Home

Een eerlijke prijs voor de boer, en elke bonensoort anders gebrand: Wakuli wil ‘neokoloniale’ koffie-industrie veranderen

Een eerlijke prijs voor de boeren, en koffie van de hoogste kwaliteit: dat is de missie van het jonge bedrijf Wakuli. ‘Wij betalen boeren wél eerlijk en werken hecht samen, zonder tussenhandelaren.’

is economieredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over (web)winkels, consumentenrechten, post, afval, en hergebruik.

Op een industrieterrein tussen sloten en weilanden in Watergang, net buiten Amsterdam, liggen de branderij en distributieloods van koffiebedrijf Wakuli. Binnen klinkt gesis en gedreun van machines. Op de lopende band komt een felgeel pakje koffiebonen voorbij. Medeoprichter Yorick Bruins (35) wijst ernaar:Deze bonen komen uit Mbinga, Tanzania – van onze partner Thomas Ngapomba.’ Waar de grootste koffiebedrijven werken met een lange keten van tussenhandelaren, koopt Wakuli rechtstreeks bij de boeren zelf.

Het in 2019 gestarte bedrijf is volgens Bruins en medeoprichter Lukas Grosfeld (34) het ‘grootste specialty coffee consumentenmerk van Nederland’. In drie jaar tijd ging Wakuli van nul naar twintig vestigingen. Hun doel: koffiereuzen als Douwe Egberts en Starbucks van de troon stoten.

De Onderneming

In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Wakuli, opgericht in 2019, met 90 werknemers. In de winkels en online verwerkt Wakuli meer dan 100.000 bestellingen per maand.

Eenmaal op die troon willen ze regeren, maar niet over hetzelfde systeem als de huidige koffie-industrie. Volgens Bruins en Grosfeld leeft 70 procent van de koffieboeren in de wereld in armoede, terwijl er in de sector miljarden omgaan. Bruins: ‘Er zijn honderd miljoen mensen afhankelijk van koffieproductie, terwijl maar een handvol bedrijven bepalen hoe het geproduceerd wordt.’ In plaats van zich in dit archaïsche systeem te verstrikken, wil hij samen met zijn compagnon ‘een alternatieve industrie creëren’.

Neokoloniale industrie

Want het huidige koffiesysteem is een ‘neokoloniale industrie’, stellen de mannen. De koffie wordt verkocht aan een lokale opkoper en de prijs wordt bepaald door partijen verderop in de keten. Daarin zitten tal van tussenhandelaren, waardoor boeren nauwelijks toegang hebben tot marktinformatie en weinig invloed hebben op de prijs die ze ontvangen.

Die scheve verhoudingen in de koffieketen zag Bruins vijftien jaar geleden al in Ethiopië. ‘Voor het eerst zag ik boeren die geen idee hadden voor wie ze koffie verbouwden. Draai je het om, dan weet de consument nauwelijks waar de koffie vandaan komt.’ Wie de winnaars zijn? ‘De grote spelers in de industrie’, stelt Bruins. ‘Ik kwam zelfs een keer een groep boeren tegen die dachten dat hun bonen voor make-up werden gebruikt.’ Hij wist meteen: dit moest anders.

Hier in Watergang komt de koffie direct van de boer. In de loods liggen honderden zakken koffiebonen in schappen opgestapeld, waarop het land van herkomst en de partner in dat land vermeld staan.

De bonen worden via vier forse zwarte silo’s door een buis richting een brander ter grootte van een kleine camper gestuurd. ‘We branden elke bonensoort anders, maar altijd licht. Zo ontstaat er een diversiteit aan rijke smaken’, vertelt Grosfeld. Op het scherm naast de brander is een complexe grafiek met het profiel van de boon te zien, zoals hoe zuur, bitter of zoet die is.

