maar: op sociale media krijgen jongeren naast devote video’s onder hashtags als #ChristTok ook snel krasse interpretaties van het katholicisme te zien. Op bijvoorbeeld YouTube stuit je al gauw op (vaak Amerikaanse) influencers die met de Bijbel in de hand voor radicaal-rechtse standpunten pleiten. Of op strenge influencers die vanuit het geloof pleiten voor strikte, traditionele genderrollen in het huwelijk en onverbiddellijk hard oordelen over abortus. Of dat representatief is voor katholieken is de vraag: zo blijkt uit onderzoek van de Radboud Universiteit uit 2025 dat een nog altijd groeiend aantal katholieken geen problemen heeft met abortus.
‘Je merkt dat jongeren er ook ongenuanceerde ideeën door krijgen, die je dan weer moet gaan corrigeren,’ zegt Van Aken. Hij ziet dat de vorming online anders verloopt: ‘Ze hebben een bak met vragen doordat ze online al veel hebben gezien, en vragen ook gelijk aan de deur al om hun doop.’ Toch staat Van Aken daar niet klaar met het wijwater: eerst krijgen alle doopleerlingen een half jaar tweewekelijks catechese (geloofsonderwijs), en vaak volgen ze ook de vrijwillige, verdiepende ‘alphacursus’, over de beginselen van het christendom. ‘Als je opgroeit met het geloof, heb je thuis een geloofsschool. Dat is bijna niet in te halen, maar we doen wel een poging. En dan zeg ik altijd: het gaat niet om regeltjes, het gaat om je relatie met Jezus Christus.’
Sam Hoefnagel (24, student toegepaste psychologie) is zich aan het klaarmaken voor haar doop. Met haar vriend Jarno van Beers (26, docent biologie op een christelijke school) is ze inmiddels begeleider voor de nieuwe alpha-cursisten. ‘Ik heb mijn doop vorig jaar tijdens de paasmis al mogen meemaken,’ zegt Jarno, die vanavond Sams peter is; iemand in de rooms-katholieke kerk die je ondersteunt in het geloofsleven. We bezoeken hen voor de mis thuis, op een verdieping boven in het nieuwbouwhuis van Jarno’s ouders in Berkel-Enschot. ‘We zijn klassieke nerds,’ zegt Sam terwijl ze ons langs verschillende altaartjes leidt, gewijd aan Lego-bouwwerken, Star Wars-poppetjes, en natuurlijk Jezus Christus.
Bij die 11-delige alphacursus, vertelt Sam terwijl ze mascara opdoet, wordt samen gegeten, waarna de deelnemers een onderwerp bespreken dat aan het geloof raakt. ‘We doen vaak een spelletje, en bekijken daarna bijvoorbeeld een filmpje over een bijbelverhaal dat we bespreken.’ Trekt ze trouwens wit aan? ‘Ik raakte een beetje in de stress door die groepsapp,’ zegt Sam, ‘want ik wist niet of ik iets wits had, maar Jarno zei op enig moment: dat doet er toch niet toe, al kom je in joggingbroek.’ Ze heeft een witte top, en nog iets wits, niet vergeten straks: haar mantilla, een kanten sluier met een kruis erin. Cadeautje van Jarno.
Jarno vertelt dat hij en Sam ‘meer richting de conservatieve kant’ zitten. Sam: ‘Dat je trouwen allebei belangrijk vindt, bijvoorbeeld, dat geeft een bepaalde rust.’ Jarno: ‘We zitten ook op één lijn op medisch-ethische thema’s: ik ben bijvoorbeeld streng tegen klonen. En abortus, ja: wij vinden dat dat niet kan. Wij hebben ook vroeg uitgesproken: als Sam zwanger raakt, dan worden wij vader en moeder. Tegelijk vind ik dat pro-lifemensen die voor zo’n kliniek protesteren, barmhartigheid missen. Ík vind het niet de juiste keuze, maar ik vind ook dat ik mijn geloof niet moet opleggen aan anderen.’
