Home

Schrijven was haar grote liefde: de termen van Karin Spaink (1957-2026) belandden zelfs in de Dikke Van Dale

Een heel leven lang heeft schrijver en journalist Karin Spaink strijd geleverd, in haar columns en boeken voor feminisme, lhbti-rechten en digitale veiligheid, en in haar persoonlijke leven tegen veel ziekte en tegenspoed. Spaink, die koos voor euthanasie nadat haar gezondheid flink was verslechterd, overleed vrijdag op 68-jarige leeftijd.

‘Als alles volgens plan is verlopen, ben ik vanochtend overleden – een dood waarvoor ik zelf heb gekozen, en die ik maandenlang heb besproken en voorbereid.’

Het zijn de woorden waarmee schrijver en journalist Karin Spaink haar ‘allerlaatste stukje’ op haar eigen website begint. Spaink overleed vrijdag op 68-jarige leeftijd in haar huis in Amsterdam in het bijzijn van haar naasten, nadat haar gezondheid de afgelopen jaren flink was verslechterd. Spaink kampte met multiple sclerosis, een ongeneeslijke auto-immuunziekte die het centraal zenuwstelsel aantast.

Ze koos voor euthanasie, een langgekoesterde wens voor wanneer haar gezondheid verder zou verslechteren. In haar afscheidsbrief: ‘In plaats van af te wachten, verkoos ik de dood. Ook die radicaliteit zit in mijn karakter, ik ga liever out with a bang: bij mijn volle besef, in staat om alles zelf te regelen.’

Haar denken over leven en dood werd altijd ‘sterk gekleurd door haar haperende gezondheid’. Spaink kampte met anorexia, kreeg borstkanker, had een hersenbloeding, en werd in 1986 gediagnosticeerd met MS. Na de dood van haar hartsvriendin belandde Spaink in de jaren tien in een diepe, jarenlange depressie. ‘Telkens heb ik mezelf uiteindelijk herpakt, vaak met hulp van mijn vrienden.’

Strijdvaardigheid

Het past bij de strijdvaardigheid die Spaink (1957) haar hele leven kenmerkte. Spaink was ruim dertig jaar columnist bij Het Parool en was een van de medeoprichters van Bits of Freedom, een organisatie die zich hardmaakt voor digitale burgerrechten en veiligheid.

Ook schreef Spaink twaalf boeken, waaronder Het strafbare lichaam (1992), waarin ze de strijd aanbond met zogenaamde hulpverleners die beweren dat fysieke ziektes ‘tussen de oren zitten’. De door Spaink gemunte termen ‘orenmaffia’ en ‘kwakdenkers’ belandden, tot haar grote trots, in de Dikke Van Dale.

In 2001 schreef Spaink De dood in doordrukstrip, een boek met essays en verhalen over euthanasie en zelfdoding. In een afscheidsinterview met Follow the Money, waar ze na 2018 zeven jaar chef was van de eindredactie, zei Spaink daarover: ‘Bij alles waarvoor ik schrijf, heb ik een persoonlijk motief.’

Het motto op haar website is dan ook niet voor niets ‘I write, therefore I am’. In gesprek met Follow the Money: ‘Ik ben altijd beter geweest in schrijven dan in praten of in debatteren. Ik heb tijd nodig om na te denken en argumenten op een rijtje te zetten. Schrijven is mijn manier van zijn, mijn liefde.’

Rode Canta

En schrijven, dat deed Spaink al vanaf jonge leeftijd: voor schoolkrantjes op de lagere én de middelbare school, later voor een studentenblad en het partijblad van de PSP, de voorloper van GroenLinks waarvoor ze enige tijd werkte.

Maar Spaink wilde zich ook breder ontwikkelen: ze deed een lerarenopleiding Engels, studeerde sociologie en deed een opleiding tot computerprogrammeur. Voordat ze fulltime schrijver en journalist werd, werkte ze enige tijd als docent Engels en als programmeur bij vliegtuigfabriek Fokker.

