Natuurbescherming Nederland heeft een dichtbevolkt gebied uitgeroepen tot nationaal park. Dat kan, omdat dit land de internationale definitie en eisen voor nationale parken overboord heeft gegooid, zegt Michiel Hegener.
De duinen van Wassenaar liggen in het nieuwe nationale park.
Kun je goud maken door een goud-ijzer legering goud te noemen? Kun je natuur beschermen door de standaard voor kwaliteit en bescherming te verlagen? Zo ja, dan hebben we er sinds april een nationaal park bij: Nationaal Park Hollandse Duinen (NPHD), met 18.000 hectare strand inclusief vele tientallen strandtenten, bollenvelden, pretparken, woonwijken, waterwingebieden, weiden waar jaarlijks mest wordt uitgereden met rondom sloten waarin geen leven te bekennen is, het Haagse Bos met het Malieveld en stukken mooie natuur. Op de site van de Rijksoverheid staat: „Minister van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft Nationaal Park Hollandse Duinen officieel de status van nationaal park verleend.”
Michiel Hegener is auteur van Ons wilde oosten 2.0 – De toekomst van de Veluwe (2019).
Hoera? Nee. Niet het Rijk maar de International Union for Conservation of Nature (IUCN) bepaalt of een gebied een nationaal park is, zie de mede door hen gerunde site protectedplanet.net. Het Rijk noemt Hollandse Duinen een nationaal park, maar dat zegt niets, de term is onbeschermd. Je mag ongestraft je eigen achtertuin nationaal park noemen, of een plantenbak op je balkon, of het leefgebied van je darmflora. Of, en daar gaat het hier om, de kuststrook tussen Hoek van Holland en Hillegon en de landinwaarts gelegen veengebieden en strandwallen.
Nationale parken dateren uit de tijd dat rijksoverheden ze uitriepen, zoals Nationaal Park Veluwezoom in 1930, Nederlands eerste. Het Amerikaanse Yellowstone was in 1872 het eerste nationale park ter wereld. In de loop der tijd rees steeds vaker de vraag aan welke eisen een nationaal park moest voldoen. Was het niet beter om het opstellen van de kwaliteitseisen over te laten aan een belangeloze internationale organisatie, die ook keek of de aangewezen nationale parken aan die eisen voldeden? Extra reden voor zo’n aanpak was dat de term ‘nationaal park’, met dank aan onder meer Serengeti, Yosemite, Sarek en het Schweizerischer Nationalpark, groot toeristisch potentieel kreeg. Een gebied dat zo heette moest wel prachtig zijn, redeneerden veel reizigers – en overheden. Meer toeristen trekken? Roep een nationaal park uit!
De IUCN, opgericht in 1948, met een hoofdkwartier nabij Genève, stortte zich op een mondiale agenda voor beschermde gebieden, wat in 1994 resulteerde in een systeem van zes types. De bekendste daarvan is categorie 2, een nationaal park. Ook categorie 5, nationaal landschap, verwierf bekendheid. Een nationaal park wordt door de IUCN beknopt aangeduid als „een groot natuurlijk of natuurgelijkend gebied dat grootschalige ecologische processen en soorten beschermt en tegelijkertijd mogelijkheden biedt voor educatie en recreatie”.
Eind jaren negentig besloot de Nederlandse overheid om een reeks nieuwe nationale parken in te stellen en daarbij werd de eis van „groot” in overleg met de IUCN verlaagd naar ten minste 1000 hectare. Met andere eisen zoals die grootschalige ecologische processen lag het lastiger, die heb je in Nederland hooguit in de Waddenzee of op de Veluwe. Een categorie 2 gebied moet verder worden omgeven door een beschermde bufferzone waarin niets gebeurt dat de natuur kan schaden.
Kortom, Nederland liep vast met het IUCN-systeem en besloot, briljante vondst, om het overboord te kieperen. Een paar andere landen dienden deels als voorbeeld, zoals het Verenigd Koninkrijk waar al jaren het etiket national park zit op gebieden die dat volgens de IUCN niet zijn, zoals Brecon Beacons en Dartmoor. Nederland koos in 2017 voor de term nationaal park nieuwe stijl, beschreven in artikel 8.3 van de Wet natuurbescherming uit dat jaar, met een paar vaag geformuleerde eisen. Daarbij zij aangetekend dat de IUCN bepleit dat ieder land de IUCN-eisen rechtstreeks in de wetgeving opneemt, wat veel landen al deden.
Bij de beraadslagingen over inhoud van nieuwe stijl hadden de vertegenwoordigers van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en IUCN Nederland weinig in te brengen. Zoals één van hen later zei: „Het hoofddoel van nationale parken, bescherming van natuur en biodiversiteit, werd te weinig benoemd […]. Zo deden er soms wel erg veel mensen uit de toerisme- en recreatiesector mee aan die bijeenkomsten. Marketingtypes allemaal. Hun vertegenwoordiging daar alleen al baarde ons zorgen.”
We zijn tien jaar verder. De Wet natuurbescherming is in 2024 opgegaan in de Omgevingswet. Daarin wordt nationaal park gedefinieerd als „een gebied met belangrijke natuurwetenschappelijke of landschappelijke kwaliteiten”, zonder een woord over bescherming en beheer. De eisen voor onze nationale parken nieuwe stijl, nader gedefinieerd door het Nationale Parken Bureau dat in 2018 werd ingesteld, zijn alweer te hoog gebleken. Nu is sprake van nationaal park 3.0, waarvan NPHD een voorbeeld is. Directeur Eveline Butler zei op 28 april in het NOS Journaal over de één miljoen mensen in en vlak tegen het park: „De mens is ook natuur.”
Nederland wil altijd graag opereren in en aansluiten op internationale verbanden en afspraken. Maar als het gaat om kaders voor natuurbescherming zijn we isolationistisch bezig. Terugkeer naar de IUCN-standaard is de oplossing, maar lijkt nu ondenkbaar. Het is wachten op de status van nationaal park 4.0, misschien wordt het 5.0, waarbij het hele land tot nationaal park kan worden uitgeroepen.