DEN HAAG - Je kunt het je waarschijnlijk niet meer voorstellen, maar op de plek in Den Haag waar nu het provinciehuis staat, liepen tot 1943 olifanten, leeuwen en beren rond. Tachtig jaar lang stond hier de Haagse dierentuin. In het provinciehuis kun je nu een tentoonstelling bezoeken over de geschiedenis van deze verdwenen toeristische trekpleister.
Amsterdam had Artis en Rotterdam had de Diergaarde: besloten wandelparken met dieren uit alle windstreken, gesticht door rijke zakenmensen. Om er naar binnen te mogen, moest je lid zijn.
In de dierentuinen werd veel genetwerkt, zakengedaan en geschikte huwelijkskandidaten gezocht. De dieren en planten waren vooral een leuk exotisch decor.
In Den Haag bestond het Koninklijk Zoölogisch Botanisch Genootschap, dat de ambitie had om ook in de hofstad zo'n wandelpark te realiseren. De Haagse Dierentuin opende in 1863 aan de Benoordenhoutseweg.
Het park was ontworpen en gebouwd naar Amsterdams en Rotterdams voorbeeld, maar was duidelijk kleinschaliger. 'Dit was meer een kleine stadsdierentuin', vertelt Rik van der Burg.
Rik beheert de kunstcollectie van het provinciehuis. Daar zitten veel stukken tussen die over de dierentuin gaan. Foto's, ontwerpen van gebouwen, ansichtkaarten en schilderijen.
Hij is gefascineerd door de Haagse dierentuin, die naar Frans voorbeeld is ontworpen. 'Het waren veel vijvers en waterpartijen met vogels. En dat groeide uit tot meer. Maar het was nooit de bedoeling om echt een hele grote dierentuin in Den Haag neer te zetten'.
De dierentuin was kleinschalig, maar in de loop der jaren arriveerden er wel degelijk flinke bewoners. Zoals de olifanten, leeuwen, tijgers, zeeleeuwen en zelfs giraffen. Ook had de Haagse Dierentuin een klein aquariumgebouw en een kas met tropische planten.
In 1893 opende een groot hoofdgebouw, waar concerten en andere evenementen konden worden gehouden. Het rijkversierde gebouw kreeg de bijnaam 'Het Moorse Paleis'.
Tijden veranderden en vanaf 1880 kregen ook 'gewone' Hagenaars vaker toegang tot het dierenpark. De dierentuin werd steeds meer een evenementenlocatie, waar feesten en kermissen plaatsvonden.
In 1943 kwam er een abrupt einde aan de Haagse Dierentuin. De Duitsers hadden het terrein nodig om de Atlantikwall aan te leggen. De dieren verhuisden naar Artis en het pas geopende Diergaarde Blijdorp in Rotterdam.
De gebouwen en dierenverblijven werden zonder pardon platgegooid. Alleen het Moorse Paleis stond blijkbaar niet in de weg: dat mocht blijven staan.
Na de oorlog is de Haagse Dierentuin niet meer opnieuw opgebouwd. Het is wel geprobeerd: zo keerden twee beren terug die na de ontruiming waren verhuisd naar Zwitserland. Hun voormalige berenkuil werd hier zelfs voor gerenoveerd.
Het project was geen succes. De ene beer overleed al snel en de andere vertrok naar Dierenpark Wassenaar, dat in 1937 was geopend.
De herinneringen aan de Haagse dierentuin zijn langzaam verdwenen. De meeste bezoekers en medewerkers van toen leven niet meer. Maar het Moorse Paleis is nog niet vergeten. Het gebouw werd na de oorlog een begrip in Den Haag en is tot 1968 blijven staan.
In het gebouw werd onder meer de allereerste Pasar Malam gehouden. Hagenaars die na de oorlog zijn geboren kenden het ook onder de naam 'Haagse Dierentuin' en vroegen zich vaak af waarom het zo heette. Er was immers geen dierentuin meer te bekennen.
'Het gebouw had een heel sociale functie. Er werden bokswedstrijden gehouden, dansavonden, hondenshows, autotentoonstellingen en feesten. Het was echt een grote evenementenhal in de stad. Veel stelletjes hebben elkaar hier ontmoet tijdens een eerste dansavond', vertelt Rik van der Burg.
Veel mensen vinden het nog steeds jammer dat het gebouw er niet meer staat. Rik denkt dat het te maken heeft met de tijdgeest.
'Het gebouw had flink wat achterstallig onderhoud. Dat speelde zeker mee, maar vooral was er na de oorlog sprake van een enorme vernieuwingsdrang'.
De tentoonstelling over de Haagse dierentuin is nu te zien in het provinciehuis.
Source: Omroep West Den Haag