Home

‘Lokale gemeenschappen moeten trots worden op hún bedreigde vissen en ze niet verkopen voor aquaria’

Olabisi Atofarati | zoetwaterbioloog De Nigeriaanse Olabisi Atofarati (33) doet onderzoek naar kogelvissen en killivissen en beschermt de met uitsterven bedreigde soorten tegen de internationale aquariumhandel. Ze kreeg er in Burger’s Zoo de Future for Nature Award voor.

Olabisi Atofarati.

Het is inmiddels een vertrouwd gezicht voor de mensen die in het zuiden van Nigeria langs de vele rivieren, poelen en watervallen van Cross River wonen: bioloog Olabisi Atofarati die op Crocs en in skinny jeans („de beste bescherming tegen bloedzuigers”) door een ondiepe poel in het oerwoud waadt. Kleurrijke vissen schieten weg vanonder stenen terwijl ze vooroverbuigt en met handschoenen aan kleine monsters van het water neemt, om later in een lab te onderzoeken. Het leverde haar lokaal de bijnaam ‘water woman’ op.

Atofarati is de eerste vrouwelijke zoetwaterbioloog van Nigeria. De watermonsters stellen haar in staat het genoom van nauwelijks bestudeerde vissen in kaart te brengen. Via omgevings-dna kan ze informatie over die vissen aan het water aflezen, zonder ze te vangen. Ze bestudeert alleen het materiaal – zoals huidcellen en afvalstoffen – dat ze in het water achterlaten. Een van de soorten die ze onderzocht is de crossriverkogelvis (Tetraodon pustulatus), die alleen leeft in een deel van het oerwoudrijke stroomgebied van Cross River, zowel de naam van een rivier als van de staat waar de rivier doorheen stroomt.

De crossriverkogelvis is een intelligente roofvis met felrode vlekken, zo’n dertig tot veertig centimeter groot, die zich net als alle kogelvissen bij gevaar opblaast tot een kogelronde, stekelige bal om zijn vijanden af te schrikken. Door hun populariteit als siervis staan ze nu als bedreigd op de Rode Lijst van natuurorganisatie de IUCN. Hoe zeldzamer hoe duurder: op internationale aquariumwebsites kost één crossriverkogelvis tot wel 800 Amerikaanse dollar (een kleine 700 euro). Atofarati: „Eerst wilde ik vooral begrijpen waarom ze endemisch zijn [nergens anders levend] en hun taxonomische stamboom in kaart brengen. Maar toen ik erachter kwam dat ze bijna waren uitgestorven, ben ik naast wetenschapper ook activist geworden.”

Ze ontdekte dat er aan het begin van de handelsketen, bij de inheemse gemeenschappen in het regenwoud, aanzienlijk minder voor zeldzame zoetwatervissen wordt betaald: „Er komen tussenhandelaren naar zo’n dorp toe. Vooral jongeren zijn daar gevoelig voor en vangen vissen in ruil voor wat cashgeld. Om de crossriverkogelvis te redden wist ik dat ik dáár moest beginnen: in die dorpen. Het was nu of nooit.”

Nigeria is een grote, groeiende exporteur van tropische siervissen en de handel is nauwelijks gereguleerd. De omvang van de markt werd vorig jaar geschat op zo’n 45 miljoen dollar. Populaire soorten naast kogelvissen zijn kersenbuikcichliden, Afrikaanse vlindervissen en wimpelalen. Veruit de meeste vissen worden wild gevangen, al kweken boeren ook steeds vaker siervissen in kleine aardewerken tanks.

Atofarati: „Ik ben gewoon naar die inheemse gemeenschappen gegaan om te praten, want ik wist dat een landelijk verbod weleens lang zou kunnen duren.” Ze kwam daar niet met wetenschappelijke verhalen, maar speelde in op hun – zoals ze zelf zegt – emotionele bewustzijn. „Ze moesten gewoon trots worden op hún vis, die alleen daar voorkomt.”

