Eindexamens Scholen mogen leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben op een aangepaste manier examen laten doen. Dat gebeurt steeds vaker, blijkt uit cijfers die NRC opvroeg. Maar er zijn grenzen. „Soms is het niet de leerling die erom vraagt, maar zijn het gestreste ouders die willen dat hun kind het examen maakt in een apart lokaal.”
Een examen op het Alkmaarse Stedelijk Dalton College, afgelopen vrijdag op de eerste dag van de eindexamens.
Een middelbare scholier in Barneveld was vorig jaar zo gestrest voor het eindexamen, dat de school iets creatiefs verzon om deze leerling op haar gemak te stellen. Ze mocht bij een knappend haardvuurtje haar examen maken. Geen echt vuur, maar een beeldscherm waarop de vlammen flakkerden. In een apart lokaal, met twee surveillanten.
Eigenlijk had ze gevraagd of ze muziek mocht luisteren tijdens het eindexamen, want de stilte werkte op haar zenuwen. „Dat vonden we geen optie”, vertelt Uulke van Barneveld, die de examens regelt op De Meerwaarde, de vmbo-school waar dit zich afspeelde. „Maar omdat ze het jaar ervoor al gezakt was en nu weer zo verschrikkelijk veel stress had voor het herexamen, wilden we toch iets doen.” Ze slaagde.
Het aanpassen van de omgeving waarin leerlingen examen doen, komt vaker voor. Dit jaar hebben verschillende scholen hun examenzalen, vaak gymzalen, aangekleed met planten. Ze hopen dat hun leerlingen tussen het groen beter ontspannen en minder last hebben van de grote, lege ruimte waarin ze examen moeten doen.
Scholen hebben, binnen de wettelijke kaders, veel vrijheid om aanpassingen te maken voor leerlingen tijdens het eindexamen. „De voornaamste eis is dat het examen er inhoudelijk niet makkelijker door mag worden”, legt Machteld Kruidenier uit. Ze is manager passend examineren bij het College voor Toetsen en Examens (CvTE), dat de exameneisen vaststelt.
Als de school een leerling het examen in een aparte, prikkelarme ruimte laat maken of hem of haar tussendoor pauze laat nemen, om even te ontspannen of medicijnen in te nemen, is dat zonder meer toegestaan. Ook mogen leerlingen die moeite hebben met schrijven gebruikmaken van de computer als schrijfgerei, mét spellingscontrole, behalve bij Nederlands. De school moet er wel voor zorgen dat de leerling tijdens het examen geen toegang heeft tot internet.
Iets anders wordt het als een leerling extra tijd krijgt om het examen te maken, hulp krijgt bij het schrijven of tekenen of voorleessoftware gebruikt, als er een gebarentolk is die vertaalt, of als er een aangepaste examenopgave wordt gebruikt, bijvoorbeeld in braille.
Dan moet de school de aanpassing melden aan de Inspectie voor het Onderwijs, omdat die invloed kan hebben op wat er wordt getoetst. „Het examen maken in de gestelde tijd is deel van de exameneis”, legt Kruidenier uit. Daarom moet de school kunnen uitleggen waarom de extra tijd nodig is, bijvoorbeeld omdat de leerling autisme of dyslexie heeft, blind of slechtziend is of nog maar kort in Nederland woont en een taalachterstand heeft.
Het aantal leerlingen dat het eindexamen op een afwijkende manier maakt, is gestegen. Dat blijkt uit cijfers die NRC opvroeg bij de Inspectie. Het aantal meldingen steeg van bijna 22.000 in het schooljaar 2020-2021 naar ruim 36.000 in 2024-2025. In april had de inspectie bijna 33.000 meldingen binnengekregen over 2025-2026, maar dat is nog niet het definitieve aantal.
In de meeste gevallen – ruim 18.000 meldingen in het huidige schooljaar – gaat het om leerlingen met dyslexie, die gebruik mogen maken van spraaksoftware om de vragen te laten voorlezen. Ook kunnen ze een half uur extra tijd krijgen. Dat laatste geldt ook voor leerlingen met autisme of adhd, met ruim 9.500 meldingen de op een na grootste categorie. Ook leerlingen die korter dan zes jaar in Nederland wonen en die een taalachterstand hebben kunnen een half uur extra tijd krijgen. Dit jaar geldt dat voor 1.795 leerlingen.
Als een school twijfelt of een aanpassing indruist tegen de exameneis, of het examen wil afnemen op een afwijkende manier, kan overlegd worden met het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Voor leerlingen met een visuele beperking kan het CvTE het examen in braille omzetten, en leerlingen kunnen ook tekenhulp krijgen als ze tijdens het examen iets moeten tekenen, bijvoorbeeld een grafiek. Kruidenier: „Dan kunnen ze gewoon zeggen: ik wil een lijn trekken van punt X naar punt Y.” Een surveillant of buddy mag die dan maken op aanwijzing van de leerling. Dat kan ook als een leerling zijn schrijfhand niet kan gebruiken, bijvoorbeeld door een ongeluk vlak voor het examen.
Scholen krijgen soms te maken met onverwachte situaties. „Vorig jaar hadden wij een leerling met een zware voedselallergie”, vertelt Van Barneveld. „In een recept voor het praktijkexamen koken stonden ingrediënten waar die leerling absoluut niet tegen kon, ze kon zelfs niet in dezelfde ruimte zijn.” In overleg met het CvTE werd het recept voor deze ene leerling aangepast. Van Barneveld: „We hebben haar examen laten doen in een aparte keuken, op afstand van de andere leerlingen.”
In de landelijke examenregels staat dat de school een deskundigenverklaring moet hebben van een psycholoog, orthopedagoog, neuroloog of psychiater waarin wordt uitgelegd waarom de leerling de aanpassing nodig heeft. Dit is bijvoorbeeld vereist bij leerlingen met dyslexie, adhd/add, autisme of een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Als sprake is van een „objectief waarneembare handicap of ziekte”, zoals een lichamelijke, motorische, auditieve of visuele beperking of een chronische ziekte, is dit niet nodig.
Volgens Kruidenier hoeft zo’n deskundigenverklaring geen formele diagnose te zijn. „Het kan ook een observatieverslag zijn waarin de belemmeringen van de leerling worden beschreven. Vaak staan er adviezen in over mogelijke aanpassingen.” Het is aan de school om deze verklaring af te wegen tegen de eigen ervaringen met de leerling. Kruidenier: „De school is aan zet, die neemt de beslissing over de aanpassing. Dat is ook logisch, want zij kennen de leerling. Wij niet.”
Voor advies kan de school contact opnemen met het vorig jaar opgerichte Expertisepunt passend examineren. „Alles wat ik niet zeker weet, vraag ik daar na”, zegt Saskia Veenhuizen, docent wiskunde en examensecretaris bij het Strabrecht College in Geldrop. Ze belde recent nog om te vragen of een leerling een stopwatch mocht gebruiken bij het examen, om de tijd goed te kunnen verdelen over de opgaven. Dat mocht niet. „Als de inspectie achteraf zegt: dat had je niet mogen doen, dan heb je een probleem.”
Eindexamenleerling tijdens een examen op het Alkmaarse Stedelijk Dalton College, afgelopen vrijdag op de eerste dag van de eindexamens. De leerling komt niet voor in dit artikel.
Oudervereniging Balans, die ouders ondersteunt van kinderen met leer-, en gedragsproblemen, krijgt regelmatig klachten van ouders over scholen die niet willen meewerken aan aanpassingen. „Scholen bepalen zelf welke aanpassingen ze verlenen”, zegt Balans-directeur Joli Luijckx. „Dat kan leiden tot vervelende discussies. Ook komen scholen soms te laat in actie om aanpassingen nog op tijd te regelen. Bij herexamens gaat het ook vaak fout.” Balans vindt dat ouders beter voorgelicht moeten worden over aanpassingen die mogelijk zijn en hoe die kunnen worden aangevraagd.
