Home

Aldous Harding schrijft op wat ze weet, Kevin Morby maakt nostalgie eigentijds en Anne-Fay zingt ode aan moeders

Nieuwe muziek Aldous Harding geeft je kruimels van een grotere wereld die je als luisteraar nooit begrijpt, Kevin Morby schept met knoestige mannenstemmen, jammerende violen en banjo’s nostalgie en Anne-Fay bezingt de steun van familie en vrienden bij het opvoeden.

Aldous Harding heeft besloten op te schrijven wat ze weet, zingt ze vroeg op het album Train On The Island in ‘One Stop’. Dingen die ze nog niet zo lang weet, nuanceert ze over een tuimelende akoestische melodie. Ze vervolgt haar missieverklaring met een raadselachtige halve mededeling over een ontmoeting met John Cale van The Velvet Underground, die sprakeloos rijst zat te eten. En dan krijgt ze het ook nog voor elkaar om in elk refrein met de woorden „Imagining from the block” te verwijzen naar Jennifer Lopez’ hook „I’m still Jenny from the block”. Achteloos grappig en wonderlijk spierballenrollen.

Pop

Aldous Harding

Train On The Island

Die paar zinnen lijken het vijfde album van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter samen te vatten. Constant schetst ze in een enkele zin een herinnering of aanzet tot een verhaal, om het direct daarna alweer ergens anders over te hebben. Kruimels van een grotere wereld die de luisteraar nooit begrijpt, maar wel kan geloven.

Opener ‘I Ate The Most’ lijkt te gaan over een negenjarig meisje dat de Narnia-boeken leest en van haar moeder houdt. Maar het wordt zo monotoon over de loom cirkelende begeleiding verteld, dat de aandacht vooral wordt getrokken door de eetstoornis die door al die gezellige beelden heen sijpelt. Eerst indirect, met een opmerking over hoe ze voor het eerst haar lichaam verliet, of hoe ze kan bewijzen dat ze het meest heeft gegeten. Iets later zingt Harding hoe ze soms ook eet tot ze overgeeft.

Telkens is Harding precies concreet genoeg, zodat de onnavolgbare opvolging van zinnen nooit als wartaal voelt. En altijd is ze spaarzaam. Alsof een woord te veel het hele album totaal ongeloofwaardig had gemaakt. Misschien is dat ook zo. Het helpt ook dat de liedjes net zo afgewogen, maar tegelijkertijd ook losjes klinken. Een piano kan vrolijk bijvallen, een tamboerijn klinkt onverwachts dichtbij. Een vriendelijke bas, slidegitaar en zoemende elektronica houden het warm. En overal ligt een ongrijpbare afslag op de loer.

Ralph-Hermen Huiskamp

Knoestige mannenstemmen

Pop/Rock

Kevin Morby

Little Wide Open

Wie toe is aan een tegenwicht tegen de strakgetrokken, digitaal gemanipuleerde popmuziek van tegenwoordig is bij Kevin Morby in goede handen. De Amerikaanse songwriter, zanger en bandleider geeft ons met knoestige mannenstemmen, jammerende violen en banjo’s een gevoel van nostalgie: onmiskenbaar Amerikaans, veelal akoestisch. Wellicht verwijzend naar de tijd van Cadillacs, roadtrips, ruige bars en huizen met houten veranda’s.

Kevin Morby (38), die met Little Wide Open zijn achtste album maakt, houdt zich vastberaden aan het instrumentarium en de stijl van voorbeelden als Bob Dylan, The Velvet Underground en Green on Red – uit de jaren zestig, zeventig, tachtig. Morby is consequent, maar bij nadere beluistering blijkt hij verder te kijken dan het grote akoestische songboek van de Amerikaanse troubadours.

Allereerst: Morby nam ons beet. Op iedere albumhoes van zijn oeuvre – ook de nieuwe – staat hij afgebeeld in zijn eentje, tegen een desolate achtergrond – afgezien van één, met slechts een grote steen erop. Maar Morby is bepaald niet alleen. Zo maakte hij de nieuwe liedjes met een groep geestverwanten die ook ingenieuze muzikale architecten blijken.

Geheim wapen is producer Aaron Dessner die hier – na zijn werk met Taylor Swift en Ed Sheeran – heel gedetailleerd de nummers inkleurde. Na het in romantische strijkers gedrenkte album This is a Photograph (2022), omlijstte Dessner de gelaten zangstem van Morby nu met groezelige klanken. Het skelet van banjo, viool en gitaar klinkt inderdaad ‘klassiek’, maar nummers als ‘Natural Disaster’ en ‘Javelin’ krijgen diepte door de bewerkelijke achtergrond. In de verte hoor je spookachtige galm rond ijle piano en koorzang – alsof daar nog een andere wereld is, voorbij de prominente melodie. Die verschillende lagen dringen langzaam door. Geholpen door onder anderen Justin Vernon en Lucinda Williams laat Morby hier horen dat nostalgie ook eigentijds kan klinken.

Hester Carvalho

Stoer dansnummer

Pop

Anne-Fay

+1

De bijgeleverde informatie dat het nieuwe album van Anne-Fay gaat over haar drie jaar geleden geboren dochter, is zowel wezenlijk als overbodig. Overbodig omdat het vanzelf spreekt – een artiest die over zichzelf schrijft kan hier niet omheen – en wezenlijk, uiteraard. 

De op het eerste gezicht mysterieuze titel, +1, wordt ermee verklaard. En het onderwerp krijgt volop aandacht in het openingsnummer ‘Waka Waka Uma’ (‘Doe het, moeder’), een ode aan moeders’ veerkracht en andere kwaliteiten, in de bijbehorende clip verbeeld door vele moeders met kinderen die zich onafhankelijk gedragen. Tegelijkertijd is dit nummer een stoer dansnummer op een strijdbaar ritme, met repetitieve ‘Afrikaanse’ chants. Meteen in het volgende lied legt Anne-Fay in haar stem het royale drama dat we kennen van bijvoorbeeld Raye, gevolgd door jeugdige helderheid. Hoe het moederschap Anne-Fay verder ook beïnvloed heeft, ze heeft ondertussen ook vocale vrijheid gekregen.

Anne-Fay is de artiestennaam van Anne-Fay Kops, ooit begonnen als lid van ZO! Gospel Choir, het gospelkoor uit Amsterdam-Zuidoost. Voor haar verhalende debuutalbum Reaspora (2021) reisde Anne-Fay langs de diaspora van haar familie: Aruba, Curaçao, Suriname en Ghana. Het nieuwe album blijft dichter bij huis: de kinderangst voor monsters (in ‘Where Do All The Children Go’), en de steun van familie en vrienden bij het opvoeden (‘The Village’).

Rond de aangenaam schelle stem van Anne-Fay groeperen zich elektronische klanken tot een grofmazig net van maffe stemmetjes, luchtige percussie en dwarse akkoorden. Ze geven precies de juiste accenten en ritmische pulsering – vrolijk, maar niet al te uitbundig. De stijl doet denken aan de sobere producties van Pharrell Williams.

Dat op de vijfde seconde van het opnieuw stemmige ‘Mad Woman’ de clichématige sirene klinkt die al in zoveel hiphop- en dancetracks voorkomt, valt op omdat de muziek juist zo eigen en origineel klinkt.

Hester Carvalho

Albumrecensies

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next