Home

Andreas Reckwitz schreef een prikkelende studie naar onze omgang met verlies

Volgens de Duitse filosoof Andreas Reckwitz is verlies de constante emotie van deze moderne, razende tijd – elke keer als er iets nieuws wordt bedacht, laten we iets ouds achter ons.

Welk verband bestaat er tussen de klimaatcrisis, groeiende sociale ongelijkheid, zelfhulpboeken zoals De kracht van kwetsbaarheid van Brené Brown en de opkomst van het rechtspopulisme?

Allemaal hebben ze te maken met verlies, zo stelt de Duitse stersocioloog Andreas Reckwitz. Zijn nieuwste boek, getiteld Verlies, was bij verschijning in Duitsland in 2024 een bestseller en is nu door Huub Stegeman vakkundig naar het Nederlands vertaald.

Deze interessante studie vertrekt vanuit een simpele vraag. Sinds de verlichting wordt de westerse moderniteit gekenmerkt door een alomtegenwoordig vooruitgangsgeloof. En er heeft inderdaad op een razend tempo technologische ontwikkeling, economische groei en een stijgende levensstandaard plaatsgevonden.

Maar elke keer als er iets nieuws wordt bedacht, laten we iets ouds achter ons. Zo brengt vooruitgang continu verlies met zich mee, iets waarvoor we volgens Reckwitz blind zijn. Want hoe wordt er in de westerse moderniteit eigenlijk met verlies omgegaan?

Aan de hand van deze vraag presenteert Reckwitz een ‘systematische sociologie van het verlies’. Op deskundige wijze gebruikt hij de categorie verlies als een lens om een breed scala van hedendaagse fenomenen te duiden, van hoe we omgaan met de dood tot aan catastrofes in dystopische fictie, van het individuele ideaal van zelfverwerkelijking tot aan diepere structuurveranderingen in de politiek.

(Het is een eigenaardigheid van Duitse academici dat ze alles wat er onder de zon bestaat willen opnoemen, tot de uitgever kwaad wordt of tot de dood hen inhaalt.)

Maar ondanks deze encyclopedische insteek, zet Reckwitz de grote lijnen van zijn analyse zeer helder neer. Zijn uitgangspunt is dat de samenhang tussen verlies en vooruitgang in de moderniteit wordt gekenmerkt door een ‘verliesparadox’: terwijl de moderniteit aan de ene kant verlies weliswaar afremt, wordt verlies aan de andere kant ook vergroot.

Voorbeeld: de ontwikkeling van de geneeskunde heeft tot gevolg dat er steeds minder mensen aan ziekten overlijden.

Daar staat tegenover dat het verlies groter wordt doordat innovatiedrang er steeds toe leidt dat het oude op de schop moet. Nieuwe technologie is bijvoorbeeld razendsnel weer verouderd.

In feite is de moderniteit een project dat verlies wil wegmoffelen, iets dat uiterst overtuigend wordt beschreven. De dood, in zekere zin het ultieme verlies, moet onzichtbaar worden gemaakt, de verliezers van de maatschappelijke ratrace zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen falen, en de moderne positiviteitscultus rekent af met alle zogenaamd ‘negatieve’ emoties.

Verliesescalatie

Reckwitz besteedt de eerste twee delen van het boek aan hoe verlies altijd al problematisch is geweest voor de moderniteit. In het derde en laatste deel, dat zonder twijfel het spannendst is, komt hij tot een diagnose: sinds de laatmoderniteit – de periode van de jaren zeventig tot nu – is de tegenspraak tussen vooruitgang en verlies problematisch groot geworden. Hij noemt het ‘een verliesescalatie’.

Deze wordt gevoed door meerdere grote ontwikkelingen, waaronder de effecten van de transformatie naar een postindustriële samenleving, een toenemend bewustzijn van de historische wonden die door het kolonialisme zijn toegebracht, vergrijzing en uiteraard de klimaatcrisis. En dit leidt volgens Reckwitz tot een gevaarlijke situatie. Voor het eerst is zelfs de teloorgang van de moderniteit als zodanig denkbaar geworden.

Misschien wel de fascinerendste these in de analyse van Reckwitz is dat er in de laatmoderniteit een ‘subjectivering’ van de vooruitgang zou hebben plaatsgevonden. Tussen de verwachtingen die we hebben over vooruitgang is er op individueel en collectief niveau een discrepantie ontstaan. Hoewel iedereen voor het eigen leven een ongekend hoge mate van ‘subjectieve vervulling’ verwacht, schatten we de toekomst voor de maatschappij als geheel somber in.

Dat roept natuurlijk de vraag op: hoe is individuele vooruitgang mogelijk zonder collectieve vooruitgang? En hoe worden dan de vruchten van werkelijke vooruitgang tussen de ‘winnaars’ en ‘verliezers’ verdeeld?

Vanuit hier is de stap naar het succes van het rechtspopulisme snel gemaakt: ‘Populisme is verliesondernemerschap’, zo stelt Reckwitz, dat wraak op de winnaars belooft.

Cultuurkritiek

Het is opvallend dat Reckwitz erkent dat cultuurcritici sinds Jean-Jacques Rousseau al over verlies hebben nagedacht, maar dat hij uitdrukkelijk afstand neemt van de traditie van de cultuurkritiek.

Hij zegt te kiezen voor een ‘nuchtere’ aanpak. Hij stelt zijn diagnose als een welwillende liberaal die zich zorgen maakt over de toekomst. Op sommige punten heeft dat een bevreemdend depolitiserende werking, zoals telkens wanneer ‘laatmoderniteit’ uitdrukkelijk een eufemisme lijkt voor ‘kapitalisme’, of wanneer hij er in de inleiding zeer terecht op wijst dat het algemene gevoel van verlies weleens gerelateerd zou kunnen zijn aan de afbrokkelende machtspositie van de Verenigde Staten en Europa op het wereldtoneel (hét cruciale gegeven), maar daar verder niet op ingaat.

Reckwitz’ antwoord op de overduidelijke crisis van de laatmoderniteit is dat we moeten streven naar een ‘herstel’ van de moderniteit zelf. De praktische wenken die hij daarvoor biedt blijven een beetje vrijblijvend. Zo gaat het om het innemen van een ‘zelfreflexieve houding’, het kweken van ‘veerkracht’, en het streven naar rechtvaardigheid door het evenwicht tussen winnaars en verliezers in evenwicht te brengen.

Voor iemand die daarvoor nog sprak over de teloorgang van de moderniteit, klinkt dit plotseling wel heel erg gematigd.

Dat neemt niet weg dat Verlies zeker gelezen moet worden, al is het voor de algemeen geïnteresseerde lezer soms misschien wat te academisch. Het is een boeiende en prikkelende studie naar hoe we ons in de westerse moderniteit tot verlies, in allerlei facetten, verhouden. Het brengt een zinnige boodschap, namelijk dat we in het Westen in de eerste plaats dit verlies onder ogen zouden moeten komen, in plaats van de vlucht naar voren te kiezen – de afgrond in.

Andreas Reckwitz: Verlies – Een kernprobleem van de moderniteit. Uit het Duits vertaald door Huub Stegeman. Boom; 512 pagina’s; € 39,90.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next