Balans krijgt ook telefoontjes over kinderen met ernstige leesproblemen of taalontwikkelingsproblemen die geen voorleessoftware mogen gebruiken en geen extra examentijd krijgen omdat ze niet over een deskundigenverklaring beschikken. „Niet alle kinderen met mogelijke dyslexie of TOS beschikken over zo’n verklaring”, zegt Luijckx. „Dat heeft ermee te maken dat het onderzoek niet altijd wordt vergoed.” Bij dyslexie gebeurt dat bijvoorbeeld alleen voor kinderen tussen de zeven en dertien jaar die aan bepaalde criteria voldoen. Luijckx: „Vaak moeten de ouders het onderzoek zelf betalen en niet ieder gezin heeft daar het geld voor.”
Ook het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) ontvangt in examentijd klachten over passend examineren. Bestuurslid Inass Jagour heeft er een aantal verzameld. Het zijn klachten van leerlingen met dyslexie die van school geen gebruik mochten maken van de voorleessoftware, bij wie de voorleesfunctie op de computer niet goed werkte, of die de kunstmatige voorleesstem moeilijk konden verstaan. „Heel kwalijk”, vindt Jagour.
Het LAKS heeft hier met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over gesproken. Jagour: „Daar zeiden ze dat scholen er echt wel rekening mee moeten houden als een leerling een aanpassing nodig heeft. Maar het is ons nog steeds niet echt duidelijk wat scholen nu wel en niet verplicht zijn om te doen.”
Volgens het CvTE zijn aanpassingen bij examens geen automatisch recht. „Het bevoegd gezag, de school, is niet verplicht alle denkbare of gevraagde aanpassingen toe te staan”, zegt Kruidenier. „Maar dat betekent niet dat je als school niks hoeft te doen.” De school moet per leerling afwegen wat doeltreffend is, binnen de grenzen van de exameneis. Leidend is volgens haar welke aanpassingen de leerling in eerdere jaren op school nodig had. „Als de leerling eerder op school nooit gebruik maakte van spraaksoftware, hoeft die aanpassing niet zonder meer bij het eindexamen wel te worden gedaan.”
Scholen kunnen een cursus ‘passend examineren’ volgen bij het CvTE, waar zij leren wat de precieze regels zijn en hoe zij die moeten interpreteren. Ook wiskundedocent Saskia Veenhuizen heeft die cursus met collega’s gedaan. Ze vertelt dat de school in het verleden leerlingen met dyslexie of een andere diagnose haast automatisch recht gaf op allerlei aanpassingen in het onderwijs en bij toetsen. Sommige leerlingen maakten daar in de praktijk geen gebruik van. Maar bij het eindexamen wilden ze dat ineens wel, en dan vond de school het moeilijk om te weigeren. Veenhuizen: „Het probleem is: als je voorleessoftware nooit hebt gebruikt, kan dat verwarrend zijn bij het examen.” De school staat nu niet meer vanaf de eerste klas standaard alles toe bij elke leerling. „We kijken nu: wat heeft deze leerling écht nodig?”
Die terughoudendheid bij het toestaan van aanpassingen bij het examen kan soms leiden tot discussie met ouders. Veenhuizen: „Het CvTE heeft op zijn website een Handreiking passend examineren staan. Die is bedoeld voor scholen, maar ouders lezen ‘m ook. In die handreiking staat welke dingen je als school mág aanbieden. Sommige ouders interpreteren dat als: jullie móéten dat aanbieden.”
„Soms is het niet zozeer de leerling die erom vraagt, maar zijn het gestreste ouders die willen dat hun kind het examen maakt in een apart lokaal”, zegt Uulke van Barneveld van vmbo-school De Meerwaarde. Dan vraagt hij aan de leerling: „Je hebt het afgelopen jaar schoolexamens gedaan, heb je die toen ook in een aparte ruimte gemaakt? Nee toch? Waarom zou het nu dan anders moeten zijn?”