Home

Is de vertaler altijd een verrader?

Cécile Wajsbrot Nevermore van Cécile Wasjbrot is een boek over de moeilijkheid van het vertalen, maar ook over verlies en herstel. Voor wat in de vertaling onherroepelijk verloren gaat, komt altijd iets anders in de plaats.

De High Line in Manhattan, aangelegd op het traject van een in onbruik geraakte goederenspoorlijn, was lang een verwilderd industriegebied.

Cécile Wajsbrot: Nevermore.

Vert. Josephine Rijnaarts

Oevers, 259 blz. € 22,50

„Traduttore, traditore!” waarschuwt een oud Italiaans gezegde. Oftewel: „Vertaler, verrader!” in iets minder welluidend Nederlands. Oftewel: hoe hard je ook je best doet als vertaler, je doet het nooit goed. Het is onmogelijk om poëzie te vertalen, schreef Dante al in zijn Convivio, „sanza rompere tutta sua dolcezza e armonia”, „zonder al haar tederheid en harmonie te vernietigen”, in mijn harmonieloze Nederlands.

De onmogelijkheid van vertalen is het uitgangspunt van Nevermore, het tweede boek van de Franse schrijfster Cécile Wajsbrot dat onlangs in het Nederlands verscheen en op de longlist van de Europese Literatuurprijs belandde. In deze roman volgen we een naamloze vrouw van middelbare leeftijd die in haar eentje van Parijs naar Dresden vertrekt om daar ‘Time Passes’ te vertalen, het middelste, zeer poëtische gedeelte van Virginia Woolfs To the Lighthouse (1927); „pure poëzie”, volgens de vertelster.

De vrouw rouwt om een onlangs gestorven vriendin en probeert haar verdriet te vergeten door zich op Woolfs onvertaalbare tekst te storten. Dit is vrijwel de enige handeling in Nevermore: een vrouw zit achter haar laptop en worstelt met Woolfs woorden, dag in dag uit. We lezen een passage uit To the Lighthouse en vervolgens zijn we getuige van een wanhopig tasten in de ruimte tussen de twee talen:

„They had never come all these years; just sent her money. Ze waren al die jaren niet geweest; ze hadden haar alleen geld gestuurd. Just sent her money, vijf lettergrepen, in de vertaling zijn het er negen. En dan dat just. Alleen maar? Gewoon? Het blijft behelpen. Ze hadden zich ertoe beperkt haar geld te sturen, qua betekenis dichter bij het origineel, maar nog langer, veel te lang. Een andere werkwoordstijd? Stuurden haar gewoon geld. Zes lettergrepen. Beter ritme.”

De passage ‘Time Passes’ beschrijft hoe het zomerhuis van de familie Ramsay, ergens op een winderig Brits eiland, tien jaar lang aan de elementen is overgeleverd. Door het overlijden van de mater familias en de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog lukt het de Ramsays al die tijd niet naar het eiland te reizen en het vakantiehuis raakt in verval. Dit is voor de verteller/vertaler/verrader aanleiding om, tussen haar werk door, te reflecteren op andere plekken die jarenlang verlaten zijn geweest, met name het vergiftigde gebied rondom Tsjernobyl en de hippe Highline in New York, wat lang een verwilderd industriegebied was. En natuurlijk op de stad Dresden waar ze verblijft en dat werd platgebombardeerd in de Tweede Wereldoorlog, vrijwel van de wereld gevaagd.

Verwoesting door de tijd

Hoe vergaat het dat soort plekken, waaruit de mens zich, al dan niet gedwongen, teruggetrokken heeft? Hoe neemt de natuur langzamerhand de ruimte over? En kan zo’n Wasteland later weer opgebouwd worden, terugveroverd op de vergankelijkheid? „Ik bevond me in een stad,” denkt de verteller over Dresden, „die vroeger door luchtbombardementen was verwoest en vertaalde een tekst die op zijn manier verhaalde over de verwoesting door de tijd en de verwoesting der tijden door de mens, over de verdwijning van de bewoners van een huis die stond voor een omvangrijker verdwijnen, voor een grotere afwezigheid.”

Op deze manier worden Tsjernobyl, Dresden, The High Line en ook ‘Time Passes’ metaforen voor het verlies dat de vertelster ervaart, en voor het langzame herstel dat ze ondergaat dankzij het moeizame, aandachtige en liefdevolle proces van vertalen. Want ook hier is bij elke zin sprake van verlies en herstel: altijd gaat er in het vertalen iets onherroepelijks verloren uit het origineel, maar altijd komt er uiteindelijk toch iets anders voor in de plaats.

In het nawoord bij haar schitterende vertaling schrijft Josephine Rijnaarts over haar eigen twijfels en lastige keuzes, „het gehannes” waar ze tegenaan liep tijdens het vertalen van deze vertaalroman. De vertelster vertaalt Woolf uit het Engels in het Frans; Rijnaarts moest kiezen of ze het Frans over zou nemen en vervolgens zou bespreken in hoeverre de problemen die de Franse vertaalster tegenkomt ook in het Nederlands spelen, óf dat ze moest doen alsof de Franse vertaalster de tekst uit het Engels in het Nederlands vertaalt. Gelukkig koos ze voor deze laatste optie, anders was dit een onleesbare verhandeling over vertalen geworden in plaats van een filosofische roman over verlies, verzoening en het onherroepelijk voortschrijden van de tijd.

Ook zo is dit een complex boek, vol dromerige verwijzingen naar kunst, muziek, architectuur, films en literatuur; het is zeker geen makkelijke kost – maar waarom zou alles makkelijk moeten zijn?

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next