Sam en Jarno zien onder katholieke jongeren ook nóg conservatievere stromingen. Jarno: ‘Er leeft een soort ‘vroeger was alles beter’-beweging in de kerk, van radicaal traditionalisten. Zij vinden alles wat in de jaren zestig bij het Tweede Vaticaans Concilie is gedaan, de modernisering van de kerk, te ver gaan. Zij willen de mis weer in het Latijn, dat hoeft voor ons allemaal niet.’ Die rigide stroming en hernieuwde interesse voor deze traditionele ‘Tridentijnse mis’ ziet ook Lars Benthin, die via Credo veel meekrijgt van wat katholieke jongeren bezighoudt. ‘Je ziet dat sommige jongeren erg streng bezig zijn met de grenzen. Je ziet dat aan bijvoorbeeld de terugkeer van het hoofddoekje in de kerk: dat is bij jongeren terug. Vaak worden ze na een paar jaar toch gematigder.’
Jarno wil graag toevoegen: ‘Sommige mensen zien Sams sluier als een teken van rechts-extremisme binnen de kerk. Er zijn wel mensen die extremistisch gedachtegoed hebben en zo’n mantilla dragen, maar voor Sam is dat niet het geval.’ Sam: ‘Nee, het is geen afwijzing van de paus of een soort opstandigheid. De mantilla helpt mij de focus houden op God. Het helpt mij in mijn toewijding, het gaat om nederig blijven. Hoewel ik zondig ben en foute dingen doe, is God er voor mij. Ik leg mij aan zijn voeten neer.’ Volgens Sam en Jarno binden de waarden van hun geloof hen niet per se aan een linkse of rechtse stem. Sam: ‘In the end is voor ons de paus belangrijker dan welke politicus ook.’
Sommige mensen associëren haar sluier met ongelijkheid, dat weet Sam. ‘Dat snap ik ook wel, als iemand er een mening over heeft, vind ik dat prima.’ Jarno: ‘De rollen van de man en vrouw zijn anders. Zij is ondersteunend, maar niet ondergeschikt.’ Sam: ‘Ja, vrouwen zijn bijvoorbeeld vaak beter in de emotie en de zorg. Je verdient beiden evenveel respect en liefde, maar hebt niet dezelfde kwaliteiten. Ik vind het jammer dat mensen aannemen dat vrouwen in de katholieke kerk ondergeschikt zijn; zonder hen staat die kerk er helemaal niet.’
Als begeleiders zien Sam en Jarno dat jongeren houvast vinden bij de kerk en de geloofsgemeenschap. In de jongerenapp van De Goede Herder wordt afgesproken om een biertje te gaan drinken en worden filmpjes van christelijke influencers besproken. Van Aken heeft op de parochie nu zelfs een drukbezocht ‘jongerenhok’ ingericht waar de jongeren ook hun eigen feestjes mogen vieren. ‘Daar gaan ze vaak even chillen na de mis,’ zegt hij, ‘en daarna samen een onderwerp uitdiepen. Nee, dat heb ik ze niet opgedragen hoor.’ En lopen ze daar nog verkering op? ‘Zeker, relaties bij de vleet.’
Ook voor Jamie Liu (22, werkt fulltime in de logistiek) is het sociale aspect van de kerk misschien wel net zo belangrijk als het levensbeschouwelijke. Hijzelf zou zeggen: hij kwam thuis, bij God, en in de gemeenschap. ‘Ik heb hier allemaal vrienden gevonden,’ zegt Jamie. ‘Veel mensen denken dat er in de katholieke kerk op je wordt neergekeken als je iets verkeerd doet. Maar het is juist een plek waar je overeind wordt geholpen.’
Daaraan wilde hij zelf bijdragen, en dat doet hij door mee te helpen bij de ‘manna’. ‘Elke zondagmiddag om drie uur is de kerk open en maken wij tosti’s en soep voor de daklozen en minderbedeelden. En dan zijn we niet aan het bekeren hoor.’ Jamie kwam voor het eerst mee naar de manna met twee andere vrijwilligers, Brent en Rachel, die hij leerde kennen bij de kerk. Ze zijn vanavond zijn doopborgen: de getuigen bij het sacrament.
Als Brent en Rachel Jamie in het vizier krijgen, wordt hij stevig omhelsd. Achter hem loopt zijn moeder met een vriendin, ze nemen vlug plaats in het midden van de kerk. ‘Nee, wij geloven niet,’ zegt zijn moeder, ‘maar we zijn hier om hem te steunen.’ Jamie was het niet van plan, maar heeft toch een jasje aan. ‘Een vriend heeft me toch overgehaald, we zijn gisteren gaan shoppen.’
