Een paar keer klinkt het schelle geluid van een claxon. Die kondigt aan dat de rijdende supermarkt Van den Brink/Roza is gearriveerd op camping de Lievelinge in Vuren. In het voorjaar is deze plek in het Lingebos een vaste stopplaats voor de wagen van Johan van den Brink (58). Het is druk vandaag, maar niet vergelijkbaar met de meivakantie. „Toen stond er de hele tijd een flinke rij hier”, vertelt Johan. „Dan kon ik dit gesprek nu niet met je voeren.”
Een supermarkt op wielen is een uitstervend gezicht in Nederland. Er zijn er nog ongeveer veertig, denkt Johan. De interesse voor de rijdende supermarkt werd gewekt toen hij zes jaar oud was, „een klein manneke”. Hij lag met geelzucht op bed toen hij de wagen voor het eerst zag langskomen. „Toen ik weer naar school mocht, ben ik gelijk daarna naar de wagen gegaan. Om te vragen of ik mocht helpen.”
Op zijn zestiende is hij „voor vast op de wagen gekomen”. En hij is nooit meer weggegaan. Tegenwoordig runt hij het bedrijf samen met zijn partner Jolanda Roza. „Hoi, komt u maar!” En Johan helpt weer een klant.
Johan van den Brink in zijn rijdende supermarkt.
Aardbeien zijn populair bij de campinggasten. Maar de Oreo’s ook, vooral bij kinderen. Mensen komen nieuwsgierig kijken, kopen dat ene product dat ze nog nodig hadden of vertellen Johan dat ze zo’n rijdende supermarkt al sinds hun jeugd niet meer hebben gezien.
Wat hij veel verkoopt? Melk. Dat was vroeger zo en is nog steeds zo, al is het wel minder geworden. Bloemen gaan over het algemeen ook goed, net als brood.
De wagen ziet er van binnen precies uit als een supermarkt, maar dan heel compact. Het grootste verschil met vroeger is dat Johan nu veel meer vers kan aanbieden. „Die koelbakken had je toen nog niet. Er was wel groente en fruit, maar nu is dat veel uitgebreider. Ik heb ook meer vleeswaren en kant-en-klaarmaaltijden.”
Het contact met mensen is de reden dat hij het werk zo leuk vindt. Johan staat dan ook iedereen vrolijk en met een grapje of kwinkslag te woord. „En de vrijheid die je hebt”, vertelt hij nadat hij weer een klant tussen ons gesprek door heeft geholpen.„„Kijk, als je in een winkel werkt, zit je heel erg binnen. Ik ga langs bij de mensen, maak een praatje. En als ik even pauze wil, kan dat.”
Op de camping staat hij een uur stil, maar als hij door ‘de wijk’ rijdt in Gorinchem en omringende dorpen, dan duren zijn stops minder lang. Als de vaste klanten zijn geweest, kan hij in principe doorrijden. Die klanten zijn over het algemeen ouder, maar er zitten ook nog genoeg jonge mensen tussen, vertelt hij. Bestellen kan telefonisch en via de app, maar sommigen leggen ook een briefje voor de deur neer. „Er zijn mensen van wie ik de sleutels van de schuur of het huis heb. Dan zet ik het doordeweeks in de koelkast en rekenen ze op zaterdag af.”
Na camping de Lievelinge gaat hij naar de Gorinchemse Haarwijk, daar zijn nog twee vaste klanten. Daarna door naar de loods. Producten bestellen en hopen dat hij nog wat vrije tijd overhoudt. Toch: „Ik hoop dit echt tot mijn pensioen te blijven doen.”
Majda Ouhajji vervangt deze week Sheila Kamerman