Home

Rechtszaak tegen een voormalig kopstuk van de Syrische dictatuur maakt een hoop los: ‘Dit is de man die mij gemarteld heeft’

De rechtszaak in Damascus tegen een volle neef en bondgenoot van de verdreven Syrische dictator Bashar al-Assad, gaat gepaard met veel emoties. ‘Atef Najib verdient de strop.’

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij doet verslag vanuit Damascus.

Het eerste dat opvalt aan Iyad Khalifeh, is zijn manier van lopen. Voor het Paleis van Justitie in Damascus komt hij stijfjes aangelopen, een kastanjebruine wandelstok in zijn rechterhand, waardoor de 37-jarige dubbel zo oud oogt. Als hij zijn broekspijp optilt, wordt er een brandmerk zichtbaar dat hij overhield aan folteringen. Maar dat is het verleden, vandaag kan er gelachen worden. Vandaag moet een dag worden van gerechtigheid.

Khalifeh is een van de tientallen Syriërs die deze ochtend naar het gerechtshof zijn gekomen om een glimp op te vangen van de rechtszaak tegen de 66-jarige Atef Najib, een volle neef van de gevallen dictator Bashar al-Assad en een kopstuk uit diens moorddadige, vijftig jaar oude regime.

Geen gewone rechtszaak

Er hangt iets in de lucht deze zondag, groot en zwaar. Voor het hele land, en met name voor Assads schier ontelbare slachtoffers, is dit geen gewone rechtszaak. Voor het eerst sinds de val van het bewind, eind 2024, moet iemand uit Assads entourage zich voor een rechter verantwoorden. Niet voor een anoniem internationaal tribunaal, maar tegenover zijn eigen landgenoten. ‘Ik kan het gevoel niet omschrijven’, zegt Khalifeh in de hal van het gerechtshof. ‘Dit is de man die mij gemarteld heeft. Nu bevindt híj zich in de positie waarin ik me toen bevond.’

Meters verderop, achter gesloten deuren, opent rechtbankvoorzitter Fakhreddin al-Aryan de tweede zittingsdag. Afgezien van een handvol Syrische tv-kanalen zijn journalisten niet welkom en ook veel burgers worden geweerd. Een maatregel waartoe men zich genoodzaakt zag nadat de openingsdag twee weken terug ontaardde in een soort vismarkt. Wie wilde, kon voor de kooi van de verdachte gaan staan en selfies nemen. Sommigen haalden hun gram door Najib luidkeels uit te schelden.

De haat gaat terug tot 2011, toen de opstand tegen Assad ontbrandde. De eerste protesten begonnen in de zuidelijke stad Dera’a, de stad waar Atef Najib als hoofd van de politieke veiligheidsdienst de lakens uitdeelde. De met een Adidas-petje getooide Khalifeh, destijds een jonge activist, behoorde tot de eerste arrestanten. Hij werd meegesleurd naar het kantoor van Najib. ‘Hij ging op mijn nek staan en zei: ‘Ik ben nu jullie God.’ Hij gaf zijn mannen de opdracht over me heen te pissen.’

Grenzeloze arrogantie

De bewering dat hij als een God heerste in Dera’a, boven iedereen verheven, is vaker uit de mond van Najib gehoord. Het tekent de arrogantie van Assads mannen die grenzeloos was. Vernederen werd een tweede natuur. ‘Ze waren ziek van de machtshonger’, verwoordt een tweede man uit Dera’a dat gevoel.

In de hal buigen de mannen zich intussen over een gsm waarop ze naar de livestream kijken uit de rechtszaal. Ze zien hoe Atef Najib in geel-zwart gevangenistenue het hoofd buigt, ogenschijnlijk deemoedig, terwijl de rechter de aanklacht samenvat. Iemand heeft een microfoon bevestigd aan Najibs kooi. Hij zegt dat hij onschuldig is.

In de hal vertelt een van zijn slachtoffers, Malik Hammoud (40), dat hij bij het begin van de opstand door een sluipschutter in zijn kaak werd geschoten. Media zoals Al-Jazeera (op de hand van de demonstranten) telden hem al op bij de doden. Maar de autoriteiten lapten hem op, en dwongen hem op camera te verklaren dat de media logen en dat de opstand een boosaardige samenzwering was. ‘Het was op het kantoor van Najib. Hij wees naar een vuilcontainer buiten en zei: ‘Als je niet spreekt, kan ik je doden. Dan smijt ik je in zo’n container.’’

Gepaste straf

Najib verdient de strop, zeggen de mannen uit Dera’a zonder een spoortje twijfel. Ophanging is de gepaste straf, bij voorkeur op het grote plein in Dera’a waar demonstranten ooit werden neergemaaid. Erger mag ook. ‘De dood is ook een verlossing’, vindt Maya Mhawish, een 25-jarige vrouw uit Damascus. ‘Misschien moeten ze zijn ledematen afzagen.’

In het Syrische recht is de doodstraf een optie, en toch zijn mensenrechtenadvocaten begrijpelijkerwijs huiverig. De interim-regering van president Ahmad al-Sharaa heeft de internationale gemeenschap hard nodig bij de wederopbouw van zijn kapotte land. Wat voor signaal gaat ervan uit als Assads mannen standrechtelijk worden geëxecuteerd?

Fadel Abdulghany, directeur van het Syrische Netwerk voor de Mensenrechten (SNHR), gaf op zijn weblog meer argumenten. Najib beschikt mogelijk over informatie die andere vervolgingen mogelijk kan maken, en kan een soort kroongetuige worden. En: ‘Vergelijkend onderzoek naar post-conflictsituaties laat zien dat samenlevingen gebaat zijn bij het delen van de waarheid, niet bij executie.’

Andere kopstukken

Bredere zorgen zijn er ook. Waarom wordt Atef Najib aangepakt, maar gaan andere kopstukken vrijuit? Berucht is het geval van Fadi Saqr, bijgenaamd de ‘slager van Syrië’, met tal van misdaden op zijn naam. Met hem sloot Sharaa’s regering onder schimmige omstandigheden een herenakkoord. Dat was nodig om bloedvergieten te voorkomen, zei een hoge ambtenaar vorig jaar. Een tandeloos verweer, vinden veel Syriërs. Selectieve gerechtigheid kan nooit échte gerechtigheid zijn.

De mannen uit Dera’a hebben vandaag andere zorgen. Na twee uur dralen begint het morren. Waarom mogen ze de rechtszaal niet in? Waarom wordt Najib met zoveel egards behandeld? ‘Als hij niet geëxecuteerd wordt, storten we het land opnieuw in chaos’, brult een man. Anderen vallen hem bij. ‘God is de grootste!’ Het is tijd om terug te keren naar Dera’a, per bus, zoals ze gekomen zijn.

Iyad Khalifeh, de man met de wandelstok, oogt buiten opgeruimd. Bij de volgende zitting, zo heeft hij te horen gekregen, mag hij eindelijk getuigen. De zaak gaat verder op 19 mei.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next