PSV investeerde de laatste jaren veel in het vrouwenvoetbal, met onder meer een eigen vrouwenvleugel op De Herdgang. Dit weekend leidde dat tot de eerste landstitel uit de clubgeschiedenis. Nu moet het niveau van de Nederlandse competitie omhoog.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.
Een kwartier voor tijd had Nina Nijstad er genoeg van. De speelster van PSV kreeg de bal op zo’n 40 meter van het ADO-doel en begon aan haar opmars. Ze kopte zich voorbij de eerste tegenstander, combineerde zich langs de tweede en derde, de vierde kapte ze uit en de vijfde kwam te laat om haar schot te blokken. De keeper kreeg er nog net haar handen tegen, maar Fenna Kalma stond klaar om met de 2-0 het kampioenschap veilig te stellen.
De voetbalsters van PSV aasden er al jaren op, waren er vorig jaar al heel dichtbij, maar vrijdag lukte het ze ook echt om voor het eerst in hun bestaan landskampioen te worden. De champagne stond al koud op De Herdgang, waar het ministadion was uitverkocht; een overwinning was genoeg voor de titel. Na amper drie minuten konden de flessen al voorzichtig worden ontkurkt, want toen volleyde Riola Xhemaili de bal hard in het doel.
Maar de PSV’ers moesten daarna nog hard werken om het tweede Eindhovense feestje dit jaar, een dikke maand na de landstitel van de mannen, zeker te stellen. ADO vecht tegen degradatie en hield lang stand, maar nadat Nijstad zich door de Haagse defensie had gewurmd, was het klaar.
‘Dat was wel een mooie actie ja’, zei Nijstad na afloop. Met onder anderen Xhemaili en Chimera Ripa is zij een van de creatieve, technisch begaafde spelers in het team. Maar ze voegt er meteen aan toe dat de nieuwe kampioen geen absolute uitblinkers telt.
‘We vullen elkaar vooral heel goed aan. We weten wat we aan elkaar hebben en laten elkaar goed spelen. En dat is de laatste jaren steeds een beetje gegroeid. Er zijn steeds een paar nieuwe meiden bijgekomen, die heel goed passen bij deze groep en daardoor zijn we alleen maar hechter geworden.’
Zo komt PSV dus voor het eerst als sterkste naar bovendrijven in de eredivisie vrouwen, die sinds 2007 wordt gespeeld. De Eindhovenaren doen sinds 2012 mee aan de competitie, waarin FC Twente met tien titels historisch gezien veruit de sterkste club is. Het laatste decennium kwam de concurrentie vooral van Ajax, dat drie keer kampioen werd.
Ook nu bleven die twee clubs het langst in de race, en ook Feyenoord lukte het voor het eerst om ver na de winterstop bovenin mee te draaien. Maar zoals wel vaker is de meest stabiele ploeg kampioen geworden, en het is geen toeval dat PSV dat dit seizoen was.
‘Het is niet altijd heel sprankelend en spetterend geweest dit seizoen’, zegt 90-voudig ex-international Mandy van den Berg, die voor ESPN nu de eredivisie vrouwen volgt. ‘Maar sinds de winterstop zijn ze achterin heel solide geweest. En er hebben steeds andere spelers gepiekt, waardoor ze vaak net wedstrijden wisten te winnen.’
Van den Berg speelde zelf tussen 2020 en 2023 in Eindhoven. In die tijd bleef PSV hangen in de subtop en zoals veel traditionele mannenclubs worstelde PSV met het vinden van de juiste strategie voor het vrouwenvoetbal. Zo werden een tijdlang veel spelers uit het buitenland gehaald, ten koste van de eigen jeugd.
‘Het was een zoektocht’, zegt Van den Berg. ‘Ik heb me altijd welkom gevoeld en er was ook steun voor het vrouwenvoetbal, maar de vrouwentak stond lang toch nog erg op zichzelf. De laatste jaren zijn mensen als Earnest Stewart en Marcel Brands vaak aanwezig bij wedstrijden en is de top veel meer betrokken. Er is heel bewust gekeken: wat hebben we nodig?’
Met het ministadion op De Herdgang, waar 2.500 mensen in kunnen en ook Jong PSV speelt, hebben de voetbalsters dit jaar een sfeervolle plek gekregen om hun wedstrijden te spelen. Dat is zeker niet bij alle clubs in de hoogste vrouwencompetities in Europa het geval. Op het trainingscomplex beschikken ze ook over een eigen vrouwenvleugel. Maar er is niet alleen veel geïnvesteerd in de faciliteiten en de begeleiding, maar ook in het team zelf.