Als journalist en essayist schreef Spaink over een veelvoud aan onderwerpen, onder meer over feminisme, lhbti-rechten en politieke kwesties maar óók bijvoorbeeld over de Canta (Spaink reed zelf jarenlang in haar vertrouwde rode brommobiel door woonplaats Amsterdam).

De constante in Spainks carrière was dat haar schrijven altijd een doel moest dienen. Tegenover Follow the Money: ‘Voor platitudes hoef je geen bomen om te hakken, die zijn het papier niet waard. Er moet iets op het spel staan, anders hoef je het niet te doen.’ Daarom stopte ze na dertig jaar ook als columnist bij Het Parool: Spaink had het idee dat ze alles wel had gezegd.

Kijken naar balletdansers

In 2018 werd Spaink chef van de eindredactie van Follow the Money. In een postuum noemt hoofdredacteur Harry Lensink Spaink de ‘godmother’ van het platform. ‘Met haar hang naar heldere taal, haar kleurrijke uitstraling, haar grote maatschappelijke betrokkenheid en dito streven naar saamhorigheid, was ze bepalend voor wie we zijn geworden.’

In april vorig jaar moest Spaink haar werk bij Follow the Money tot haar grote teleurstelling noodgedwongen stopzetten door haar verslechterde gezondheid, waarna ze zich langzaam neerlegde bij haar lot. Haar ‘allerlaatste project’ werd het organiseren van haar eigen dood, waarbij ze zo goed mogelijk afscheid wilde nemen van haar naasten, door die nauw te betrekken bij haar euthanasie.

Zelf weigerde Spaink zichzelf altijd te definiëren als iemand die ziek is. In een interview met Het Parool: ‘Ik heb een handicap en dat is een soort vaste staat van zijn geworden. Als ik mensen zag rennen, dacht ik vaak: wat handig als je dat kan. Mijn wereld bestaat uit kijken naar balletdansers. Je denkt: fantastisch. Ik kan het niet, maar prachtig dat zij het wel kunnen. Mijn handicap is voor mij zo gewoon geworden dat ik in mijn dromen ook met een stok loop.’

Uitgestreden was ze nooit helemaal: ook na haar dood blijft Spaink zich inzetten voor digitale burgerrechten. Zo laat ze een deel van haar spaargeld na aan Bits of Freedom en The Firewall, de nieuwste organisatie van voormalig Follow the Money-hoofdredacteur Eric Smit, die zich inzet om DigiD in Nederlandse handen te houden. Spaink daarover in gesprek met Follow the Money: ‘Ik vind het onuitstaanbaar dat het kabinet overweegt dat DigiD in Amerikaanse handen mag komen. Als deze organisaties hun rol als digitale waakhond niet pakken, doet niemand het. Dat moet je dus altijd steunen.’

Uiteindelijk hield Spaink het achttien jaar langer vol dan ze zelf had gedacht. Bang voor de dood is ze naar eigen zeggen nooit geweest, ze vreesde vooral de afhankelijkheid. In haar afscheidsbrief: ‘Wanneer ik afhankelijk word, ben ik niet te harden. Het botst simpelweg met mijn karakter om vaak om hulp te moeten vragen. Te vroeg sterven vind ik oprecht minder erg dan het vooruitzicht mijn zelfstandigheid te gaan verliezen.’

In haar laatste woorden geeft Karin Spaink haar lezers nog één advies: ‘Je mag altijd je eigen grenzen stellen, en daarnaar leven – of ervoor sterven.’

In aanloop naar haar levenseinde organiseerde Spaink wekelijkse borrels in een Amsterdamse brouwerij, om afscheid te nemen van vrienden en kennissen. ‘Het voelde als sterven in schoonheid’, schreef ze daarover.

Spaink hield van (veel) planten. Toen de verzorging van haar hoya’s fysiek niet meer ging, doneerde ze die aan de Hortus Botanicus. Haar hersthoornplanten vinden daar ook een nieuw thuis.

Toen Parool-verslaggever Marcel Wiegman in een afscheidsinterview aan haar vroeg het het met haar ging, antwoorde Spaink op z’n Spainks: ‘Kut, en verder best goed.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next