Omstreeks half tien ’s avonds komt iedereen om het paasvuur staan dat voor de kerk is aangestoken. Daarmee ontsteekt de pastoor-deken de eerste kaarsjes van kerkgangers, die het licht aan elkaar doorgeven. Ophelie loopt naar binnen met haar opa Sjef, met wie ze als kind al kaarsjes ging aansteken in de kerk. Dan volgt een lange mis met vijf lezingen, die samen het heilsmysterie uitdrukken: het verhaal van de redding door God tot aan de verrijzenis van Jezus met Pasen.
Vlak na middernacht komen de dopelingen in een halve cirkel om de deken heen staan. De meesten zijn rond de 20, één van hen is een zestiger. Op Jamies gezicht verschijnt een grijns die niet meer verdwijnt. Deken Van Aken schept met een zilveren doopschelp het wijwater over de hoofden van Sam, Ophelie, Jamie en Fleur. Met hun doopkleed om en doopkaars in de hand, krijgen ze ook nog het vormsel en de communie: dat maakt het drietal sacramenten, de initiatie, voor hen als katholiek compleet. Nu mogen ze aan het eind van de mis de hostie halen, die symbool staat voor het lichaam van Christus.
Na afloop staan de nieuwbakken katholieken erbij alsof ze wel willen worden opgehaald na drie dagen Lowlands. Op een rij voor de uitgang nemen ze voldaan felicitaties in ontvangst. ‘Ik ben uitgeput,’ zegt Fleur, ze is haar tasje kwijt. ‘Ik wil naar bed.’ Achterin de kerk worden paastaart en glaasjes bubbels uitgedeeld – de 18-grens bestaat even niet. Ophelie: ‘Ja, ik moest huilen. Het was heel emotioneel, ik realiseerde me dat het eindelijk officieel was.’ Ook Sam voelde ontlading: ‘Toen ik gedoopt werd, kon ik het niet bevatten. Maar toen kwam het applaus, en draaide ik me om naar de kerk. Zoveel mensen die om je geven, ongeacht wie je bent, hoe je bent. Dat is wat ik gemist heb in mijn leven.’
Jamie staat nog altijd te grijnzen. ‘Het is niet te beschrijven,’ zegt hij. ‘Ik ben ontroerd. Ik zou wel willen huilen, maar ik ben te gelukkig. Het was een moeilijke weg hiernaartoe, dit betekent veel voor mij. Ik kan alleen maar iedereen aanraden de Heer Jezus te omarmen. Hij maakt je compleet, dit is voor mij de bevestiging. Ik ben als een vuurbal die niet kan stoppen dit gevoel te delen. Dit vuur gaat niet meer uit. De leegte is opgevuld.’
Sam Hoefnagel is ‘zeker niet’ katholiek opgevoed. ‘Ik heb zelfs een beetje de anti-houding meegekregen,’ vertelt ze in de week voor haar doop. Haar interesse ontstond geleidelijk. ‘Ik ontmoette mijn vriend Jarno vijf jaar terug. Hij vertelde al gauw: ik ben geïnteresseerd in het katholieke geloof. Bij mij thuis was het idee eerder dat die mensen in een sprookje geloven, dat het bullshit is. Dus ik dacht: o shit, hoe ga ik dat thuis vertellen, een gelovige jongen?’
‘Maar ik was ook zo hoteldebotel. Daar kijk ik wel doorheen, dacht ik. Uit een soort beleefdheid ging ik hem vragen hoe het allemaal zit, maar gaandeweg kreeg ik meer vragen. Het kán niet dat zoveel mensen iets geloven waar geen waarheid in zit. Hij keek elke zondag naar een livestream van een mis in Amerika, op zijn knieën voor de tv. Dus ik zei: waarom gaan we niet gewoon hier naar de kerk? Vanaf dat moment zijn we nooit meer níét gegaan.’
In het begin, zegt Sam, las ze de Bijbel, maar voelde ze niets. De echte bekering kwam twee jaar geleden, tijdens de paasmis. ‘Er was toen veel gaande in mijn leven. Mijn ouders gingen uit elkaar, het was een heftige scheiding. Mijn zusje woonde nog thuis, met haar ging het ook niet goed. Tijdens die paasmis, en ik weet dat dit zweverig klinkt, dacht ik ineens: ik snáp het. Ik kwam in- en ingelukkig uit die mis. Dit is het ware geluk waar mensen het over hebben, wist ik. Toen ben ik pas honderd procent gaan vertrouwen op God. Ik kon mijn zorgen loslaten, en denken: het is allemaal in zijn handen.’
Voor Sam heeft het geloof veel vergemakkelijkt. ‘Ik was bijvoorbeeld stikjaloers in de liefde. En ik had best veel mentale dingetjes, paniek, en angsten, verlatingsangst – dat had ook met de scheiding van mijn ouders te maken. Dat is drastisch veranderd. Ik leerde eerlijk te praten over de waarden die je vanuit je geloof hebt. Openheid, bovenal. En daarop leerde ik vertrouwen. Voorheen dacht ik: mijn vriend is mijn enige steunpilaar. Maar nu denk ik: als mijn vriend zou wegvallen, is dat moeilijk, maar dan heb ik God nog. En God is het enige daadwerkelijk belangrijke in mijn leven.’
Een jaar of anderhalf geleden zat Fleur van Riel een tijd slecht in haar vel. Vriendschappen liepen niet, haar verkering ging uit. ‘Ik was, als ik eerlijk ben, best een slecht en gemeen meisje. Ik was onaardig, brutaal en hield geen rekening met anderen en hun gevoelens. Dingen liepen mis in mijn relaties, en ik reageerde me af op anderen. Ik was ook best bezig met judgen.’
Die tijd bracht vragen met zich mee, vragen die Fleur eigenlijk al langer had: waarom ben ik hier, wat is tijd, waarom loopt een relatie stuk? Als kind had Fleur al interesse in het geloof, en dat werd aangewakkerd door sociale media en een gelovige vriendin. Fleur ging een keer met haar mee naar de kerk. ‘Ik voelde toen gewoon iets over me heen komen. Een soort vreugde.’
Ze ging de Bijbel lezen en deed mee aan de alphacursus van de kerk. ‘Ik ging positiever in het leven staan. Aardiger naar mezelf, mijn ouders en anderen. Ik ging bidden, en die gebeden werden soms ook beantwoord.’
Waarvoor ze bidt? ‘Ik vroeg God om mensen uit mijn leven te halen die ik niet nodig had of die mij slecht beïnvloedden. En sommigen zijn inderdaad uit mijn leven verdwenen. Ik heb er ook anderen voor teruggekregen, mensen in de kerk die elkaar helpen in het geloof. Op het moment dat mijn gebeden werden beantwoord, wist ik dat ik me zou laten dopen. Ik wil dit pad volgen, ik wil een persoon zijn die goed is voor anderen en die God voelt.’
Fleur is druk in haar hoofd, zegt ze, maar heeft haar rust gevonden in het geloof. ‘Ik kan nu berusten in dingen die gebeuren, want ik geloof dat God een plan heeft. Toen mijn opa overleed, heeft dat me geholpen. Ik bid nu voor de mensen met wie ik ruzie heb. Oordeel niet, je weet niet wat die persoon die dag heeft meegemaakt, denk ik nu sneller. Mensen zeggen het ook tegen me: Fleur, je bent veranderd, op een goede manier.’
Jamie is 22, ‘houdt van gamen’, werkt 36 uur per week als loodsmedewerker en is een groot voetbalfan met een seizoenskaart van Feyenoord. En altijd als Jamie op vakantie in een stad kwam, ging hij de plaatselijke katholieke kerk bekijken. ‘Dat fascineerde me gewoon.’ Op enig moment, zegt hij, voelde hij zich geroepen. ‘Ik heb een bijbel gekocht, ik wilde weten wat er bedoeld werd met ‘Jezus is voor jou gestorven’. En ik ging voor het eerst naar de mis, in de Dionysiuskerk waar ik deze week wordt gedoopt.’
In die tijd zat hij ‘een beetje in een putje’. Jamie: ‘Ik voelde veel druk, vanuit school, vanuit vrienden. Ik had het idee dat ik alles op orde moest hebben, vrienden zeiden: zonder opleiding ben je niets. Ik heb de leegte waarmee ik ben opgegroeid geprobeerd te vullen met dingen die niet juist waren, zoals veel drinken. De priester zei: focus op God, dan verdwijnt de wil om te drinken, en dat was ook zo.’ Bij de zesde mis gebeurde het. ‘Ik was zo diep geraakt. Het gebeurde toen de grote hostie omhoog werd gehouden, dat ontroerde me. Ik voelde me gezien, gehoord, door God.’
