Bij het Grachtenmuseum in Amsterdam, we benutten de Museumjaarkaarten tot het uiterste, troffen we een echtpaar uit Boston waarvan de man de verplichte virtuele rondleiding te lang vond duren. Hij trok al aan klink, wilde eerder een kamer uit, terwijl we dat groepsgewijs pas twee minuten later mochten. Zijn vrouw verontschuldigde zich. Ze waren de dag ervoor nog in Florence, een prachtige Italiaanse stad waar „niets” goed geregeld was. Haar man had er het geduld met Europa verloren, maar zei ze erbij, het was bedoeld als groot compliment: Amsterdam was anders dan Italië.
„Well organized.”
Ze waren hier voor de cultuur en historische gebouwen, ik ging er klakkeloos vanuit dat ze Democraten waren, dat ze een hekel zouden hebben aan Trump, maar het tegenovergestelde was waar. De vrouw trok een parallel met een paard dat elke dag met de vlakke hand wat lekkers kreeg gevoerd, maar dat nu ook weer eens door dezelfde hand met de zweep kreeg omdat het vergeten was hoe het moest rennen.
„Who is the horse?”, vroeg ik.
„Europe”, zei de vrouw.
Haar man vulde aan dat het ene paard het andere niet was, dat hadden ze tijdens hun expeditie door het oudecontinent dan toch ook ontdekt: het ene paard pakt het sneller op dan het andere.
De man: „Italië is een mank paard.”
Daarna maakte hij een ondefinieerbaar geluid. Ik moet hem vreemd hebben aangekeken, het was onduidelijk of het uit zijn mond of buik kwam. Ze hadden de avond ervoor tagliatelle carbonara gegeten, het was vooral bij hem slecht gevallen.
„Italian food”, zei ik, waarschijnlijk om mee te praten.
Zij: „No, Rembrandtplein.”
Hij voegde eraan toe dat hij diarree had en dat hij tijdens de rondleiding al twee keer naar de wc was geweest. Hij vond de toiletten in grachtenpanden niet goed, maar wel beter dan in Florence waar helemaal niets goed was geregeld, maar toen had hij nog geen diarree.
Ze gingen nog naar het Rijksmuseum, naar the windmills aan de Zaanse Schans, naar Rotterdam en naar the flowers, waar ze waarschijnlijk de Keukenhof mee bedoelden hoewel ik niet zeker wist of die nog open was. Had ik nog een tip voor de vrije dinsdagmiddag? Ik begon natuurlijk over Arnhem, kenden ze de film A bridge too far?, maar trok halverwege mijn keutel in.
„Loosdrecht”, hoorde ik mezelf zeggen.
Loosdrecht, voor de totale Dutch experience.