Natuur Het kustgebied tussen Hoek van Holland en Noordwijk is uitgeroepen tot Nationaal Park Hollandse Duinen. Verdient een dichtbevolkte strook wel een predicaat dat vooral is weggelegd voor ongerept groen? „Als deze aanvliegroute de natuur helpt, moedigen we dat alleen maar aan.”
Konikpaarden in de omgeving van de Wassenaarse Slag.
Loop vanaf het drukke treinstation Den Haag Centraal langs de hertenweide op de Koekamp het Haagse Bos in en je bevindt je zowaar in een nationaal park.
Vanaf daar is het twaalf kilometer wandelen naar de duinen van de Wassenaarse Slag, waar boswachter Mark Kras deze winderige middag met hoed op zijn hoofd vanaf een duintop uitkijkt over het kustgebied. Op de voorgrond grijze duinen, bijeengehouden door helmgras, dan rijen bomen, in de verte de pier met het reuzenrad van Scheveningen.
„Dit is het mooiste stuk”, zegt Kras, sinds jaar en dag het gezicht van het duingebied. „Het is niet voor niets dat de Hollandse meesters hier kwamen schilderen.”
Deze maand kende het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur officieel de Hollandse Duinen de status toe van nationaal park. Dat predicaat is weggelegd voor natuurgebieden die voldoen aan een reeks kwaliteitseisen en, volgens het ministerie, een ”grote schoonheid” bezitten.
Nationaal Park Hollandse Duinen (NPHD) is, anders dan de titel wellicht doet vermoeden, allesbehalve één geheel. De duinen vormen de kern, verder omvat het gebied een aan elkaar geregen verzameling van parken, bossen en versnipperde plukjes groen langs de kust van Hoek van Holland tot Noordwijk. Het is de groene gordel rond de Leidse binnenstad. De kassen in het Westland. Statige landgoederen als Clingendael, De Horsten en Ockenburgh. De uitgestrekte bollenvelden van Lisse. Een vaart langs de provinciale weg bij Kwintsheul. In het gebied wonen ruim een miljoen mensen.
Eveline Buter, directeur van NPHD, vindt het wel uit te leggen. „We zien dat mensen vooral dezelfde plekken in de duinen bezoeken. Terwijl: we kunnen het niet alleen met dat ene postzegeltje doen. Wanneer je meer gebieden hebt, is er voor iedereen wat wils. Dan wordt de druk op kwetsbare gebieden vanzelf minder.”
Vereiste dat een officiële status? Volgens Buter wel. De „gemeenschappelijke ambitie” brengt de zestig bij het park betrokken partijen – gemeenten, waterschappen, Staatsbosbeheer en Dunea – om tafel, waar voorheen nog weleens langs elkaar werd gewerkt.
Kras kan erover meepraten. Voor hem gaat een langgekoesterde wens in vervulling. De boswachter loopt over een smal paadje, waar de duinen overlopen in een groene vlakte, wijst op een spoor van grasplantjes waarvan kinderen zich soms afvragen of hij die netjes op een rijtje plant, vraagt een wandelaar haar hond aan te lijnen.
Wees hij voorheen een bezoeker terecht, dan moest Kras uitleggen dat degene zich in een Natura 2000-gebied bevindt, dat Brussel heeft bepaald dat daar de hoogste Europese natuurbescherming geldt. Bij de tweede zin was men dan al afgehaakt.
Maar nu kan de beheerder zeggen: „Wacht eens even, dit is niet zomaar een natuurgebied, dit is een nationaal park. En iedereen begrijpt dan wat je bedoelt.” Dat, zegt Kras, is dan ook vooral de toegevoegde waarde van de officiële status. „Het is marketing, maar dat is voor mij geen vies woord. Het is een instrument om de natuur dichter bij de mensen te brengen.”
De International Union for Conservation of Nature (IUCN) legde internationale richtlijnen vast voor wanneer een natuurgebied het predicaat nationaal park verdient. De nadruk ligt vooral op ongerepte natuur. „Natuurlijke processen moeten de boventoon voeren, niet zozeer de menselijke hand”, zegt IUCN-ecoloog Caspar Verwer. Strikt genomen voldoet Hollandse Duinen niet aan die richtlijnen. Sterker: dat geldt volgens Verwer voor het gros van de 22 nationale parken die Nederland telt.
„Het is een hartstikke mooi gebied”, zegt de ecoloog over NPHD. „Maar er wonen meer dan een miljoen mensen. Daar wringt de schoen: in hoeverre leef je in een dichtbevolkt land de internationale richtlijnen na?” Buter ziet ook de „stammenstrijd” over in welke mate Nederland mag afwijken van de kaders. „Sommigen zeggen: het moet helemaal zonder mensen. Maar ongerepte natuur heeft Nederland niet. We willen dat het groen bij mensen tot aan de voordeur komt.”
Het liefst, zegt Verwer, ziet IUCN dat de richtlijnen door alle landen worden nageleefd. „Dan heb je een standaard die ook echt iets zegt.” Maar de status van nationaal park is niet juridisch beschermd. Zo bezien is het volgens hem geen halszaak dat Nederland – net als sommige andere landen – geen strikte interpretatie van de standaard hanteert.
Met het predicaat kan NPHD aanspraak maken op een subsidiepot van het ministerie van 30 miljoen euro, die het moet delen met andere organisaties. Voor de categorie beschermd landschap – een status die Hollandse Duinen volgens Verwer beter zou passen – ontbreekt dat geld simpelweg.
Verwer: „De bottomline is dat de natuur er beter van wordt. Als deze aanvliegroute daarbij helpt, dan moedigen we dat alleen maar aan.” Al zegt hij ook: „Ga niet alleen maar mooie filmpjes maken over hoe geweldig dit gebied is.” Hij noemt de bollenteelt, waar op grote schaal gif wordt gebruikt. „Maak dan werk van de verduurzaming daarvan.”
Wielrenners doorkruisen de Wassenaarse Slag.
Met name in weekenden en op feestdagen trekken sommige plekken in de duinen al horden dagjesmensen. De vraag is of de officiële status niet vooral nóg meer bezoekers naar het gebied trekt. ”Die heeft een aanzuigende werking”, beaamt Kras. „Dus er zullen meer mensen komen.” Toch is de boswachter niet bang: „Door die samenwerking hebben we nu handvatten om daarmee aan de slag te gaan.”
Kras beklimt de zeereep, de eerste strook duinen voor de Noordzee. Loop je hier ’s avonds, zegt hij, dan struinen vossen over het strand waar diezelfde dag stromen badgasten hun handdoek neerlegden.
Een harde scheiding tussen „mens en natuur” is in de dichtstbevolkte provincie volgens de boswachter even onhaalbaar als onwenselijk. Hij vertelt over omwonenden die zwerfafval van het strand rapen. „Als je niet met de natuur in aanraking bent, ga je er ook niet meer voor zorgen.”
Kijk niet te veel over de grens, is dan ook Kras’ boodschap. „We hebben in Nederland geen wilde maar wel onwijs mooie en soortenrijke natuur. We moeten kijken naar wat we zelf hebben en hoe we dat zo goed mogelijk kunnen behouden. Dit is niet de trots van Amerika: dit is de trots van Nederland.”