Op de tijd die dit kost, proberen de traditionele koffiereuzen juist te besparen. Daarom gooien ze hun bonen op één hoop en branden ze die volgens Grosfeld vervolgens allemaal op dezelfde hoge temperatuur. ‘En daar lijdt de smaak onder: je proeft alleen maar bitterheid’, zucht hij. Waarom mensen het toch drinken? ‘Het is herkenbaar.’

Hogere prijs

De naam Wakuli is afgeleid van het woord Wakulima: ‘boeren’ in het Swahili. Deze groep vormt het uitgangspunt van het bedrijfsbeleid. ‘Wij betalen de boeren wél eerlijk en werken hecht samen, zonder tussenhandelaren’, stelt Bruins.

Maar hoeveel betalen ze meer dan de grote merken? Wakuli is open over wat het boeren betaalt, maar wat grote koffiebedrijven betalen, publiceren ze zelden. Een directe vergelijking is daardoor lastig. Wat wel kan, is de vergelijking met de wereldmarktprijs voor koffie: de zogeheten C-price. Dit is de beursprijs waarop veel grote bedrijven hun arabicabonen inkopen – doorgaans koffie van gemiddelde kwaliteit. Volgens het voortgangsverslag van Wakuli lag die prijs in 2025 gemiddeld op 6,19 dollar per kilo.

Wakuli betaalde in datzelfde jaar gemiddeld 7,87 dollar per kilo voor hun koffiebonen. Meer dan de wereldmarktprijs dus, al is het geen volledig eerlijke vergelijking: het bedrijf koopt kwalitatief betere bonen in, die sowieso meer kosten.

Levensechte Instagram-pagina

Toch benadrukken de oprichters dat ze de boer eerlijker betalen: ‘Wij betalen meer en elk jaar steeds meer, onafhankelijk van de wereldkoffieprijs. Onze prijs is gebaseerd op wat iedereen in de keten nodig heeft om de toekomst van koffie vorm te geven, niet op handelsspeculaties.’ Wakuli: van de 7,87 dollar per kilo gaat gemiddeld 6,59 dollar naar de boer zelf . De rest dekt export- en verwerkingskosten.

Wakuli groeide mee met de e-commerceboom tijdens de coronapandemie, waarna het openen van winkels de volgende stap werd. Ook dat doen ze anders. ‘Zonder een hoog marketingbudget zoals dat van de grote bedrijven moesten we de klanten op een andere manier bereiken’, zegt Bruins. Het antwoord vonden ze in de winkel zelf: die fungeert als een ‘levensechte Instagram-pagina’. Je leest er zowel over Wakuli als de unieke verhalen van de boeren. ‘Het verrijkt de beleving, waardoor je meer van de koffie geniet’, stelt Grosfeld. Een concept dat werkt: inmiddels hebben ze twintig vestigingen in heel Nederland en voor de zomer openen ze er nog eens vier.

Zo’n snelle groei gaat echter niet zonder kritiek. Terwijl het bedrijf zich razendsnel uitbreidt, groeit ook de angst voor een uniform straatbeeld. Jonas Kooyman schrijft in zijn nieuwsbrief Havermelkelite dat de Randstad ‘overspoeld’ wordt door de blauw-geel gekleurde koffiebars van Wakuli.

Die snelle groei is mede te danken aan meer dan 12 miljoen euro aan investeringen verspreid over de jaren. Veel investeerders hebben daarbij een uitgesproken duurzame en maatschappelijke insteek, zoals het Amsterdamse Rubio Impact Ventures en het ABN Sustainable Impact Fund. Maar dat geldt niet voor iedereen: het durfkapitaalfonds Icecat heeft ook geïnvesteerd.

Of dat ten koste gaat van de koffiekwaliteit en de sociale missie? Nee, zegt Wakuli. ‘We breiden alleen uit als we koffiekwaliteit kunnen garanderen en boeren zo eerlijk mogelijk blijven betalen. Wij groeien niet om te groeien.’

Source: Volkskrant

Previous

Next