Het geloof heeft voor Jamie een competitief element weggenomen. ‘Mensen willen vaak laten zien dat ze beter zijn dan een ander, ik wil laten zien dat we gelijk zijn.’ Zelf kreeg Jamie door zijn huidskleur vaak genoeg te maken met ongelijkheid, vertelt hij. ‘Ik ben hier geboren en getogen, maar ik ben vaak op een vervelende manier bejegend, nog steeds. Mensen maken de Chinese taal belachelijk, ni hao, ni hao. Ja, dat doet me verdriet, maar ik probeer nu te denken: je weet niet hoe ze opgevoed zijn. Als iemand zo’n opmerking maakt, accepteer ik die gewoon niet. Hou hem maar, denk ik dan. Ook door niet te reageren, kan ik die ander inspireren.’
Jamie’s vrienden stonden wel te kijken van zijn bekering. ‘Toen ik het vertelde, waren we gewoon rustig aan het gamen, Minecraft. Toen ik zei dat ik katholiek wilde worden, dachten ze dat het een grapje was. Maar ik heb ervoor gebeden dat God hen kon laten zien dat dit het voor mij is. Nu krijgen ze echt interesse. Eén vriend van mij in het bijzonder, die vraagt veel. Mijn ouders waren ook verbaasd, ja. Maar ik heb gewoon uitgelegd dat ik dit wil, en ze laten me los.’
Als hij praat over zijn doop, klinkt Jamie bijna verliefd. ‘De oude ik wordt als het ware herboren, daarom kies je ook een doopnaam. Ik heb Maximiliaan gekozen. Een heilige die me erg aanspreekt. Hij komt ook steeds op mijn ‘For you’-page voorbij, op TikTok. Zelf posten doe ik daar niet. Ik treed niet zo snel op de voorgrond. Ik ben liever onbekend hier en bekend bij de Heer, dan andersom.’
De ouders van Ophelie Verhagen wisten haar niet veel te vertellen toen ze interesse kreeg in het katholieke geloof. ‘Eerst twijfelde mijn moeder een beetje, want de katholieke kerk was een paar jaar geleden negatief in het nieuws vanwege misbruikschandalen. Maar toen ze zag dat het mij echt iets deed, zei ze: ik sta er helemaal achter. Mijn ouders vonden het ook prima dat ik ging bidden voor het eten, ze wachten gewoon even. Inmiddels bidt mijn vader af en toe mee, hij is als kind wel gedoopt. Ik denk dat ik hem een beetje heb beïnvloed.’
Ophelie kreeg hulp van een gelovige vriendin die haar meenam naar de kerk. ‘Ik wist ook een klein beetje hoe het ging, want met mijn opa Sjef stak ik altijd kaarsjes aan in de kerk. Hij is zaterdagnacht mijn ‘doopborg’ (doopgetuige, red.). Verder moest ik het toch alleen doen. Vooral in het begin twijfelde ik af en toe nog wel. Hoe kan er nou iemand in de hemel zijn? Als je met het vliegtuig de lucht in vliegt, zie je ook geen hemel. Maar ja, het is een gevoel.’
Ophelie vindt de rust die ze al langer zocht in het geloof, zegt ze. ‘Ik had al het een en ander geprobeerd om rust te vinden, maar dat werkte niet. Toen ik mijn andere opa verloor, hielpen de Bijbelverzen mij. Als ik regelmatig naar de mis ga, is dat even afleiding van het dagelijks leven. Ik kan alles loslaten en alleen met het geloof en met God zijn. En de gemeenschap is belangrijk voor me. Die helpt je verder in het geloof. Het is voor mij alsof het geloof iets heeft gemaakt waarvan ik niet wist dat het gerepareerd moest worden. Toen ik onlangs mijn oma verloor, had ik het even moeilijk om uit bed te komen en naar de mis te gaan, maar daarna doe ik het juist beter dan eerst.’
Ophelie vindt zichzelf geen dogmatische of strenge katholiek, eerder een pragmatische. ‘Kijk, de tien geboden, daar wil ik naar leven, maar dat is niet altijd makkelijk. Ik vind het bijvoorbeeld gewoon vervelend als vrouwen geen baas in eigen buik zijn. Dat is controversieel als ik dit zeg, als christen, maar ik ben voor de eigen keuze. Ik denk soms wel: kan ik dit zeggen? Ik ga daarover in discussie met die gelovige vriendin. Zij vindt dat het niet mag van het geloof. Maar ik vind dat je ook zelf nog logisch kunt nadenken. Als je het niet oké vindt, moet je het zelf gewoon niet doen.’
Dit is een artikel uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant