Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Jacqueline de Jongh (50) onderzocht een stalkingszaak die vreselijk uit de hand liep.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Ik werkte bij een klein rechercheteam in Breda. Een vrouw kwam aangifte doen van stalking en ik pakte die zaak op. Ze werd vaak gebeld zonder dat er iets werd gezegd en kreeg tekstberichtjes: ‘Ik heb je weer gezien’, gevolgd door een plek waar ze ook echt was geweest.
‘Ze had geen idee wie haar stalkte. Ik trok anonieme telefoonnummers na, maar dat waren prepaidnummers die niet leidden naar een dader. En ik gaf advies: hou alles bij in een dagboek, neem een nieuw nummer en geef dat aan hooguit vijf intimi. Dat vond ze te weinig, maar nadat het probleem bleef bestaan, deed ze dat alsnog.
‘Ik gaf haar mijn privénummer en zei: ‘Laat weten als het erger wordt.’ Ze belde regelmatig; inmiddels werd er ook poep gesmeerd aan de klink van haar voordeur en haar autoportier. Na een paar maanden meldde haar vriend dat ook hij anonieme telefoontjes en berichten kreeg.
‘We konden er geen vinger achter krijgen. Ik benaderde een gedragskundige, die zei: ‘Het moet iemand zijn die heel dicht bij hen staat.’ Gaandeweg groeide het idee dat haar eigen vriend de stalker was, maar dat konden we niet bewijzen.
‘Dat ging een jaar zo door. Collega’s namen deze zaak van me over toen ik een observatieopleiding ging volgen. Op een dag moest een aantal docenten weg om te gaan observeren bij een benzinestation. Ze vertelden dat een vrouw en haar vriend daar geld moesten overdragen aan hun stalker. Ik hoorde de namen van de slachtoffers en dacht: dat is mijn zaak!
‘Toen ik weer terugkwam bij de recherche lag diezelfde stalkingszaak nog steeds onopgelost op de plank. De afperser was niet bij die pomp komen opdagen. Al bijlezend werd me steeds duidelijker dat de vriend van die vrouw zelf de stalker was. Hij had haar nummer, wist wat ze deed en waar ze steeds was.
‘Ik nodigde hem uit voor een stopgesprek. Dat houdt in dat je met een verdachte in gesprek gaat en zegt: ‘We verdenken jou, je bent gewaarschuwd, niet meer doen anders dragen we het over aan justitie.’ Vaak helpt dat.
‘Ik confronteerde die vriend heel duidelijk: ‘Ik weet dat jij het bent, alleen kan ik het niet bewijzen.’
‘Als je mensen ten onrechte beschuldigt, worden ze boos. Maar deze man werd nerveus. Hij knipperde met een oog en trok met zijn hoofd, als een tic. Ik heb veel stopgesprekken gevoerd, maar nog nooit met zo’n duidelijke dader. ‘Ik verwacht dat het stalken stopt en dat er geen poep, afpersing of andere gekkigheid meer aan te pas komt’, waarschuwde ik.
‘Kort daarna kreeg ik ’s ochtends om zes uur onsamenhangende berichtjes van hem op mijn telefoon. Ook belde hij. Hij klonk verward en zei dat het mijn schuld was. ‘Ik bel je straks terug’, zei ik, maar had er toch buikpijn van. Onderweg naar het bureau vroeg ik de officier van dienst om voor de zekerheid collega’s langs het adres van die vriendin te sturen. Later hoorde ik dat ze daar een dode vrouw en hond hadden aangetroffen; hun kelen waren doorgesneden.
‘Die man had ergens anders ook nog een jonge vrouw en twee kinderen. Daar trof het arrestatieteam drie doden en de dader, die zichzelf probeerde te suïcideren in de badkamer. Er werd een grootschalig onderzoek gestart.
‘Toen langzaam tot me doordrong dat ik nauw betrokken was bij dit verschrikkelijke familiedrama, kwam mijn teamchef stampvoetend aanlopen en brieste: ‘Hoe haal je het in je hoofd om jouw privénummer aan de verdachte te geven?’
‘Ik viel helemaal stil. Daarna moest ik naar een ander bureau waar zeker zes leden van het onderzoeksteam mij honderduit bevroegen. Ik moest mijn dienst- en privételefoon inleveren. Procedureel begrijpelijk, maar ik voelde me als een verdachte behandeld.
‘Toen ik thuiskwam, raakte ik mijn stem kwijt. Van de shock kon ik twee weken niet meer praten en meldde me ziek. Die eerste week hoorde ik niets van mijn teamleiding. Wel belde Marijke Grijzen, de leidinggevende van een ander team, die me kende: ‘Hoe gaat het met je? Kan ik je ergens mee helpen?’ Ze kwam langs, ik kon alleen maar fluisteren. Ik zat vol vragen over dat onderzoek, zij zocht zo veel mogelijk uit en heeft me geweldig gesteund. Langzaam kwam mijn stem terug.
‘Mijn boodschap is: houd elkaar heel. Besef wat je gedrag met iemand kan doen. Eerlijkheid kan schuren, en dat mag ook. Maar zorg ervoor dat het iemand laat groeien, en niet neerhaalt.
‘Met mijn eigen, toenmalige teamchef heb ik er nooit meer over gesproken. Te belastend. Als hij dit leest, hoop ik dat hij er lering uittrekt. Mocht hij contact opnemen: prima. Dan zal ik zeggen: ‘Luister eerst naar wat iemand heeft te vertellen. En ga naast diegene staan, in plaats van erboven.’’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant