Tata Steel De overstap van Donald Pols past in een patroon van linkse mensen die overstappen naar bedrijven die ze ‘bevochten’, schrijft Pieter Sellies. Zo is de boodschap dat linkse politiek of organisaties niet aan jouw kant staan.
‘We willen hetzelfde, we verschillen slechts over de manier waarop.” Als iemand die sinds de middelbare school probeert bij te dragen aan een rechtvaardige en groene toekomst ben ik de tel kwijt van hoe vaak dit tegen mij is gezegd. Op een feestje in gesprek met iemand die werkt voor een of andere duurzaamheidsafdeling, aan de bestuurstafel van de universiteit, op de radio in debat met een lobbyist van de gasindustrie. Elke keer is het wachten op de poging om mijn zorgen en kritische argumenten te ontwapenen met deze zogenaamd geruststellende boodschap.
Pieter Sellies is klimaatactivist, zit in de bondsraad van de FNV en is politiek strateeg.
Maar we willen niet hetzelfde. Wij staan niet aan dezelfde kant. Het belang van een grote multinational is niet óók het belang van jongeren en werkende mensen. De een wil zo veel mogelijk geld verdienen en het bedrijfsmodel beschermen, de ander wil een vrij leven zonder uitgebuit te worden en een toekomst om naar uit te kijken. De erkenning hiervan – en de keuze om te strijden voor het belang van alle mensen – is het fundament waarop alle linkse politiek gebouwd is.
Of ja, dat zou het moeten zijn. De transfers tussen het bedrijfsleven en linkse politieke partijen of maatschappelijke organisaties ondermijnen de geloofwaardigheid van linkse politiek en iedereen die probeert mensen te beschermen tegen de macht van multinationals.
Nu is het Donald Pols, gezicht van Milieudefensie en SP’er, die hoofd communicatie en duurzaamheid wordt bij Tata Steel, maar het is al jaren een patroon. Diederik Samsom is voorzitter van de Raad van Toezicht van Gasunie, Lodewijk Asscher is de voorman van de Nederlandse luchtvaartlobby, Dick Benschop leidde Shell en Schiphol. Allemaal PvdA’ers. FNV-onderhandelaars gaan zonder schroom aan de andere kant van de cao-tafel zitten. Elke overstap bevestigt het verhaal dat megabedrijven overal graag vertellen: we willen hetzelfde, we verschillen echt niet zo veel van onze critici.
Wat zou jij denken als je in IJmuiden woont en kanker hebt vanwege de vervuiling door Tata Steel? Hoe zou een beveiliger op Schiphol reageren die al jaren trouw haar FNV-lidmaatschap betaalt? Gaat een jongere die zich zorgen maakt over de verhitting van onze aarde de volgende verkiezingen weer stemmen? Als Donald Pols aan de kant van Tata Steel staat, dan is de boodschap dat linkse politiek of maatschappelijke organisaties niet aan jouw kant staan. Het mag dan eigenlijk ook geen verrassing meer zijn dat linkse partijen elke verkiezing opnieuw zetels verliezen, de vakbonden kleiner worden en maatschappelijke organisaties hun draagvlak kwijtraken.
Bij elke transfer zijn er ook altijd mensen die zeggen: „wat een moedige stap. Het is belangrijk dat er kritische mensen de boel intern opschudden.” Inmiddels is het vaak genoeg gebeurd om de balans op te maken. Samsom en Gasunie hebben meer vloeibaar-gas-infrastructuur bijgebouwd dan afgebouwd, Asscher en Benschop konden niet voorkomen dat Schiphol bleef groeien en Shell heeft ondanks iedereens goede bedoelingen zijn duurzaamheidsprogramma geschrapt omdat het niet winstgevend genoeg was. Misschien zullen we ooit leiders nodig hebben om fossiele bedrijven af te bouwen of monopolies op te breken, maar zolang er geen wetten zijn of de macht van sociale bewegingen te klein is om dat af te dwingen, laten deze kopstukken zich voor een karretje spannen.
Waar linkse leiders niet doorhebben dat de belangen van mensen niet te verenigen zijn met de belangen van megabedrijven, weten de bestuurders van deze bedrijven dat dondersgoed. Zij voeren een klassenstrijd tegen de rest van de samenleving en kijken tevreden naar weer een succesvolle zet: bekende, progressieve gezichten poetsen hun imago op, verhullen tegenstellingen en gaan de belangen van hun bedrijven uitdragen.