Home

Was het Iraanse straattaal en wilde hij alleen een einde maken aan de herinneringen aan zijn ex? ‘Men zou je moeten doden’ klinkt toch erg letterlijk

De Zitting Waren de berichten van Jamshid letterlijke dreigementen? Óf figuurlijke straattaal, zoals de advocaat volhoudt? En in hoeverre is „ik blaas je op in honderd stukken” af te doen als beeldspraak als je een dag later op iemands deur bonst?

De zaak

„Die berichten aan uw ex waren heel onaardig”, zegt de Rotterdamse politierechter tegen de 39-jarige Jamshid. De tolk, gezeten naast de verdachte, herhaalt die opmerking in het Farsi. In een spraakbericht eerder dit jaar op Instagram had Jamshid gezegd: „Men zou je moeten doden. Ik maak je af. Wacht maar tot morgen, dan zul je zien wat ik met je doe.” En daarvoor, in november via WhatsApp: „Als ik daarheen kom, blaas ik je in één keer op. Ik blaas je in honderd stukken op, begrepen?”

Jamshid staat terecht voor het bedreigen van zijn ex, met wie hij vijf jaar een relatie had. Ze hebben een zoontje van drie. ”Ze was niet mijn vrouw, maar mijn vriendin”, zegt Jamshid.

Al sinds februari heeft hij geen contact meer met haar. Inmiddels is Jamshid getrouwd met een andere vrouw, in Iran. Zijn moeder reisde naar hun geboorteland om daar om de hand van de nieuwe echtgenote te vragen.

„Dan denk ik…” begint de rechter, „u heeft ook een zoontje van drie.” Die ziet de verdachte sinds februari eveneens niet meer. Ondanks een contactverbod bracht z’n ex hun zoontje eerder toch naar hem toe. „Ze wist dat ik een veilige man ben”, zegt Jamshid.

Waarom is het contact dan alsnog stukgelopen? Hij zou zijn ex hebben gezegd dat ze de relatie kapot heeft gemaakt en dat hij daarom niet langer haar rekeningen voor abonnementen en boodschappen zou betalen.

De rechter: „In Nederland hebben we de regel dat een kind recht heeft op twee ouders. U bent geen partners meer, maar u bent nog steeds de vader van uw zoon. En de tweede regel is dat geld, of geldproblemen, niemand ontslaat van het vaderschap.”

Jamshid beschouwt zichzelf als een goede vader. Maar die berichten dan? Dat was slechts Farsi straattaal: hij wilde ‘een einde maken’ aan de herinneringen aan zijn ex, die uit z’n hoofd wissen, dus niet letterlijk een einde aan haar leven maken. Het was louter figuurlijk.

Volgens de advocaat is de kern van de zaak niet een mogelijk ongelukkige woordkeuze, maar of wat Jamshid zei in de ogen van de wet als bedreiging telt. Dan is sprake van een uiting zó ernstig dat die iemand bang maakt. „En juist daar wringt het.”

De rechtbank is afhankelijk van een letterlijke vertaling van de spraakberichten in het Farsi, terwijl de tolk in de politieverklaring iets anders bevestigde. „Het is lastig, want dit is een soort straattaal in Iran”, zegt de advocaat. „De tolk heeft aangegeven: als je iets uit boosheid zegt, zeg je dingen figuurlijk, zoals mijn cliënt.” Wie in Iran veel van iemand houdt, zegt: „Ik eet je lever.” In het Nederlands klinkt dat misschien extreem, maar het is geen letterlijke bedreiging, zo redeneert de advocaat.

Hetzelfde zou gelden voor: „Ik blaas je in honderd stukjes op.” Daarmee zou de verdachte bedoelen dat hij ‘geen stukje van haar meer wil zien’. Er was geen tijdstip, geen plan, geen concrete handeling om haar daadwerkelijk (met een explosie) te doden.

De officier van justitie denkt daar anders over. De dreigende woorden aan de ex werden volgens haar geuit in ‘een dreigende context’: een verbroken relatie, moeizaam contact en een man die een dag ná die woorden boos voor haar deur stond. Zijn ex, die dezelfde taal spreekt en uit dezelfde cultuur komt, ervoer de berichten als bedreigend en belde de politie. Jamshid zei dat hij haar „in zijn hart” bedoelde te doden, maar het woord ‘hart’ komt in de vertaling niet terug. Hij had andere woorden moeten kiezen.

Volgens de officier maakt Jamshid het allemaal kleiner, neemt hij geen verantwoordelijkheid – ook niet voor de consequenties van deze kwestie voor zijn zoontje – en voert zichzelf bovendien op als slachtoffer. In zijn voordeel telt dan weer een blanco strafblad. De strafeis wordt zestig uur taakstraf met aftrek van drie dagen voorarrest en dertig uur voorwaardelijk.

Het oordeel

„U zegt dat het figuurlijk bedoeld was”, zegt de rechter, „maar u was op dat moment heel kwaad. En dat WhatsApp-bericht was niet een eenmalige uitbarsting.” Immers, toen ‘de boodschap’ al was overgebracht, volgde het Instagram-bericht. En de toevoeging „wacht maar tot morgen, dan zul je zien wat ik doe” is volgens de rechter niet als figuurlijk op te vatten. Dat hij een dag later haar huis bezocht en op de deur bonsde, wekt ook alle schijn van letterlijkheid.

Tot slot spreekt de rechter Jamshid direct aan. Hij is hertrouwd, zegt ze, de relatie met de moeder van zijn zoon is voorbij: er is geen enkele reden meer om haar te bedreigen of uit te schelden. „Ik vind het schaamtevol als ouders niet fatsoenlijk met elkaar kunnen omgaan. Wat zij ook zegt of doet: u reageert voortaan met respect.”

De feiten acht de rechter bewezen. Jamshid krijgt een taakstraf van zestig uur, waarvan dertig voorwaardelijk. Hij moet 24 uur werken, na aftrek van drie dagen voorarrest. De overige dertig uur blijven twee jaar gelden als voorwaardelijke straf.

Nu is het volgens de rechter aan Jamshid om oude pijn opzij te zetten en het belang van zijn zoon voorop te stellen.

In deze rubriek beschrijven verslaggevers elke week een rechtszaak.

De Zitting

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next