Theodor Kockelkoren | inspecteur-generaal Bij iedere energiecrisis wordt de vraag gesteld: moet in Groningen weer gas worden gewonnen? Maar dat is onverantwoord, zo vindt toezichthouder Kockelkoren: „De kracht van aardbevingen zal toenemen indien we weer gas gaan winnen.”
Theodor Kockelkoren, inspecteur-generaal bij Staatstoezicht op de Mijnen.
Door de oorlog in het Midden-Oosten heeft Nederland voorlopig te kampen met hogere gasprijzen. Het is, na 2022, de tweede energiecrisis in vier jaar tijd. Den Haag wil dan ook minder afhankelijk worden van energie-import. Daardoor komen Nederlandse gasvelden weer in beeld en stellen sommige politieke partijen voor het Groningenveld, veruit het grootste gasveld, niet definitief te sluiten. Intussen is de versterking van woningen in het aardbevingsgebied in Groningen nog lang niet klaar.
Dat moet sneller, stelt inspecteur-generaal Theodor Kockelkoren van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). De toezichthouder publiceerde maandag de jaarlijkse analyse van de veiligheid in het aardbevingsgebied en de voortgang van de herstelwerkzaamheden.
NRC spreekt Kockelkoren in zijn werkkamer, waar in een lijst de Loi les Mines aan de muur hangt, de napoleontische mijnbouwwet uit 1810. De inspecteur-generaal spreekt bedachtzaam. Ondanks zijn kritiek op de versterkingsoperatie, wil hij niet met de vuist op tafel slaan. Hij weet ook: de situatie is complex en sommige zaken gaan echt beter. Hij belicht graag meerdere kanten van het verhaal. Behálve als het over de heropening van het Groningenveld gaat.
„Ik denk dat de velden voorheen financieel niet interessant genoeg waren, maar dat ze die nu inschat als rendabel. De gasprijzen zijn hoog, al is niet zeker hoe dat de komende decennia gaat zijn. Noorwegen is nu, gezien de geopolitieke vraag, bereid dat risico te nemen. Een belangrijk verschil met Nederland is: daar speelt geen veiligheidsvraagstuk.”
„Ik hoop waarachtig dat het niet gaat schuiven. Het is een slecht idee om weer gas te winnen uit het Groningenveld. Het is niet veilig, er zijn nog steeds aardbevingen. De kracht daarvan zal toenemen als er weer wordt gewonnen. Dat betekent meer schade, meer huizen die versterkt moeten worden – misschien zelfs huizen die al versterkt werden. En dan is daar nog het effect op de gezondheid van inwoners, terwijl we al weten dat jaarlijks mensen vervroegd overlijden als gevolg van de problematiek.”
Later bleek dat tijdens het interview met Kockelkoren een aardbeving in het Groningse Uithuizen had plaatsgevonden, met een kracht van 1,8.
„Daar gaan wij als toezichthouder niet over. Vanuit het perspectief van veiligheid is het een slecht idee. Hoe je dat moet wegen, dat is aan de politiek.”
„Als het veilig kan, hebben we daar geen problemen mee. De vraag is wel hoeveel je kan leeghalen zonder dat het risico op aardbevingen in de bodem te groot wordt.”
„Omdat de situatie complex is. Er worden jaarlijks meer gebouwen versterkt, dat gaat sneller. Tegelijkertijd moeten nog meer dan achtduizend huizen worden versterkt. Zo duurt het nog jaren voordat de laatste woning klaar is. Het is belangrijk dit te blijven benoemen.”
„De huizen en situaties waar mensen in zitten, zijn allemaal verschillend, dus je kunt niet als overheid continu hetzelfde doen. Gemeenten kunnen ook niet zomaar straten overhoop halen en willen de versterking combineren met wijk- of dorpsverbetering.
„Voor bewoners is het fijn als tijdens de versterking ook het huis wordt verduurzaamd [een van de maatregelen van het kabinet-Rutte IV na de parlementaire enquête]. Dan hebben ze niet twee keer stof in hun huis. Maar dat betekent dat anderen langer moeten wachten. Er zit dus spanning tussen het comfort voor inwoners en de snelheid.
