7 oktober 2023 De Israëlische Knesset heeft het wetsvoorstel maandagavond met 93 stemmen voor en geen stemmen tegen aangenomen. Bij een veroordeling kan volgens deze nieuwe wet de doodstraf worden opgelegd.
Arabisch-Israëlisch Knessetlid Ahmad Tibi spreekt tijdens een stemming in de Knesset over een wetsvoorstel betreffende de vervolging van verdachten van de aanslag van 7 oktober, tijdens de openingszitting van de zomer van de Knesset in Jeruzalem, 11 mei 2026.
De Israëlische Knesset heeft maandagavond met 93 stemmen voor en geen stemmen tegen een wetsvoorstel aangenomen voor de oprichting van een speciale militaire rechtbank die de daders van de terreuraanslagen van 7 oktober 2023 met terugwerkende kracht de doodstraf kan opleggen. Dat schrijven verschillende Israëlische media. De overige 27 parlementsleden waren afwezig of onthielden zich van de stemming.
De rechtbank gaat zich richten op het berechten van de driehonderd tot vierhonderd aanvallers van de Hamas Nukhba-eenheid, die tijdens de invasie van Israël op 7 oktober door Israëlische militairen zijn gevangengenomen en sindsdien in detentie zitten. Bij een veroordeling voor genocide kan volgens deze nieuwe wet, met terugwerkende kracht, de doodstraf worden opgelegd. Doorgaans worden camera’s in de rechtszaal verboden, maar deze nieuwe wet schrijft voor dat belangrijke momenten in de rechtszittingen worden gefilmd. Zo zullen onder andere de openingszittingen, vonnissen en veroordelingen op een speciale website worden uitgezonden.
In november 2024 werd het wetsvoorstel ingediend door parlementsleden van zowel een coalitiepartij als een oppositiepartij. In maart nam de Knesset al een wet aan waarbij de doodstraf werd uitgebreid voor Palestijnen die schuldig worden bevonden aan terroristische aanslagen met dodelijke slachtoffer, maar die wet werkt niet met terugwerkende kracht.
Deze nieuwe wet staat los van de in maart aangenomen wet, waarbij de doodstraf werd uitgebreid voor Palestijnen die schuldig worden bevonden aan terroristische aanslagen met dodelijke slachtoffers. Bij deze wet is geen terugwerkende kracht mogelijk, waardoor een aparte wet nodig was om de doodstraf ook in te voeren voor de processen van de daders van 7 oktober.
Israël heeft sinds zijn oprichting slechts één persoon geëxecuteerd, Adolf Eichmann. Zijn proces werd op televisie uitgezonden. Hij werd in 1962 veroordeeld vanwege zijn prominente rol in de Holocaust. Yulia Malinovsky, één van de parlementariërs die de wet mede indiende, trok maandagavond een vergelijking met Eichmanns proces. Ze noemde de daders van 7 oktobers „de hedendaagse nazi’s” en wist zeker dat de processen „de geschiedenisboeken zullen ingaan”.
De juridische ngo Adalah heeft formeel bezwaar gemaakt tegen het wetsvoorstel, meldt Al Jazeera. Muna Haddad, advocaat bij de organisatie, zei tegen het nieuwsmedium dat „het wetsvoorstel opzettelijk de juridische waarborgen voor een eerlijk proces verzwakt om de massale veroordeling van Palestijnen te kunnen bewerkstelligen”. Haddad waarschuwt bovendien dat de openbare uitzending van zittingen de processen tot een „schouwspel” kan maken en de onschuldpresumptie kan aantasten.
Sari Bashi, de uitvoerend directeur van de ngo Openbaar Comité tegen Marteling in Israël, zei dat „leden van de regeringscoalitie duidelijk hebben gemaakt dat ze verwachten dat deze rechtbank die ze hebben opgericht tot massale executies zal leiden”, aldus de BBC. Haar zorg is dat Palestijnen die worden vastgehouden op verdenking van deelname aan de misdaden van 7 oktober „zullen worden veroordeeld en zelfs geëxecuteerd op basis van bekentenissen die onder marteling zijn afgedwongen.”
Een deel van de slachtoffers van 7 oktober, die zich in de zogeheten Oktoberraad verenigen, eist juist dat de Knesset aftreedt om verantwoordelijkheid te nemen voor de terreuraanslag. Op het Nova-muziekfestival „waren er Nukhba-terroristen die deden wat ze deden”, zei Rom Braslavski, die twee jaar lang door de Islamitische Jihad gevangen werd gehouden in Gaza. „En hier, in de Knesset, zitten de verantwoordelijken.” Hij zei dat alle officiële instanties zijn oproepen negeren. „Waarom moet ik commissies afstruinen en ruziën over de vraag of ik recht heb op 50 procent of 100 procent arbeidsongeschiktheidsuitkering?”