Hockey De vrouwen van SCHC spelen al jaren in de top van de Nederlandse hockey, maar waren nog nooit landskampioen. Donderdag beginnen de play-offs en heeft SCHC, dat een uitstekend seizoen draaide, een nieuwe kans. „De buitenwereld ziet misschien ‘eindstand: verloren’, maar wij zijn elk jaar gegroeid.”
De vrouwen van SCHC Dames 1 bij een training eerder in mei.
Als SCHC, de hockeyclub uit Bilthoven, in april dit jaar in de finale van het Europese clubhockeytoernooi EHL staat, besluit coach Robbert van de Peppel dat hij vooraf iets moest zeggen om de spanning „iets te relativeren”. Want die spanning is er, weet hij. Die heeft een lange voorgeschiedenis.
De vrouwen van SCHC spelen al jaren in de top van de Nederlandse competitie. Maar een echte bekroning blijft uit: slechts één keer won SCHC de voorloper van de EHL, landskampioen werd de ploeg nog nooit. De laatste vier jaar stond SCHC weliswaar steeds in de finales van de play-offs – waarin de beste vier teams strijden om het landskampioenschap – maar vier keer lukte het niet.
Drie keer was dat tegenover Den Bosch, met grote afstand het succesvolste vrouwenteam van de afgelopen decennia. Die ploeg is deze EHL-finale ook de tegenstander. Al die verloren finales: „Het zit diep bij die meiden”, weet Van de Peppel.
Dus vertelt hij in de kleedkamer over het spannendste moment van zijn leven: de dood van zijn moeder. Dat hij werd gebeld, meteen naar het ziekenhuis moest komen omdat ze een hersenbloeding had gehad, dat ze binnen een half uur overleed. Als je het over échte spanning hebt, wil hij ermee zeggen, dan heb je het over dit soort situaties, en niet over een hockeywedstrijd.
Van de Peppels verhaal maakte indruk, vertelt aanvoerder Renée van Laarhoven terugkijkend. „Hij is als coach hard en rechtvaardig. Iemand die er strak op zit. En als je op dat moment je kwetsbare kant laat zien, dan doet dat veel met de groep.”
Van Laarhoven, die ook voor Oranje speelt, spreekt daarna zelf ook. Buiten de ploeg, weet ze, wordt vooral gedacht in winst of verlies. Maar zij legt de nadruk op het feit dat het team, van wie een flink deel al jaren bij SCHC speelt, na teleurstellingen toch weer voor elkaar kiest. „Dat je juist nadat je níet de beloning voor het harde werk hebt gekregen, weer opstaat, doorzet. In september zegt: wij gaan dit verhaal met elkaar schrijven. Het is nog niet klaar. Dat gaat voor mij verder dan of het niet of wel een keer lukt.”
Desalniettemin is de euforie groot als SCHC, uit bij Den Bosch, ditmaal wél wint. Eén goal, een hard ingeschoten strafcorner door specialist Yibbi Jansen, bleek genoeg. „Het was gewoon een schaakspel”, zegt SCHC-middenvelder Xan de Waard met een enigszins schorre stem na afloop voor de camera. Later trekken team en publiek naar het clubhuis in Bilthoven, waar de polonaise wordt ingezet.
Coach Robert van de Peppel kwam vorig jaar over van Hurley. Hij kan de vrouwen van SCHC bij de komende play-offs de eerste landstitel bezorgen.
Rest het belangrijkste doel: het landskampioenschap. Voor hockeyers als Jansen, Van Laarhoven en De Waard – regerend Europees, wereld- én olympisch kampioen met Oranje – de enige prijs die ze nog nooit hebben gewonnen. Donderdag start SCHC als nummer één van de reguliere competitie in de play-offs. Zal het dit jaar eindelijk lukken?
„Ik denk dat we op de goede weg zijn”, zegt Robbert van de Peppel in maart, een maand voor die gewonnen EHL-finale. SCHC, voluit de Stichtsche Cricket en Hockey Club, is op dat moment ongeslagen in de hoofdklasse, met een sterk doelsaldo. Maar het wacht die weken een zwaar programma. Topduels tegen Kampong en Den Bosch (die zullen eindigen in respectievelijk 2-2 en een klinkende 4-0) en de EHL. Het resultaat tot nu toe is mooi, zegt Van de Peppel, maar het gaat allemaal niet vanzelf.
Van de Peppel, zelf voormalig tophockeyer, kwam als coach dit seizoen over van het Amsterdamse Hurley, een hoofdklasse-middenmotor. Ook assistent Fergus Kavanagh, ervaren oud-hockey-international voor Australië, ging mee. De twee vullen elkaar aan, zegt Jayant Kaulesar Sukul, verantwoordelijk voor het vrouwentophockey bij SCHC. „Fergus brengt rust en is analytisch sterk. En Robbert pompt de energie erin en spreekt spelers aan op hun verantwoordelijkheid.”
