Als er iemand groot gelijk had, was het modeontwerper Dries Van Noten wel. Of eigenlijk de zanger Phil Ochs. ‘In zulke lelijke tijden is schoonheid het enige echte protest’, heeft Ochs kennelijk ergens in de jaren zestig gezegd. En dat laatste, dat van de schoonheid die „the only true protest” is, blijkt Van Noten nu als titel te gebruiken voor een tentoonstelling in Venetië. Over mode. Vakmatige virtuositeit. Zijde, vazen, borduursels, sculpturen.
Het toeval wil dat ik geheel op eigen kracht zelf ook al tot dat inzicht was gekomen. Daarom was ik zojuist begonnen iets moois te schrijven, waarvoor ik een personage nodig had en gelukkig had ik dat inmiddels gevonden. Puur uit protest nam ik me voor dat dit personage zowel schoonheid als diepgang zou bezitten, authenticiteit, kwetsbaarheid, gratie, intelligentie en integriteit. Check. Allemaal geregeld. Nu nog een naam.
Op dit punt aangekomen werd ik onverstandig. Ik besloot online onderzoek te doen en kwam erachter dat aan alle voornamen een rare associatie kleeft. Net had ik een naam gevonden die me beviel, of ik las dat die in Zuid-Amerika verwijst naar gebakken pasta. Andere duidden in vreemde talen op infectieziektes en opmerkelijk veel namen bleken ergens ter wereld een woord te zijn voor slet.
Zo kwam er van de schoonheid niet veel terecht. Hoe was ik in hemelsnaam zo snel van borduursels en zijde bij groezelige gesprekken terechtgekomen? Misschien kun je ook te veel onderzoek doen, dacht ik; het kan geen kwaad af en toe autonoom te beslissen, je hoeft niet alles te onderbouwen met de wetenschappelijke inzichten die worden verspreid via Quora en Reddit.
Ik geloof dat het de socioloog en theoloog Jacques Ellul is geweest die heeft gezegd dat opereren in de marge de enige manier is om aan het determinisme van de moderne tijden te ontsnappen. Of misschien heeft hij dat helemaal niet gezegd en moet ik gewoon zelf uitleggen dat het waardevol is je tussen de kieren van de cultuur te wriemelen en je leven gracieus te leven.
Maar goed, ik zat nog steeds met dat personage waarover ik iets moois wilde schrijven. Hoeveel invloeden zouden op dat schrijven inbeuken? Hoe autonoom kon ik zijn? Naar aanleiding van Venetië las ik over de Venetiaanse Biënnale van dit jaar, over morele bezwaren tegen deelname van Rusland en Israël aan het kunstevenement, over politieke inmenging door regimes, over staatscensuur en sociale boycot, over de moderne tijden die de kunst determineren.
Uit al deze berichten zou je de conclusie kunnen trekken dat de tijd weliswaar op de kunst inbeukt, maar dat kunst heel goed in staat is maatschappelijk terug te beuken. En dat dat helpt. Maar net had ik dat bedacht of een bericht van de Auteursbond, de vakbond van schrijvers, bracht me weer aan het twijfelen.
De Auteursbond was met de „lead data acquisitie GPT-NL” en de „product-manager GPT-NL” in gesprek gegaan over taalmodellen. GPT bouwt op dit moment een nieuw Nederlands taalmodel met teksten uit media-archieven. De schrijvers van die teksten worden niet voor hun werk betaald en ze mogen het model ook niet gebruiken, want dat is exclusief bedoeld voor de zakelijke markt en de overheid. „Kunnen jullie je voorstellen dat daar wel kritiek op is?” vroeg de Auteursbond aan GPT.
Jawel, zeiden de product-manager en de lead data acquisitie. Maar je kunt geld maar één keer uitgeven en daarom is ervoor gekozen de schrijvers die de tekst aanleveren niet te betalen en voorrang te geven aan commerciële bedrijven. „Voor de commerciële BV-Nederland is het ook belangrijk dat er gebruik gemaakt kan worden van een model dat op een eerlijke manier is gebouwd.”
Het was de terloopse minachting van dit antwoord die ik interessant vond. Je haalt alle schilderijen op de Biënnale van de muur en geeft ze weg aan bedrijven, omdat die er nu eenmaal ook baat bij hebben. Het is een manier van denken die in zijn onverschilligheid net zo goed inbeukt op het schrijven als al die andere inmenging in de wereld. En er is niet zoveel tegen te doen.
Althans. Er is altijd nog die schoonheid. Jacques Ellul, of misschien was het een ander, heeft, geloof ik, gezegd dat er onderscheid valt te maken tussen je maatschappelijke leven en je existentie. In lelijke tijden kan er maatschappelijk van alles op je inbeuken, maar je hebt daarnaast nog je eigen bestaan, waarin schoonheid betekenis verleent, buiten de overheid en de zakelijke markt om.
Natuurlijk, ten slotte was ik wel zo stom mijn eigen naam online op te zoeken. ‘Maxim is een mooie naam’, zeurden aanstaande moeders, ‘maar wie noemt nou zijn kind naar een mannenblad?’ Uit puur autonoom protest besloot ik me daar alleen helemaal niets van aan te trekken.