Home

Pomphouders worden niet rijker van stijgende brandstofprijzen

Hoewel de prijzen aan de pomp behoorlijk zijn gestegen sinds de oorlog in het Midden-Oosten, wordt daar niet het grote geld verdiend. Olieproducenten en raffinaderijen worden er wél rijker van

Vóór de Amerikaanse inval in Iran in maart kostte een liter ruwe olie nog zo'n 38 cent per liter. Sindsdien is de prijs met ongeveer 70 procent gestegen.

"Het is niet aannemelijk dat de kosten van olieproductie in dezelfde mate zijn gestegen als de prijzen", schrijft de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Dat betekent dat de olieproducenten meer geld zijn gaan verdienen aan de verkoop van de fossiele brandstof.

Ook bij bedrijven die olie verwerken tot bijvoorbeeld benzine en diesel zijn de winstmarges groter. Dat betekent dat ook daar meer aan de strijkstok blijft hangen. Consumenten betalen daarvoor de rekening.

De ACM ziet niet dat tankstations gemiddeld hogere winstmarges hebben. Pomphouders moeten meer betalen voor de inkoop van brandstf en berekenen dat door aan hun klanten. Hun marges schommelen sterker dan voor de oorlog.

De inzichten van de ACM zijn niet helemaal verrassend. Uit de eerste kwartaalcijfers van oliebedrijven bleek al dat er flinke winsten zijn gemaakt. Zo verdubbelde de kwartaalwinst van Shell ten opzichte van een jaar eerder naar bijna 6,9 miljard dollar (bijna 5,9 miljard euro). Shell doet aan zowel olieproductie als de verwerking en de verkoop ervan aan consumenten.

In onderstaande grafiek is te zien hoe de brandstofprijzen voor consumenten sinds maart zijn gestegen. Het komt bijna nooit voor dat diesel duurder is dan benzine, maar dat was in delen van maart en april wél het geval.

Sinds de aanval van de Verenigde Staten op Iran is de Straat van Hormuz gesloten voor de meeste scheepvaart. De zeeroute was een belangrijke doorvaarroute voor schepen die olie en gas vervoerden. Ook is een deel van de olieproductie- en verwerking stilgelegd na aanvallen op locaties waar dit gebeurde.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next