De dynamiek bij SCHC is heel anders dan bij Hurley, merkt Van de Peppel snel. Zo speelt in Bilthoven grofweg de helft van de selectie ook bij Oranje of Jong Oranje. Op de dinsdagen dat het Nederlands team traint, staan in Bilthoven soms maar zes spelers op het veld, ook jeugd. Maar in die training moet evenveel „gas gegeven worden”, vindt hij, als op de donderdagen, wanneer de internationals weer aansluiten. „Soms is dat best lastig: want iemand die al tien jaar in Dames 1 zit maar niet in Oranje, staat te trainen met iemand van de B1 of A1.”
Vervolgens moeten al die spelers, ongeacht hun statuur, in het weekend samen aan de bak. Van de Peppel: „De kunst is om zo hecht te worden dat niemand groter is dan het team. Of het een speelster is met tweehonderd interlands, of iemand van zestien die net mee doet.” Hij wil „geen egogedrag”.
Famke Richardson (links) speelt al sinds 2014 in het eerste van SCHC en neemt na dit seizoen afscheid. Rechts Jip Dicke.
Van de Peppel ziet dat de vrouwen van SCHC moeten wennen aan zijn stijl. „Ik ben vrij hard en direct, maar de speelsters weten wel wat ze aan me hebben. Veel coaches tegenwoordig kunnen ook wel pleasen.” De SCHC-spelers, denkt hij, zijn daarom „gewend dat ze wel vaak de dienst uitmaken”. Bij aangekondigde veranderingen komt veelal ” eerst een weerwoord of een waarom.”
Hij begint over de shoot-outs die recent werden geoefend na een training. „Ik zei: iedereen krijgt één kans. Een paar scoorden, een paar misten. Daarna werd gevraagd: mogen we er nog één nemen? Ik zeg: nee. Dan heb je er altijd een paar die denken: Jezus, wat een onzin. Dus zo heb je continu dat spanningsveld.” De puzzel voor hem en assistent Kavanagh, zegt hij, is wanneer ze moeten meebuigen en wanneer niet.
Ja, Van de Peppel is een andere coach dan ze gewend zijn, beamen routiniers De Waard en Famke Richardson desgevraagd in mei, na een training. Richardson: „Maar ik dacht: laten we het maar aangaan. Ik kende hem al een beetje. En ik waardeer hem omdat hij 200 procent geeft en zich uit de naad werkt om ons vertrouwen te geven.”
„We hebben heel lieve coaches gehad, die weinig echt harde kritiek durfden te geven,” zegt De Waard. „En hij doet dat gewoon. Soms is hij iets te lomp, maar dan kan hij dat ook wel aanhoren. Ik denk eigenlijk dat het top is.”
Hij gaat er weleens te hard in, zegt Van de Peppel. „De speelsters hadden op een gegeven moment bijvoorbeeld een goed punt: dat wij soms te negatief refereren aan de jaren hiervoor. Dan lijkt het alsof het allemaal heel slecht was en nergens over ging. Terwijl wij dat niet zo bedoelen. Het gaat gewoon om die laatste 5 of 10 procent.”
Vorig jaar scheelde het maar een haartje voor SCHC: de twee finalewedstrijden tegen Den Bosch eindigden allebei in 1-1, Den Bosch won op shoot-outs en werd voor de 23ste keer in de laatste 28 seizoenen landskampioen. „De buitenwereld ziet misschien ‘eindstand: verloren’, maar wij zijn elk jaar gegroeid”, zegt Van Laarhoven, die dit seizoen De Waard opvolgde als aanvoerder. „Van wel play-offs spelen, maar geen finales halen, tot wel finales halen, maar echt matig spelen, tot heel goed spelen en net verliezen.”
Aanvoerder Renée van Laarhoven van SCHC bij een training.
SCHC, is de consensus, moest de afgelopen jaren leren ‘zakelijk’ te spelen. „Gewoon doen wat nodig is om belangrijke wedstrijden over de streep te trekken”, zegt Richardson, die al sinds 2014 in Dames 1 zit. „Wij zijn een team dat erg van mooi hockey houdt.” Maar: „daar koop je niet altijd wat voor.”
Dit jaar heeft de ploeg zich weer verder ontwikkeld, zegt De Waard, in 2025 voor de tweede keer verkozen tot wereldspeler van het jaar. „We wisten wel dat soms ‘lelijk ‘moest om te winnen, maar nu doen we het ook echt.” Daarbij, ziet ze, werkt het team nu meer dan ooit „echt samen”. „Dat we met z’n allen, met man en macht, staan te verdedigen.” Ze noemt de EHL-finale als voorbeeld. „Die wedstrijd waren we gewoon extreem efficiënt.”
