Cannes 2026 Thierry Frémaux leidt al 25 jaar de selectie van ’s werelds belangrijkste filmfestival. Een excentriekeling en een haantje, hij begon als vernieuwer, maar staat nu te boek als traditionalist.
Thierry Frémaux tijdens de opening van het Cannes Film Festival.
„Film is een religie en Cannes is de samenkomst van alle kerken.” Festivaldirecteur Thierry Frémaux zet de toon even voor dit aankomend festival, in vakblad Variety, grootsprakerig zoals alleen hij dat kan.
Het wordt – wanneer niet? – een veelbelovend festival. Meerdere generaties aan filmmeesters komen en er is glamour genoeg. Dat Hollywood het liet afweten deert niet: Frémaux nodigde lastminute Vin Diesel en zijn motorploeg uit voor een viering van 20 jaar Fast and the Furious.
Maar Frémaux blikte dit jaar ook een beetje terug. Deze mei staat hij 25 jaar aan het hoofd van de selectie van ’s werelds belangrijkste filmfestival. In die tijd introduceerde hij Justine Triet, Yorgos Lanthimos, Joachim Trier, Ruben Östlund, Andrea Arnold en meer regisseurs aan de wereld. Frémaux zelf groeide uit tot een van de belangrijkste mensen in de filmwereld: ‘de celluloid judoka’, ‘Monsieur Cinema’.
De pers applaudisseert even voor 25 jaar Frémaux, tijdens de persconferentie één dag voor het festival. Frémaux kan bokkig zijn tegen ‘oneerlijke’ journalisten, maar wordt gerespecteerd. Hij is overal in Cannes. In pak op de rode loper, op de fiets tussen festivallocaties, met een microfoon bij filmpremières – hij introduceert persoonlijk elke film. Hij glimlacht de zaal in.
Oud judomeester, Springsteen-superfan, maar Frémaux is vooral levenslang cinefiel. Als hij niet met Cannes bezig is, leidt hij het Institute Lumière in zijn thuisstad Lyon – een filmarchief en museum dat óók nog een filmfestival heeft in januari. Of hij schrijft boeken over film, over zíjn werk, de Lumières. En ook over judo – al beschrijft hij daarin hoe judo hem niet alleen heeft gevormd als man, „maar ook als filmliefhebber”.
Toen toenmalig directeur Gilles Jacob hem vroeg de selectie van Cannes over te nemen in 2001, kreeg Frémaux één voornaamste taak: Hollywood terugbrengen naar Cannes.
In de jaren negentig – na Gouden Palmen voor David Lynch, de gebroeders Coen en Quentin Tarantino – was de relatie bekoeld. Hollywood vond Cannes ‘out-of-touch’. En wat had popcornpubliek in Midden-Amerika eigenlijk aan badinerende Franse kunstcritici? Cannes had Hollywood harder nodig dan andersom: voor de internationale persaandacht en filmsterrenglamour.
Met zijn eerste selectie in 2001 zette Frémaux de toon. Shrek kreeg een heilige competitieplek, als slechts tweede animatiefilm ooit. Moulin Rouge opende het festival: een Hollywood-musical over de Parijse burlesk – erg symbolisch. Nicole Kidman dj’de met Fatboy Slim op de afterparty, georganiseerd door de regisseur: de Australische flambo Baz Luhrman. Frémaux’ diplomatieke missie naar Los Angeles had gewerkt.
„Thierry wist er aan het begin niet zoveel vanaf”, zei Gilles Jacob jaren later tegen Le Monde. Maar Hollywood kwam inderdaad terug – met The Matrix II, The Great Gatsby, Indiana Jones (tweemaal). Door animatie en digitale films te omarmen maakte Frémaux Cannes toekomstklaar.
Er was „een nieuw tijdperk” aangebroken, zei Frémaux dit jaar tegen Variety. En hij zou Cannes de 21ste eeuw in brengen.
Kelly Preston, John Travolta, Uma Thurman, Quentin Tarantino, Lawrence Bender en Thierry Frémaux, 2014.
