Venetië
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Kunst is altijd al politiek, maar in de onstuimige openingsweek van de Biënnale van Venetië viel dat onmogelijk te negeren. Vooral de deelname van Israël en Rusland leidde begrijpelijk tot protesten. Woensdag organiseerden Pussy Riot en het Oekraïense FEMEN een luidruchtige protestperformance bij het Russische paviljoen. En gedurende de week vonden meerdere demonstraties plaats tegen de Israëlische deelname. Vrijdag sloot de week af met een staking, waarbij van de honderd deelnemende landen een ruim tiental paviljoens (waaronder Nederland) de deur dichthield. Er was een protestmars met een paar honderd deelnemers tegen het Israëlische paviljoen.
De jury van de Gouden Leeuw – de prijs voor het beste paviljoen – was eerder al opgestapt. Die wilde niet in de situatie komen een prijs te moeten uitreiken aan landen wier leiders door het Internationaal Strafhof worden beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid. Dat was een heldere stellingname. De organisatie stelde daarop haastig een publieksprijs in. Zaterdag gaven tal van kunstenaars en landen aan die prijs niet te zullen aannemen.
De Biënnale van Venetië is een unieke plek voor internationale artistieke uitwisseling: nergens anders vind je zoveel kunst uit zoveel verschillende landen bij elkaar. De opzet met nationale afvaardigingen is imperfect – er liggen ongelijke machtsverhoudingen aan ten grondslag – maar biedt landen en kunstenaars wel de kans om op een artistieke manier uit te drukken wie ze zijn of willen zijn. De politieke laag maakt de Biënnale spannend en relevant.
Tegelijkertijd oogt de Biënnale als een niet-bestaande droomwereld waarin landen gemoedelijk naast elkaar liggen en ontspannen aan culturele uitwisseling doen, ook wanneer ze een genocidale oorlog voeren of hun kunstenaars of bevolking onderdrukken. Het kunstfestival kan landen de mogelijkheid bieden hun misdaden te verbloemen. Het opnieuw toelaten van Rusland (hoewel beperkt tot de previewdagen) geeft de indruk dat, in het vijfde jaar van de grootschalige inval in Oekraïne, de relaties met Moskou genormaliseerd zouden kunnen worden. Dat is niet het geval.
Ook bij een kunstevenement mag je een morele ondergrens verwachten. Een culturele boycot kan een effectief middel zijn om verandering teweeg te brengen, zoals die tegen Zuid-Afrika tijdens de apartheid liet zien. Maar waar ligt die grens? De opgestapte jury, nog aangesteld door de vorig jaar overleden curator Koyo Kouoh, hanteerde een werkbaar criterium. Gebruik het internationaal recht als maatstaf, ook voor internationale kunstevenementen. Die lat mag best wat hoger liggen, en niet alleen gelden voor de prijzen, maar ook voor deelname überhaupt.
Dan zijn er nog altijd autocratische regimes of andere landen waarin het slecht gesteld is met de artistieke vrijheid. Zo werd Gabrielle Goliath uit het Zuid-Afrikaanse paviljoen geweerd vanwege een verwijzing naar Gaza in haar werk die botste met particuliere opvattingen van de cultuurminister van dat land. Wie in Venetië van paviljoen naar paviljoen loopt, krijgt geen idee van de mate waarin en de wijze waarop er staatsinmenging is geweest.
In 2013 introduceerde kunstenaar Jonas Staal eenmalig een digitale ‘Ideological Guide to the Venice Biennale’ – met informatie over de politieke, economische en ideologische achtergronden van de verschillende paviljoens. Dat idee is voor herhaling vatbaar. Zo’n bijsluiter bij het programmaboekje zou landen moeten aansporen om de artistieke vrijheid te verbeteren.