Gouden Strop De NBD Biblion Gouden Strop, de prijs voor het spannende boek, wordt op 21 mei uitgereikt. Hoe staat de Nederlandse thriller ervoor? En welke van de vijf genomineerden op de shortlist springt eruit?
Zeggen thrillers iets over een land? De Zuid-Afrikaanse succesauteur Deon Meyer had er een hekel aan wanneer hem dat werd gevraagd. Om te denken dat de misdaad in Zuid-Afrika hem voorzag van materiaal, vond hij onzinnig. Thrillers kon je niet koppelen aan een land. Een thrillerschrijver had maar één doel en dat was een goed verhaal schrijven. En ja, een thriller uit Zuid-Afrika was ongetwijfeld politieker dan pakweg een Zweedse, maar dat was vooral omdat in Zuid-Afrika bijvoorbeeld elektriciteit of huisvesting politieker waren dan in Zweden. Een thrillerauteur wil recht doen aan zijn personages en dan kom je vanzelf uit bij problemen die ook in de samenleving spelen, ongeacht of dat nu verlichting, water of een wijk was. Als er echter een directe overeenkomst zou zijn tussen thrillers en de werkelijkheid in een land „dan is Zweden het gevaarlijkste land ter wereld”, legde hij uit.
Hij had gelijk. Het is natuurlijk niet zo dat bij Scandi-thrillers een zoektocht naar de medemenselijkheid op de achtergrond speelt om zo de donkerte en leegte van het land te benadrukken. Of dat er bij Britse thrillers vaak een economische component meespeelt, omdat het land steeds meer van draadjes aan elkaar hangt. Maar het roept toch ook de vraag op: als het wél waar zou zijn, wat zeggen de thrillers die genomineerd zijn voor de NBD Biblion Gouden Strop, de prijs voor het Spannende Boek die volgende week wordt uitgereikt, over Nederland?
Er staan vijf titels op de shortlist: de Limburgse thriller Vergelding van Michael Berg; de oorlogsveteranenthriller Kogelbrief van Bobby Lammers, een zich in de VS afspelende horror Het laatste verhaal van Jamie Gunn door Thomas Olde Heuvelt, de ‘lone wolf’-thriller De val van Tammy Davidson van Lex Passchier en het zich grotendeels op Tasmanië afspelende Jij bent het licht van Marion Pauw.
Michael Berg: Vergelding. Ambo Anthos, 544 blz. €23,99
Michael Bergs Vergelding is het tweede deel in de trilogie De Mergellandmoorden. Voor het eerste deel, Terugkeer, won hij deze week de Hebban Thrillerprijs 2026 (ja, misschien zijn er wel te veel prijzen in Nederland en dan ook nog twee thrillerprijzen in twee weken) en het derde deel verschijnt in het najaar.
In Vergelding lopen – net als in de andere boeken op de lijst – meerdere verhalen door elkaar, waarbij het verleden het heden moet duiden. Terwijl cold case-agent Alex’ vader dood is gegaan na een inbraak zit hij met een zaak rondom een in de jaren zeventig gepleegde moord op een moeder-overste. De tuinman was er indertijd van beschuldigd, maar dat was een foutieve aanname. Een leuk internaat was het niet, dat blijkt wel uit het verhaal van Petra die er mishandeld werd. Ze is niet de enige. Petra was verliefd op Deborah, een meisje met een „engelengezichtje”, die slachtoffer is van misbruik door de moeder-overste. Behalve het verhaal over het katholieke internaat in de jaren zeventig, en het daarbij behorende kindermisbruik, vindt er in het heden een reünie plaats van oud-leerlingen. Een reünie van een giftige wereld is zelden een goed idee, dat blijkt ook hier.
Vergelding is absoluut spannend, maar de symboliek ligt er dik bovenop en de roman barst van de herhalingen. Petra heeft kanker waarbij telkens vocht uit haar lichaam wordt weggehaald: het kwaad eet haar op, de boodschap is duidelijk. Net als de kruimelvlaai die Alex telkens met zijn zusje eet, waarbij de vlaai symbool staat voor haar uiteenvallende wereld na de dood van de vader. Om van het engelachtige gezicht van Deborah maar te zwijgen. Over haar staat er bijvoorbeeld: „Haar mooie ogen schieten alle kanten uit”; „Terwijl haar mooie feeëngezichtje vuurrood kleurt”; „Haar blonde haren glanzen in het maanlicht”. „Deborah, fris gedoucht. Haar lange blonde haren los, een betoverende glimlach op haar feeëngezichtje”. De beschrijvingen worden niet alleen te vaak herhaald, maar zijn ook nog eens clichématig.
Marion Pauw: Jij bent het licht. Ambo Anthos, 336 blz. €24,99
Het internaatleven staat ook in Jij bent het licht van Marion Pauw centraal. Hier gaat het om Mia en Max, een broer en zus die als kind opgroeiden in Tasmanië. Max wordt als onhandelbaar gezien en op een internaat gezet. De mishandeling en vernedering die hij daar ondergaat, zet hij als volwassen man om in een bestseller, tot ontsteltenis van zijn ouders en Mia. Mia reist terug naar Tasmanië en ontdekt daar wat haar broer en anderen die ook op het internaat zaten, is aangedaan. Ook hier speelt misbruik een rol. Mia ontdekt zelfs wat haar broer niet wist.
De thriller van Pauw is een uitwerking van de novelle Alfabetsoep, die ze schreef voor de Boekenweekgeschenk-wedstrijd van 2025. Niet zij, maar Gerwin van der Werf werd gekozen als Boekenweek-auteur. Het getuigde van lef dat Pauw vooraf vertelde dat ze meedeed: niet iedereen durfde dat omdat een afwijzing daarmee openbaar zou worden. De uitwerking tot de omvang van Jij bent het licht is niet opzienbarend, maar wel goed gedaan, al is het slot misschien iets te keurig de eindjes aan elkaar knopend. De verhalen lopen soepel in elkaar over, en er zit humor in. Humor ontbreekt bij de andere vier thrillers.
Thomas Olde Heuvelt: Het laatste verhaal van Jamie Gunn. Prometheus, 392 blz. €23,99
Het opzienbarendste boek van de vijf is waarschijnlijk Thomas Olde Heuvelt met Het laatste verhaal van Jamie Gunn. De plot draait om het vertellen van een verhaal dat geen einde kent, omdat iedereen die dat einde zou kennen moet sterven. Een vader vraagt vlak voor zijn dood aan zijn zoon Jamie om toch een einde te bedenken voor zo’n verhaal met dodelijke afloop. Jamie stemt daarin toe en raakt ervan overtuigd dat zijn vader is gestorven door het einde dat hij bij het verhaal verzon, en niet aan de kanker. Zo ontdekt Jamie al vroeg de (vernietigende) kracht en macht van verhalen. De rest van zijn leven moet hij Aunty Sherazade (ja, de verwijzing naar 1001 Nacht wordt keurig uitgelegd) van zich af te schudden, ook wanneer hij een auteur is van een killerbestseller.
De macht en kracht van verhalen: dat is natuurlijk een belangrijk thema, maar het is jammer dat alles zo nadrukkelijk moet worden uitgelegd, alsof Olde Heuvelt bang is dat zijn lezers hem anders niet snappen. En dan krijg je zinnen als: „Dit is de magie van verhalen vertellen. Je bent er net zo goed onderdeel van als ik. Zonder jouw verbeelding zouden dit slechts dode woorden zijn op papier. Ik hou van magie… en daarom hou ik van jou. En jij? Hoe hou jij van mij?”
Nou nee, niet echt, ben je geneigd te antwoorden aan het papier. Hierdoor bereikt Olde Heuvelt misschien een klein beetje het effect dat hij wilde, namelijk dat je tegen papier praat, maar dat maakt de uitgesponnenheid van het thema nog niet goed of effectief. Net als bij Berg, en in mindere mate ook voor Pauw, zou je wensen dat een verhaal dat spanning wil brengen niet zo nadrukkelijk uitgesponnen wordt.