De selectie is de laatste jaren geleidelijk versterkt met voetbalsters die zich al in de eredivisie of een hoger niveau hadden bewezen. Met bijvoorbeeld Sisca Folkertsma (28) en Renate Jansen (35) kwam PSV vorig jaar al dicht bij de titel, maar toen had FC Twente na de laatste speeldag nog net een beter doelsaldo.
Dit seizoen kwamen in de winterstop ook nog Shanice van de Sanden (33), die een bijrol speelde, en Janice Cayman (37). De komst van de ervaren Belgische international loste het probleem op dat was ontstaan door twee zware knieblessures van verdedigers. Met Cayman verloor PSV in 2026 geen wedstrijd meer, terwijl Ajax en Twente wel punten verspeelden tegen degradatiekandidaten Hera United en ADO Den Haag.
‘Het viel vaak net de goede kant op’, zegt Van den Berg. Vooral in de slotfase van de competitie werden veel wedstrijden met slechts één doelpunt verschil beslist. ‘Maar dat hebben ze ook afgedwongen. En het komt ook omdat ze een brede selectie hebben, dat is een bewuste keuze. De vrouwen hebben bij PSV gewoon een prominentere positie gekregen en dat wordt nu beloond met het kampioenschap.’
Met PSV, Ajax, Twente en Feyenoord heeft de competitie nu een relatief brede top, met clubs waarin het vrouwenvoetbal een stabiele plek heeft veroverd. Daaronder is het veel rommeliger, clubs starten vaak ambitieus om vervolgens weer terug te zakken. Fortuna Sittard stopte vorig jaar zelfs na drie jaar met de vrouwentak. Nu dreigt bij FC Utrecht een leegloop en ook bij NAC, dat al is gedegradeerd, zijn er twijfels over de toekomst.
De eredivisie vrouwen is zelf bovendien na bijna twintig jaar nog altijd op zoek naar de juiste vorm. Zo wordt de competitie volgend jaar ingekrompen van twaalf naar tien clubs. Het besluit is omstreden, ook omdat clubs zich erdoor overvallen voelden, maar analist Van den Berg ziet vooral voordelen.
‘Je ziet dat het nu al wat losmaakt’, legt ze uit. ‘ADO Den Haag stond er heel slecht voor en moet er nog steeds heel hard aan trekken. Die druk geeft een heel andere dimensie en dat heeft de competitie nodig.’
Van den Berg denkt bovendien dat de beste speelsters van de degradanten elders in de eredivisie onderdak zullen vinden. En dat is nodig om het algehele niveau op te krikken, want ondanks alle positieve ontwikkelingen blijft dat een probleem. Het gaat in Nederland weliswaar langzaam vooruit, maar vooral in Duitsland en Engeland gaat het harder. En topclubs als OL Lyonnes en Barcelona lopen mijlenver voor op Nederlandse vrouwenteams.
Logisch dus dat het ene na het andere talent naar het buitenland verdwijnt. Nijstad is met 23 jaar al relatief oud, maar ook zij zal voor die keuze komen te staan. ‘Ik kijk er erg naar uit om met PSV de Champions League te gaan spelen’, zegt ze. ‘Ik denk dat ik hier ook nog veel kan leren. Alleen ja, ik heb natuurlijk wel andere ambities, dus voor mij zou een volgende stap misschien ook goed zijn.’
Van den Berg speelde zelf tussen 2012 en 2020 in Zweden, Noorwegen, Engeland en Spanje. Sindsdien is er weliswaar veel verbeterd in Nederland, maar te weinig om talenten lang vast te houden. Over de grens kunnen ze nog steeds meer verdienen en spelen in sterkere competities.
‘Van die verhalen over Utrecht en NAC, die nu toch weer twijfelen, daar word ik helemaal knettergek van. We moeten gewoon een competitie hebben met tien ploegen, en hopelijk straks meer, die allemaal vol voor het vrouwenvoetbal gaan. En er moet standaard één Nederlands team bij de laatste zestien in de Champions League zitten. Pas dan zullen talenten langer blijven, nu is de competitie voor zulke speelsters gewoon niet interessant genoeg.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant