Home

In ‘Schiereiland’ volgt Kristine Bilkau de regels van de roman perfect op. Misschien wel té perfect

De keurige roman, over een beklemmende moeder-dochterrelatie, is cerebraal en alledaags, maar heeft toch de doorleesfactor. Dat zit ’m in Bilkaus meesterlijke informatiedosering.

Tijdens een wandeling die Annett en haar dochter Linn maken naar een van de Halligen in het noordelijke deel van de Duitse Waddenzee, samen met een groepje ruiters, rukt een schimmel zich los. In plaats van naar de kust rent hij naar het noorden, als een soort zelfsabotage: ‘dat alleen heeft al bijna iets menselijks’.

Linn probeert hem terug te halen, maar het lijkt er eerder op dat het paard haar dieper het wad op lokt, richting de komende vloed. Annett krijgt het omineuze gevoel ‘dat er een scheur ontstaat in het heden waarachter iets op de loer ligt (...) en van de ene op de andere seconde stond ik open voor alle duistere mythes en sagen die hier ronddwaalden’.

Alsof ‘het skelet van een paard bij maanlicht wakker wordt als dier van vlees en bloed’.

Een paard dat tijdens ‘De Grote Mandrenke, de Tweede Sint-Marcellusvloed’ in 1362 verdronk, waarbij ook een stad op dit schiereiland, decor van de roman, werd verzwolgen, als straf van God.

Isolatie en autonomie

Deze scène is een hoogtepunt in de met de Leipziger Buchpreis bekroonde roman Schiereiland van de Duitse schrijfster Kristine Bilkau (1974). We volgen de bijna 50-jarige weduwe Annett, die haar man Johan zo’n twintig jaar eerder heeft verloren, en haar 25-jarige dochter Linn, die terugkeert naar haar moeder om thuis te herstellen van een burn-out.

Ruimtes zijn van belang (het huis en dat van de buren, de Wadden, de Noordzee, de Halligen, een bos, een hotel), maar met name wat ze oproepen, zoals isolatie, autonomie, afhankelijkheid, zorg.

Bilkau zegt schatplichtig te zijn aan de ideeën van de Franse filosoof Gaston Bachelard, die in zijn boek La poétique de l’espace (1957) de emotionele, innerlijke ervaring van ruimtes onderzoekt. Hij beschouwt het huis als een weergave van de menselijke psyche, het nest een fragiele plek die stabiliteit suggereert.

Volgens Bachelard zijn de oerelementen archetypes die steeds terugkeren in onze verbeelding, zoals in deze roman het element water, dat mede de rouw van Annett verbeeldt: ‘mijn vertwijfeling was net diep, zwart water’.

Schiereiland heeft een sterke samenhang, alle details grijpen in elkaar, en tegelijk volgt Bilkau de wetten van Aristoteles’ Poëtica perfect op, misschien wel té perfect (zo wordt de beginscène op het einde netjes herhaald). Voor het overgrote deel vond ik het een nogal cerebraal en tegelijk alledaags boek. De gedachten en overwegingen van Annett, hoewel zeer herkenbaar, vond ik vrij voor de hand liggend.

Wonderlijk genoeg wilde ik toch verder lezen. Hoe kan dat?

Schiereiland en vasteland

In een interview vergelijkt Bilkau schrijven met een tocht door een grot, ‘je gaat langzaamaan vooruit, schijnt hier en daar met licht en ontdekt gaandeweg in wat voor labyrint je zit’.

Ze is een meester in het doseren van informatie, waardoor je steeds dichter bij Annett komt en je net als zij meer begrip krijgt voor Linn, die haar glansrijke carrière bij een milieuadviesbureau abrupt heeft afgebroken. Gaandeweg ontworstelt zowel moeder als dochter zich aan hun beklemmende band, al blijven ze aan elkaar verbonden als een schiereiland aan het vasteland.

Er zijn mooie parallellen. Bijvoorbeeld hoe men aan de hand van overblijfselen van de verzonken stad de fundamenten wil lokaliseren, en hoe Linn uit de opgeslagen dingen in de kelder haar verleden, met name dat van haar vader, die ze nauwelijks heeft gekend, wil terughalen.

Wanneer Linn, klimaatadviseur, tijdens een lezing, waarin ze haar eigen bedrijf aan de schandpaal wil nagelen, flauwvalt van de spanning en ze een kunstwerk beschadigt met haar druivensap – een mooie knipoog naar de klimaatacties in musea – komt de moeder-dochterrelatie op scherp te staan. De ontknoping van een gewelddadig optreden tegen een klimaatactiviste, waarbij het niet duidelijk is of het haar eigen dochter betreft, ontvouwt Bilkau eveneens prachtig. En haar minimalistische, melancholische stijl echoot het landschap.

Jongere geliefde

Maar bovenal ontroert Annett me. Haar eenzaamheid, haar verlangen naar autonomie. Haar ontluikende liefde voor de twintig jaar jongere Levin, van dezelfde generatie als haar dochter, laat haar reflecteren op haar al te beschermende opvoeding, die Linn niet crisisbestendig lijkt te hebben gemaakt, net zoals wellicht veel twintigers van nu.

Haar innerlijke dialoog wordt verbeeld door wat haar overleden man tegen haar zegt, hij zwengelt haar introspectie aan en verzacht haar zelfkritiek, al is het jammer dat ze uiteindelijk uitlegt dat het haar eigen stem is.

Bilkau wilde nauwkeurig schrijven over taal en oprechtheid, ‘in leisen Tönen über grosse Themen’. Dat is gelukt, maar toch had ik graag meer betoverende scènes willen lezen, zoals die met het paard en enkele liefdesscènes met Annett en Levin.

‘Waar ligt eenzaamheid op de loer? Achter de verandering of achter het vertrouwde?’ vraagt Annett zich af. Het laat zich raden, als ze tegen het einde Levin weer opzoekt, haar eigen leven in de hand neemt, de scheur in het heden dicht, gewoon in dat overweldigende nú.

Kristine Bilkau: Schiereiland. Uit het Duits vertaald door Ymke van der Staay. Cossee; 216 pagina’s; € 22,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next