In mijn jeugd was ik ponymeisje. Ieder zijn eigen duistere verleden. Daarbij behoorde ik tot de ponymeisjes uit de sociale huursector. Wij konden ons geen paardrijlessen op een manege veroorloven dus hielpen we op boerderijen, meestal met de pony’s, om als de kans zich voordeed daarop te kunnen rijden. Moesten we die mensschuwe knollen wel vooraf zelf temmen.
Zo komt het dat ik als tiener regelmatig paarden, pony’s, schapen en koeien heb gedreven. Van het ene naar het andere weiland of stallen en trailers in. Een prooidier drijven in je eentje is niet te doen, maar met drie of vier ponymeisjes krijg je zelfs de meest verwilderde hengst van A naar B zonder dat hij onderweg over de snelweg draaft. Een seizoen later loopt die hengst met een hals vol vlechtjes aan een halstertouw, maar dat terzijde.
Door dit verleden kon ik niet begrijpen waarom de halve Groningse politiemacht, in samenwerking met de NVWA én een dierenarts, niet in staat bleek een uit het slachthuis gevluchte stier, toch een prooidier, bij een snelweg vandaan te houden zonder inzet van dodelijk scherpschuttersgeweld. Met vijf geweerkogels en een pistoolschot executeerden ze de stier op klaarlichte dag, waarna een dierenarts zijn halsslagader kwam doorsnijden.
Hadden ze een peloton ponymeisjes erbij gehaald dan dreven die de snelwegstier als het moest een politiecel in. Als je een tam prooidier niet bij een weg vandaan kunt houden, wat doe je dan bij de politie? Wat wilde je dan klaarspelen als Defend-groepen je dorp komen vernielen? Afschieten? Of toch maar drijven? En wat als er een labradoodle bij een snelweg ontsnapt? Dat is van oorsprong een roofdier. Gooi je er dan napalm op?
Toen de waas voor mijn ogen wegtrok, zag ik een mogelijk positief flintertje aan dit zinloze geweld. Zoals die stier in de openbaarheid gedood werd, gaat het er ongeveer aan toe in het slachthuis, maar dan uit het zicht. Ook daar worden deze zachtmoedige dieren eerst afgeschoten met een soort pistool. Niet van politieafstand, maar van dichtbij. Daarvoor worden ze een krappe box ingedreven. Ook dan proberen ze te ontsnappen. Die beelden halen het nieuws honderden keren per dag niet. Het wapen in het slachthuis schiet een pin af. Die gaat óf hard tegen het schedelbot of daardoorheen. In theorie zijn de dieren daarna bewusteloos. Dat heet dan verdoving. Prettig bijverschijnsel daarvan is dat ze in die weerloze toestand makkelijker op te hangen zijn. Ook dan wordt de hals doorgesneden. Niet door een hoogopgeleide dierenarts die zijn bezwaren in de media mag ventileren, maar door een slachthuismedewerker die niet één halsslagader per dag doorsnijdt, maar tientallen, zo niet honderden.
De stier aan de N7 toonde dierenconsumenten welke levens ze opeisen voor een paar minuten smaakplezier: die van dappere dieren die intelligent genoeg zijn om een twee uur durende klopjacht lang uit handen van de politie te blijven. Dat zie ik de meeste vleeseters niet voor elkaar krijgen. Misschien kon deze stier die consumenten eraan herinneren dat steeds wanneer zij een stuk dierenlijf afrekenen, dat impliceert dat er verderop een wapen wordt doorgeladen. De meeste diereneters zullen hun wreedheid met een snertexcuus verdedigen: gewoonte, eiwitten, gewoon lekker, maar misschien dat iemand bij het zien van die openbare executie dacht: ‘En nu is het klaar. Ik wil hier geen deel meer van zijn. Nooit geef ik weer bevel tot het overhalen van die trekker.’
In dat geval was de dood van die mooie snelwegstier misschien niet helemaal voor niets.