En dat gebeurde: uiteindelijk regelde de hoogste traditionele leider van Cross River – Chief Mathew Bissong – een lokaal handelsverbod op de kogelvissen, gekoppeld aan een flinke boete. Natuurbeschermers kwamen naar haar toe om te vragen hoe ze dat had klaargespeeld, nog zonder organisatie achter zich. En altijd vertelt ze dan over de samenwerking die ze zocht: met vrouwengroepen, jongerenclubs en traditionele leiders. „Ik leg mijn ideeën niet op; ik bleef gewoon terugkomen, net zolang tot de mensen zelf in actie kwamen.” Momenteel probeert ze hetzelfde verbod ook op hoger niveau te bewerkstelligen.

In het sterk patriarchale Nigeria is het niet vanzelfsprekend dat een vrouw bioloog wordt en veldwerk doet. De oerwoudrivieren die ze onderzoekt liggen in Cross River National Park, een van de vijfentwintig grootste hotspots voor biodiversiteit op aarde, maar zeer afgelegen met nauwelijks wegen. Ze kende het gebied echter al een beetje via mede-biologiestudenten die daar landdieren onderzoeken, zoals gorilla’s en bosolifanten. Dat ze zich uiteindelijk op de zoetwatervissen stortte kwam vooral door een hoogleraar hydrobiologie, zo ongeveer de enige vrouw aan de biologiefaculteit van de Universiteit van Abuja: „Een heel stoere, hardwerkende vrouw, die me veel adviezen gaf, ook op persoonlijk vlak. Maar zoetwatervissen zijn ook gewoon heel mooi en interessant, juist omdat ze nog nauwelijks bestudeerd zijn.”

In de begintijd van haar veldwerk, vooral als ze traditionele leiders moest overtuigen, had ze altijd twee mannelijke collega’s aan haar zijde. Die werken nu voor haar eigen stichting Aquatic System Conservation, waarmee ze het beschermingswerk voor de zoetwatervissen van Cross River voortzet.

Daarnaast doet ze nu een PhD aan Howard University in Washington DC. Ze brengt via het microbioom van verschillende zoetwatervissen ecologische veranderingen in kaart. Dat is hard nodig, want de vissen worden niet alleen bedreigd door de internationale aquariumhandel. Pesticiden die gebruikt worden op palmolie- en mangoplantages langs de rivieren spoelen uit en komen in de waterlichamen terecht. Voor haar werk kreeg ze onlangs in Burger’s Zoo de Future for Nature Award. Ze wil het prijzengeld, 50.000 euro, mede aanwenden om boeren aan alternatieve inkomstenbronnen te helpen, zodat ze de mogelijk lagere opbrengst van hun producten als ze stoppen met de bestrijdingsmiddelen, kunnen compenseren.

De endemische vis waarvoor ze nu het hardst campagne voert is de scheeli-killivis (Fundulopanchax scheeli), een klein en kleurrijk visje dat eveneens populair is bij aquariumhouders en nu met uitsterven wordt bedreigd. Killivissen zijn zo schuw dat ze vaak al wegschieten wanneer Atofarati op haar Crocs door de oerwoudstromen ploegt en in de buurt komt. Gelukkig kan ze dankzij omgevings-dna het ‘geheugen’ van water inzetten om ze te onderzoeken. Maar zoals het water de vissen onthoudt via de kleine sporen die ze achterlaten, zo onthouden de vissen het water: als dat vervuild is, komt die vervuiling ook in de vissen terecht. Atofarati: „Het is allemaal met elkaar verbonden. Daarom leg ik een database aan met genetische informatie over de vissen zelf, maar ook over het ecosysteem waar ze doorheen bewegen.”

Ze hoopt dat toekomstige zoetwaterbiologen hierop zullen voortbouwen en zo hun voorstellen voor bescherming kunnen onderbouwen met data. Atofarati: „We kunnen uiteindelijk alleen beschermen wat we kennen.”

Jonge natuurbeschermers De Future for Nature Awards

De Future for Nature Awards worden jaarlijks in Burger’s Zoo uitgereikt aan drie jonge natuurbeschermers onder de 35. Naast Olabisi Atofarati zijn de winnaars dit jaar Dayana Blanco (27), een inheemse Aymara-vrouw uit Bolivia die flamingo’s beschermt in het Uru Uru-meer, en Marina Kameni (35), die bedreigde kikkersoorten beschermt in Kameroen en als eerste vrouw in haar land een organisatie voor herpetologie leidt.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Natuur en milieu

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next