De Belgische schrijver Evelien De Vlieger laat in haar non-fictieboek over appels de geschiedenis van de vrucht beginnen met een culinair onderlegde, altijd hongerige beer.
Je moet een beetje gek zijn om een non-fictieboek over appels te maken. Zeker als het voor kinderen bedoeld is, die dit alledaagse fruit vooral kennen van een beetje bruin geworden partjes in de lunchtrommel. Maar al na een paar wonderlijke pagina’s merkt de lezer dat appels precies zo spannend en grappig zijn als de Vlaamse schrijver Evelien De Vlieger belooft.
Meteen in het aanstekelijke openingshoofdstuk van De mooiste van het land presenteert ze haar held: een altijd hongerige beer. Die bijt in de oertijd door het eerste, gruwelijk zure appeltje. Als hij een paar uur later de zaden uitpoept, begint de succesvolle verspreiding van zijn toekomstige lievelingseten.
En dat zegt wat, want deze veelvraat heeft een rijk menu: ‘Bessen, een mierenhoop, walnoten, een familie forellen, hazelnoten, een dikke zalm, een berg paddenstoelen, een marmottentweeling en af en toe een pootje gras.’ Het is dankzij zíjn goede smaak, dat eeuwen later voor ons de zoetste appels overblijven.
Of het echt zo is gegaan? Ach. Natuurlijk niet. Waarschijnlijk is er niet één beer, maar een heel leger kauwers en kakkers aan te pas gekomen om de appelevolutie een handje te helpen. Maar het is nonsens dat informatieve boeken uit louter waarheid zouden moeten bestaan. In het geval van de appel is dat buitengewoon lastig. Hij is tientallen miljoenen jaren ouder dan de mens. Niet vreemd dus, dat hij in onze oudste overleveringen voorkomt.
De Vlieger vertelt al die voor de hand liggende appelverhalen nét even anders. Ze had van start kunnen gaan met de Bijbel, met Sneeuwwitje, Willem Tell, een verhaal uit de Griekse mythologie of een minder bekende geschiedenis uit Duizend-en-een-nacht. Die komen zeker aan de orde, maar De Vlieger begint liever met een zelfverzonnen, culinair onderlegde beer.
Ook het onvermijdelijke, wereldberoemde verhaal van Newton en de ontdekking van de zwaartekracht krijgt zo’n vrijzinnige behandeling, waarin de dienstmeid van de wetenschapper de hoofdrol speelt. Niet een appel, maar de onhandige dienstmeid dondert uit de boom. Pas daarna komt de eerste rijpe appel van dat seizoen naar beneden. ‘Zó voorspelbaar’, moppert ze. Voorspelbaar? Dat zet Newton aan het denken. ‘Eureka!’ wordt er pas geroepen als enkele uren later het hondje van de dienstmeid van de pasgebakken appeltaart snoept.
De Vlieger liet haar fantasie tot nu toe vooral de vrije loop in haar verhalende kinderboeken. Bijvoorbeeld in het heerlijk onvoorspelbare Gibbe en de maandagman (2016) en Toen Raaf linksaf sloeg (2022). Haar informatieve publicaties, zoals Het grote kippenboek (2024), laten juist een degelijke kant zien. Deze licht buitenissige mix van allebei die twee kwaliteiten, smakelijke onzin en interessante feiten, smaakt naar meer.
De beste keuze om zoiets te illustreren is de even geestige als precieze tekenaar Wendy Panders. Die kan even goed uit de voeten met dolle stripverhalen als met wetenschappelijk onderbouwde dwarsdoorsnedes, en weet een uitstekende balans te vinden tussen rustige pagina’s met veel en gedetailleerde pagina’s met weinig tekst. Mede dankzij die weloverwogen vormgeving hapt De mooiste van het land heerlijk weg. Waren maar meer informatieve boeken zo.
Evelien De Vlieger en Wendy Panders: De mooiste van het land. Lannoo; 10+; 152 pagina’s; € 25,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant