Erfgoed Italië De Sanità-wijk in Napels was niet zo lang geleden nog een plek om te mijden. Nu een mysterieuze begraafplaats met duizenden schedels weer te bezoeken is, leeft de buurt op. „Ik droomde ervan hier te kunnen blijven wonen en werken.”
De Fontanelle-begraafplaats in Napels is op 19 april weer geopend voor bezoekers. Fontanelle betekent letterlijk ‘fonteintjes’, naar de bronnen die er ooit stroomden.
Nieuwsgierig volgt de groep toeristen de gids die hen de hoge, okergele grot binnenleidt. Hij heet hen welkom in de begraafplaats Fontanelle waar de Napolitanen eeuwenlang de anime pezzentelle, de verloren en eenzame zielen van Napels, gezelschap hielden. De afgelopen jaren was het kerkhof nu eens open en dan weer dicht, waardoor dat deel van de Sanità-wijk opnieuw afgleed naar een buurt die je beter kon mijden. Door de heropening van het fraai gerenoveerde kerkhof, op 19 april, leeft de buurt weer op.
„De grot is eigenlijk een berg van tufsteen, leeggehaald om de stad mee te bouwen”, legt Enzo Porzio (40) uit. Porzio is een van de oprichters van de vereniging La paranza – jongerentaal voor de ‘vriendenkring’ – die de begraafplaats beheert. Binnen liggen duizenden schedels, vermoedelijk van slachtoffers van epidemieën, zoals de pest in 1656 en een cholera-uitbraak in 1836.
Zoveel anonieme schedels prikkelden de nieuwsgierigheid van de Napolitanen: wie waren al die doden? Er kwam een levendige, volkse verering van doodshoofden op gang. Buurtbewoners ‘adopteerden’ een schedel, maakten hem schoon tot hij begon te blinken, lieten bloemen achter of zetten hem op een zacht kussen.
Het gebruik ontstond dat de ‘adoptiefamilie’ de anonieme overledene verzocht een gunst te verlenen aan de levenden, in ruil voor al die gebeden voor zijn zielenrust. Werd een gebed verhoord, dan kreeg het schedeltje van zijn adoptiefamilie een heus huisje, van marmer of hout. De praktijk floreerde vooral in tijden van ellende en oorlog, grofweg van de jaren dertig tot begin jaren zestig van de vorige eeuw.
Het Fontanelle-kerkhof in de Sanità-wijk in Napels. Binnen liggen duizenden schedels.
De huisjes met de schedeltjes erin staan er nog, met spreuken om de doden te bedanken „voor de verleende gratie”. De gids vraagt bezoekers dit alles niet te snel af te doen als volks bijgeloof of folklore. Voor Napolitanen is dit dodelijk serieus, legt Samuele De Biase (26) uit. Het illustreert volgens hem de grote empathie die inwoners van deze gastvrije zuidelijke stad voelen met anderen – zelfs met anonieme doden.
Een zijbeuk van de grot is ingericht als een rotskerk. Er staat een groot Jezusbeeld met eromheen een ossuarium met dikke botten – tekens dat de Katholieke Kerk het aanvankelijk prima vond dat de Napolitanen hier voor anonieme doden kwamen bidden. Maar de adoptie van schedels lag moeilijker. In 1969 besloot de Kerk deze praktijk te verbieden, omdat die aan haar controle was ontsnapt. Want al wist niemand wie de doden precies waren, soms creëerden de kerkhofbezoekers heuse ‘personages’.
Berucht is de ‘Kapitein’, die vaak werd bezocht door een jonge vrouw die op het punt stond te trouwen. Jaloers dat een schedel zoveel aandacht kreeg, stak haar verloofde een stok door de oogholte van de ‘Kapitein’ en nodigde hem cynisch uit op zijn huwelijk. Op de trouwdag kreeg het stel ongevraagd bezoek van een man in uniform, die bedankte voor de uitnodiging – waarna het bruidspaar en de bruiloftsgasten plots dood neervielen.
Er wordt ook gefluisterd dat lokale gangsters van de Camorra vergaderden in wat „de rechtbank” wordt genoemd: een rechthoekige inham gevuld met schedels die de bezoeker lijken aan te staren. Zo zouden de maffialeden hun criminele beslissingen hebben voorgelegd aan de doden – al is dat misschien een legende.
„Jarenlang ging het kerkhof om de haverklap open en dicht, bijvoorbeeld als er stenen naar beneden waren gevallen en bezoeken te gevaarlijk werd”, zegt Enzo Porzio. In mei 2010 hielden de buurtbewoners een protestactie om de gemeente ertoe te bewegen het kerkhof op te knappen en weer open te stellen. „Daarna kwam er een bewaker en een chemisch toilet, en dat was het dan”, zegt Porzio. Toen de begraafplaats in 2020 voor jaren dichtging, worstelde de buurt rond het kerkhof daarna weer sterker met in Napels bekende problemen als armoede, schoolverlaters en criminaliteit.
Gids Emmanuele Esposito (31), die cultureel erfgoed heeft gestudeerd, herinnert zich dat zijn ouders wegens de slechte reputatie van de wijk met hem verhuisden naar een plek net buiten de Sanità. „Kwam ik hier als kind van een jaar of tien, twaalf bij mijn grootmoeder op bezoek, dan moest ik uitkijken voor motorfietsen. Als je die hoorde, kon er snel een schietpartij volgen.”
Maar de wijk onderging in de loop der jaren een langzame metamorfose, vooral onder impuls van de buurtbewoners en lokale jongeren. Vandaag voelt de Sanità helemaal niet meer onveilig aan. De kleurrijke straatjes, kerken, catacomben en het pas heropende, in Napels beroemde kerkhof lokken bezoekers, wat ook leidt tot een heropleving van winkels en restaurants. Jonge gidsen uit de Sanità-wijk leiden de toeristen rond en delen enthousiast anekdotes over hun stad. Ze volgden een cursus over de Fontanelle; elf van hen konden nadien aan de slag bij de vereniging La paranza, die het kerkhof beheert.
Die vereniging begon met acht vrienden die besloten het cultureel erfgoed in hun wijk op te knappen, waaronder het kerkhof maar ook twee catacomben, en kansen te creëren voor de lokale jeugd. „We hebben veel te danken aan Antonio Loffredo, de parochiepastoor die ons als tieners al mee op sleeptouw nam”, zegt Enzo Porzio. De pastoor organiseerde reizen naar kunststeden, en wakkerde zo bij de jongeren een interesse aan in kunst en cultuur. Voor het beheer van het Fontanelle-kerkhof schreef de gemeente een openbare aanbesteding uit. La paranza haalde het, met een sociaal en lokaal verankerd projectvoorstel.
Het pas heropende kerkhof en de catacomben lokken bezoekers naar de wijk.
Anders dan in het platgelopen toeristische hart van Napels loopt de bezoeker hier nog rond in een authentiek stukje Zuid-Italië. De gidsen zijn verknocht aan hun eigen buurt, in een streek waar gebrek aan toekomstperspectief veel jongeren beweegt tot emigratie of criminaliteit. „Ik droomde ervan hier te kunnen blijven wonen en werken”, zegt Emmanuele Esposito. „Mede door dat oude kerkhof kwam die droom uit.”