Thierry Frémaux op het filmfestival, 2024.
Uiteindelijk draait zijn baan vooral om smaak – het voorproeven en herkennen van meesterwerken. Cannes kreeg dit jaar ruim 2.800 inzendingen – slechts 22 daarvan komen in de hoofdcompetitie. Frémaux ziet Cannes als „een grote jaarlijkse foto van de staat van de filmindustrie”. Een film moet niet alleen ‘goed’, maar ook ‘belangrijk’ zijn.
Hij houdt wel van controverse. Gaspard Noé’s Irreversible was zo schokkend dat 200 man de zaal uitstormde, sommigen moesten aan de beademing. Vincent Gallo’s drugsroadtrip Brown Bunny verveelde de zaal zo dat bezoekers halverwege ironisch applaudisseerden toen de hoofdpersoon een jas aandeed. Een fiasco af en toe is de prijs die je betaalt om in de voorhoede te blijven. Al weet Frémaux dat zijn positie afhangt van zijn goede smaak, zei hij in 2024: „Als ik twee jaar op rij een slechte selectie maak, stap ik op.”
In zijn memoires Selection Officielle beschrijft hij hoe een jaar in zijn leven eruit ziet – in 600 pagina’s, bescheidenheid is hem nooit verweten.
Tijdens de selectieprocedure van het festival kijkt hij zes à zeven films per dag; de rest van het jaar: vijftien per week. Maar daarnaast is hij een soort colporteur die zijn festival verkoopt. Hij slijmt en roddelt bij sterren en vliegt naar Azië om veelbelovende films te inspecteren.
Met succes bleef hij zo aan de top van de festivalwereld. Cannes is nu de grootste hofleverancier voor Oscars,met dertig nominaties in 2025 en Oscarwinnaars als Parasite, Anora, Sentimental Value. De concurrentie – Venetië, Toronto – heeft het nakijken.
Misschien is dat ook omdat Frémaux traditionele ‘cinema’ koste wat kost wil beschermen. Hij is wars van VR en AI, programmeert geen series en staat ‘immersieve filmkunst’ maar mondjesmaat toe – laat dat maar aan Venetië – en verklaart tijdens de persconferentie (andermaal) de liefde aan „organische film” – zonder computereffecten. Al bijna tien jaar komt Netflix niet meer, omdat Cannes eist dat alle competitiefilms in de bioscoop worden uitgebracht. Het kost je wat glamour, maar dat betaalt zich terug in de dank en loyaliteit van meesterregisseurs.
Thierry Frémaux en Nicole Kidman, 2017.
De hardnekkigste kritiek komt de afgelopen tien jaar uit de #MeToo-beweging. Cannes reageerde traag en weet nog altijd geen genderpariteit te bereiken, wat de Berlinale bijvoorbeeld wel lukt.
Vragen daarover irriteren Frémaux op de persconferentie maandag. Hij heeft een briefje met cijfers voorbereid: er is een stijgende lijn, én Frémaux selecteert op kwaliteit, zegt hij. „Agnès Varda zei me ooit: ‘Beloof me dat je nooit een film kiest omdat-ie is geregisseerd door een vrouw’.” Je kunt het toch niet oneens zijn met dé Agnès Varda?
Maar Frémaux’ grootste uitdaging voor de toekomst is, ironisch genoeg, dezelfde als 25 jaar geleden. Hollywood is markant afwezig; de industrie rilt na van Covid en stakingen, en is wederom bang voor Franse critici. „Of dit echt een trend is, of een uitzondering, zie je pas over vijf jaar.”
Hij is optimistisch. En aan Cannes zal het niet liggen, zei hij tegen Screendaily. „Sterker nog, dit is slechter voor de studio’s. Zij moeten begrijpen dat veel films in Cannes begonnen, voordat ze hun glorieuze weg naar de Oscars insloegen. Of gemaakt werden door filmmakers die wij ontdekten.”