Lex Passchier: De val van Tammy Davidson. Luitingh-Sijthoff, 368 blz. €22,99
Dat laat onverlet dat de Gouden Strop naar een van deze drie misdaadromans hoort te gaan. Passchiers De val van Tammy Davidson en Lammers’ Kogelbrief hebben minder te bieden. Ook Passchier schrijft over de kracht van het verhalen vanuit verschillende personages, waarbij de invloed van verhalen op een moordenaar een belangrijke is. Die moordenaar, Jonathan, is een man met een moeilijke jeugd: vader sloeg moeder, hij werd gepest en vernederd op school en alleen zijn Playmobil-poppetjes luisterden naar hem. Als daar dan ook nog corona bij komt, en hij zijn liefde niet beantwoord ziet, slaat hij door.
Absurd wordt het wanneer de politie-inspecteur de dagboeken van Jonathan heeft gelezen en hij vragen gaat stellen aan een gedragstherapeut. Terwijl hij (en dus ook de lezer) volledig op de hoogte is van Jonathans problemen volgt er een gesprek tussen de inspecteur en een gedragstherapeut. Dat gaat zo: „Heeft het met zijn jeugd te maken?” – „Het is bijna een open deur, maar ik denk inderdaad dat de dingen die hij als kind heeft meegemaakt hem op deze manier gevormd hebben.” Dat is niet ‘bijna’ een open deur, dat ís een wijd open deur.
Bobby Lammers: Kogelbrief. Harper Collins, 304 blz. €19,99
In Kogelbrief van Lammers gaat het eveneens om twee werelden: Irak in 2004 en Nederland tien jaar later. Rechercheur Robert Lavarre is een van de vijf mannen die in 2004 in Irak kisten moeten ophalen waarin vernietigingswapens zouden zitten. De vondst bepaalt de levensloop van de vijf. Als tien jaar later een van de mannen en diens vrouw thuis dood worden gevonden, gaat de politie uit van zelfmoord. Lavarre vermoedt dat dat niet klopt, en dat vermoeden blijkt hout te snijden.
Prima uitgangspunt, maar wat stoort is de manier waarop over de Irakoorlog wordt geschreven. Zo zitten soldaten op een gegeven moment op een dak in Bagdad terwijl er beneden een demonstratie plaatsvindt. Vlak voordat een kogel van de Iraakse politie langs de gevel van een dak omhoog gaat, vraagt de ene soldaat aan de ander: „Weten die lui dat we op het dak zitten?” Antwoord: „Die lui weten niet eens dat ze leven. Ze zijn nog te dom om te poepen, laat staan dat ze onthouden hebben dat er troepen op het dak zitten.” Wanneer een Iraakse agent bij die demonstratie vlam vat door een molotovcocktail en bijna levend verbrandt, zijn de militairen geschokt. Om dat te uiten, verklaart een van de mannen: „Ik ga de komende tijd niet meer barbecueën”. Waarna iedereen instemmend knikt. De nog ternauwernood levende Iraakse politieman krijgt van de mannen de bijnaam burning man en human torch.
Het zal ongetwijfeld bedoeld zijn om aan te geven hoe bot en verrot enkele van die soldaten zijn, maar zelfs in de slechtste Amerikaanse legerseries vind je dergelijke clichés niet meer. Het beeld van mannelijkheid komt daar nog eens bovenop. Robert mag prat gaan op z’n feilloze intuïtie, we komen als lezer ook meermaals te weten dat hij niet huilt, want echte mannen huilen niet.
Met zo’n wereldbeeld is het te hopen dat Deon Meyer gelijk had: thrillers zeggen niets over de samenleving waarin ze geschreven worden. Want mocht dat toch een beetje het geval zijn, dan komt Nederland eruit als een conservatief en clichématig land.