Zweden verlaagt opnieuw de belasting op benzine en diesel, terwijl Polen zijn steunpakket voor brandstofprijzen tot eind mei verlengt. Beide regeringen proberen zo de gevolgen van de hoge olieprijzen en de onrust in het Midden-Oosten voor consumenten en bedrijven te beperken.
In Zweden dalen de prijzen aan de pomp met 2,4 kroon per liter, omgerekend zo’n 23 cent. Het gaat om een nieuwe belastingverlaging, boven op een eerdere ingreep in maart. "We staan nu voor de grootste wereldwijde energiecrisis die de wereld ooit heeft meegemaakt. De situatie in het Midden-Oosten blijft instabiel en we zullen op de proef worden gesteld", zei de Zweedse minister van Energie Ebba Busch bij de aankondiging.
De verlaging van de brandstofbelasting kost Zweden naar schatting 7,7 miljard kroon, ongeveer 710 miljoen euro. De maatregel is onderdeel van een breder crisispakket van in totaal 17,5 miljard kroon, waarmee de regering de energie- en brandstofrekening voor burgers en bedrijven probeert te drukken.
In Polen blijft een eerder ingevoerd steunpakket voor brandstofprijzen langer van kracht dan gepland. De regeling, die al eens was verlengd tot 15 mei, loopt nu door tot het einde van de maand. De Poolse regering had eind maart al besloten de btw op benzine en diesel tijdelijk te verlagen van 23 naar 8 procent om de stijgende kosten aan de pomp te verzachten.
Daarnaast behoudt de Poolse minister van Energie tot eind juni de bevoegdheid om de accijnzen op brandstof verder te verlagen. Op dit moment liggen die accijnzen al op het minimum dat binnen EU-regels is toegestaan, omgerekend net onder de 7 eurocent per liter benzine en diesel.
Ter vergelijking: in Nederland bedraagt de accijns op een liter benzine rond de 80 cent, waardoor autorijden hier tot de duurste in Europa behoort. Het Nederlandse kabinet Jetten heeft vooralsnog geen plannen om de accijnzen te verlagen, ondanks de aanhoudend hoge prijzen aan de pomp.
ter vermaak (foto: Grok AI / FOK.nl)
Source: Fok frontpage