„Soms is versterken met verduurzamen te combineren, maar bij huizen die vooral lichte versterking behoeven, kan dat juist vertragen. Doe het dáár in twee stappen.”
„Dat is niet uit te leggen aan alle mensen die al jarenlang wachten. We zien dat als een huis is versterkt, een zware last van de schouders van bewoners valt.”
„We hebben moeite om dit soort grote, complexe vraagstukken op te lossen. Het was ooit de bedoeling om binnen vijf tot tien jaar klaar te zijn. Als de versterking in 2032 is afgerond, heeft het twintig jaar geduurd.”
„Dat argument is relevant: de leveringszekerheid van gas is een publiek belang. Maar in het verleden is het impliciet als afweging gebruikt om meer gas te winnen, wat verhinderde dat het politieke gesprek over die winning op een goede manier kon worden gevoerd. In 2018 hebben we als toezichthouder daarom besloten niet meer naar leveringszekerheid te kijken, zodat we ons advies daar niet door laten beïnvloeden.”
Een gasopslag bij Zuidwending in Veendam.
„We hebben veel kleine velden [meer dan tweehonderd]. De opties om daar wat mee te doen, zijn soms beperkt. Zeker bij de kleine velden rondom het Groningenveld zullen we kritischer moeten zijn en minder risico’s nemen. De komende jaren verwachten we daar meer aanvragen van de NAM.
„Het potentieel van de kleine velden is wel eindig [op land en zee gaat het om 150 miljard kubieke meter gas, ter vergelijking: het Groningenveld heeft nog maximaal 550 miljard kub gas]. Dat past ook bij de energietransitie. We hebben relatief steeds minder gas nodig.”
„Een bijzondere situatie. Normaal moet zo’n procedure niet meer dan twaalf maanden duren, maar ze bleef jarenlang liggen. Het uiteindelijke besluit is genomen met een advies uit het verleden, nog van vóór de parlementaire enquête. Nu zouden we anders adviseren op grond van de brede veiligheid [naast de instortingskans van gebouwen ook bodemschade en gezondheidseffecten].”
„Zeker. Als een procedure jaren duurt, leidt dat tot onbegrip. De minister maakt een aanvraag niet openbaar en soms zit wel drie of vier jaar tussen aanvraag en besluit. Dat moet je niet meer zo doen. Het is belangrijk om dit in de nieuwe mijnbouwwet te repareren.”
„In zekere zin wel, ja.”
„Daar ga ik geen voorspellingen over doen. Al voor de oorlog in het Midden-Oosten waren olie- en gasbedrijven geïnteresseerd in winning op de Noordzee. Indien de overheid gaswinning op de Noordzee wil versnellen, is daar alle ruimte voor. Daar zien we veel minder veiligheidsrisico’s dan op land.”
„Ja. De mogelijkheden op de Noordzee benutten, zal in de praktijk betekenen dat de afname van gaswinning minder hard gaat – maar hij gaat afnemen.”
„Het maakt die wel ingewikkelder. Politieke partijen hebben opvattingen over onze adviezen en over hoe we functioneren als toezichthouder. Dat zorgt voor spanning. Als toezichthouder moet je zorgen dat je een zuivere koers houdt in een krachtenveld dat op allerlei manieren op je inwerkt.”
1959: Groningenveld ontdekt
1963: de staat, ExxonMobil en Shell stellen een overeenkomst van samenwerking op
1986: eerste aardbeving in Noord-Nederland, bij Assen
2012: zwaarste aardbeving: in Huizinge, met een kracht van 3.6
2018: fakkeltocht in Groningen, duizenden inwoners protesteren tegen de gaswinning
2018: kabinet wil de Groningse gaswinning stoppen
2023: parlementaire enquêtecommissie gaswinning Groningen presenteert rapport
2023: gaswinning in het Groningenveld is gestopt