„We waren er klaar voor”, zegt Van de Peppel terugkijkend op die finale. „Het ultieme team, in gedrag superieur.” Den Bosch, dat dit jaar gehavend is door blessures en met name de eerste maanden een on-karakteristiek zwak seizoen draaide, was aan het „piepen en zeuren”, vindt hij. Ook SCHC had daar volgens hem voorheen een handje van. „Het was allemaal: het is niet eerlijk. Oké, je krijgt een keer onterecht een bal tegen, je krijgt een kutbal aangespeeld: ja, boeiend.” Hij noemt het „slachtoffergedrag”. „Dat willen we dus niet meer.”
Op een zonnige zaterdagmiddag begin mei staat het publiek in Bilthoven een rijtje dik langs het veld. Als het team vandaag wint van HGC is het zeker van de eerste plaats in de reguliere competitie. Het is ook de laatste thuiswedstrijd voor De Waard en Richardson, gemarkeerd met metershoge spandoeken, die allebei na dit seizoen stoppen met tophockey.
Achter de bar tappen jongens van de club de eerste pitchers bier. Kinderen dwarrelen rond met een tosti in de hand en mogen in de rust, zoals gebruikelijk, met hun stick het veld op, al zijn het er vanwege de meivakantie maar een handvol. Zo ademen dit soort wedstrijden, ondanks het niveau van het hockey, toch ook de sfeer van een goedbezochte editie van de jaarlijkse familiedag.
SCHC is een dorpsclub, zegt voorzitter Michiel Verveld, anders dan de rest van de top vier (Den Bosch, Amsterdam, en het Utrechtse Kampong). „Het is enigszins knus en kneuterig.” Horeca en veld zijn in eigen beheer, de organisatie leunt sterk op vrijwilligers, er is geen grote tribune. „Maar dat neemt niet weg dat er bij ons wereldsterren rondlopen.”
Het is ook een club met hoge verwachtingen en vele meningen, zegt Van de Peppel. „Misschien omdat mensen zich heel betrokken voelen.” Geregeld worden Kavanagh of hij na de wedstrijd aangesproken door toeschouwers. „Die vertellen ons wat ze ervan vinden, of wat we moeten doen.” Dat maakte hij bij Hurley niet mee.
„Door!” „Harder!” „Door!” „Turbo!” Vanaf de zijlijn moedigt Van de Peppel brullend zijn spelers aan. Tegen het einde, het staat inmiddels 4-0, krijgt hij het nog eenzijdig aan de stok met de arbitrage, omdat Jip Dicke na een botsing met een HGC-speler afgefloten wordt voor een aanvalsfout. Hij vindt het inconsequent dat soortgelijke aanvallen van Amsterdam een week eerder niet afgefloten werden. SCHC-verdediger Lisa Post raakte toen geblesseerd en moet de play-offs missen.
„Dan doen we echt maar wat, hè, met zijn allen,” schreeuwt hij richting de scheidsrechter. „Godverdomme hé.”
De trainer van HGC mengt zich erin. „Luister nou toch even wat je zegt,” roept hij vanaf de andere dug-out.
„Zeg jij”, reageert Van de Peppel geïrriteerd.
Kort daarna is het klaar, het is 4-0 gebleven. De emmers met bloemen worden het veld opgedragen, de afscheid nemende spelers toegesproken.
Van de Peppel, met een biertje in de hand, zegt iets later dat het nu alleen nog een kwestie van tactisch „finetunen” is. Of hij al nadenkt over wat hij deze keer in de kleedkamer kan zeggen, als de ploeg de finale haalt? „Misschien dat je iets moois kunt doen. Je bent er onbewust wel mee bezig. Maar zover zijn we nog niet.”
Coach Robert van de Peppel van SCHC: „Ik ben vrij hard en direct, maar de speelsters weten wel wat ze aan me hebben.”
En heeft de ploeg het onderling over de spanning van zo’n eventuele vijfde finale op rij? Jawel, zegt Richardson na een training, afgelopen dinsdag. „Wat ik zelf heb geleerd is dat je het beter kunt verwelkomen, in plaats van het weg te stoppen. Te denken: het is logisch dat het er is. Het zegt ook iets over hoe belangrijk je het vindt.”
De Waard is naar eigen zeggen „niet zo bezig” met die ene ontbrekende prijs, ook niet nu ze in haar laatste seizoen zit. „Hij gaat echt wel een keer vallen voor Stichtsche, of ik er nou wel of niet bij ben.”
Donderdag beginnen de play-offs, de eindstrijd om het kampioenschap van de hoofdklasse. Dan spelen zowel de vrouwen als de mannen hun eerste halve finale. De tweede en beslissende finalewedstrijd is op maandag 25 mei.
In de halve finales speelt SCHC (de nummer één van de hoofdklasse) tegen de nummer vier (Amsterdam). De nummer twee (Den Bosch) komt uit tegen de nummer drie (Kampong).
Zondag won SCHC de laatste reguliere competitiewedstrijd tegen Bloemendaal met 4-3.