Hockey Na negen jaar bouwen hopen de mannen van fusieclub Oranje-Rood uit Eindhoven eindelijk de landstitel te pakken. Zondag speelt het team de return van de halve finale, tegen Amsterdam. „Wat zóu het mooi zijn als we met dit team de finale halen”.
14-04-2026 AMSTELVEEN, Nederland. Play offs HC Oranje Rood tegen AH&BC. Hockeywedstrijd in het Wagener Stadion.
De uitwedstrijd tegen directe concurrent Rotterdam is mid april nog geen minuut onderweg als Oranje-Rood een strafcorner krijgt. De Schotse spits Struan Walker legt aan en pusht de club uit Eindhoven direct op voorsprong: 0-1. Zes minuten later is het 0-2 en is dé hockeytopper eigenlijk al beslist. Rotterdam probeert het nog wel, maar het loopt zich, zoals vrijwel alle ploegen in de hoofdklasse dit seizoen, stuk op de defensie van Oranje-Rood.
In het derde kwart scoort „de dekselse Struan Walker”, zoals de stadionspeaker van Rotterdam de Schot noemt, opnieuw: 0-3. Twee jeugdvrienden van Walker, die speciaal voor de wedstrijd zijn overgekomen, kunnen op de hoofdtribune hun geluk niet op. Na nog een verse halve liter bier, zegt één van hen: „Struan staat altijd op de goede plek. Die gave had hij al toen we nog klein waren.”
Walker brengt die middag zijn totaalscore van het seizoen op zesentwintig doelpunten – een clubrecord, dat past bij de imponerende cijfers van de koploper. De club uit Eindhoven is door de winst in Rotterdam verzekerd van de play-offs voor de landstitel en is als lijstaanvoerder dan ook al zo goed als zeker van een Europees ticket voor volgend seizoen.
Hoe kan het dat de ambities nu wel worden waargemaakt bij Oranje-Rood, na negen hoofdzakelijk schrale jaren sinds het ontstaan van de fusieclub in 2016? NRC volgde de club in de afgelopen maanden en sprak met spelers, coaches, fans en bestuurders. „Alle puzzelstukjes vallen in elkaar.”
De temperatuur is aangenaam voor de tijd van het jaar en Oranje-Rood heeft net gewonnen, maar op het terras van de club staat Simon van de Boomen, lid van de commissie tophockey bij de club, zich kapot te ergeren. Het is 23 maart 2025. Oranje-Rood heeft zojuist Nijmegen met 5-4 verslagen. De spelers van Nijmegen, dat kansloos zal degraderen uit de hoofdklasse, komen met bebloede knieën van het veld, ziet Van den Boomen. Zijn club heeft gewonnen omdat het beschikt over veel betere spelers, maar het team hangt als los zand aan elkaar. „Ik dacht: dit is echt te armoedig voor woorden”, zegt Van de Boomen nu terugblikkend.
Hij is niet de enige die er zo over denkt. Het valt mensen binnen de club op dat de discipline van de ploeg hapert en de teamgeest maar matig is ontwikkeld – net als de absolute wil bij meerdere spelers om zich te ontwikkelen. Sommigen komen te laat bij teambesprekingen, wat weer leidt tot onderlinge irritatie als er niet adequaat op wordt ingegrepen. Coach Omar Schlingemann is naast Oranje-Rood ook druk met andere werkzaamheden, buiten de club.
Op trainingsdagen lopen sommige spelers in een zelf samengestelde outfit in plaats van het voor die dag beschikbare trainingstenue. Het illustreert voor de even betrokken als bezorgde leden het gebrek aan eenheid in de groep. Ze kunnen het niet langer aanzien hoe het hun club maar niet lukt aansluiting te vinden bij de grote clubs in de Randstad.
Van de Boomen en een paar anderen smeden een plan om Oranje-Rood, negen jaar eerder ontstaan uit het succesvolle Oranje-Zwart en het kleinere EMHC, aan de top te krijgen. Daarvoor moet de club, met veel familiaire banden in de organisatie, professionaliseren. De coach kan als eerste vertrekken, ondanks een doorlopend contract. Voor de spelers die gaan, komt een handvol nieuwe krachten terug. Onder hen internationals als Struan Walker, de Argentijnse doelman Tomás Santiago en de Spaanse spelmaker Pol Cabré-Verdiell, waarmee het aantal nationaliteiten op zeven komt. Engels is de voertaal in Eindhoven.
Maar misschien wel de twee belangrijkste benoemingen zijn oude bekenden: Thijs Bams, net afgezwaaid als speler van het eerste team, wordt de nieuwe assistent-coach. Ageeth Boomgaardt (52), in het verleden werkzaam bij de dames van Oranje-Zwart, krijgt als hoofdcoach nu de eindverantwoordelijkheid voor heren 1. „Met Ageeth halen we een autoriteit binnen”, schrijft de club in juni 2025 in een persbericht.
De oud-international (192 interlands, 86 goals) heeft na tal van clubs en nationale (jeugd)teams een hockeysabbatical achter de rug. Na twee gesprekken met de top van Oranje-Rood en een kop koffie met de twintig jaar jongere Bams tekent Boomgaardt een eenjarig contract voor haar eerste klus in het mannenhockey. De doelstelling: meedoen aan de play offs om de landstitel.
De taakverdeling van het nieuwe technische duo is de spelers snel helder: Bams, een ervaren jeugdcoach en opgeleid aan de sportacademie, leidt de trainingen en de meeste tactische besprekingen. Boomgaardt is de manager die het geheel overziet en waakt over de teamgeest. Een correctie hier, een schouderklopje daar.
Het tweetal maakt vanaf het eerste moment duidelijk wat ze van iedereen verwacht, na de gedeelde conclusie dat het daaraan te lang heeft ontbroken bij de club. Zo gaan in de winter de spelers die international zijn op pad met hun nationale ploeg, de ‘achterblijvers’ moeten verplicht zaalhockeyen. Dit om te voorkomen dat de krachtsverschillen in de spelersgroep te groot worden.
De spelers op hun beurt zien met Boomgaardt en Bams twee toegewijde liefhebbers aan het werk, een complementair duo dat hockey ademt. Geen detail blijft onbelicht, geen vraag niet gesteld – al was het maar omdat alles via een app wordt bijgehouden: vermoeidheid, kleine blessures, mentale gesteldheid.
Boomgaardt heeft oog en oor voor individuele spelers en hun privésituaties, de temperamentvolle Bams laat zich gelden en zit er kort op. Bij de uitwedstrijd tegen Hurley stoort hij zich aan een speler van de tegenpartij die zijn veters gaat strikken voor hij een vrije bal neemt. Bams: „Wat is dit voor fucking amateurisme? Je veters strikken tijdens het spel!” Met een klein handgebaar maant Boomgaardt hem tot rust.
Oranje-Rood is in de competitie dan al op stoom geraakt. De gelijke spelen tegen onder meer Amsterdam en Pinoké voor de winterstop voelden als een nederlaag. Een goed teken, realiseerden de ervaren spelers zich – net als het feit dat spelers elkaar dit seizoen wél aanspreken op fouten en niet nagekomen afspraken.
Opvallend is het geringe aantal doelpunten dat Oranje-Rood tegen krijgt, een jaar eerder nog de achilleshiel. „Defense is king”, herhaalt Boomgaardt dan ook eindeloos sinds haar aantreden. Aanvoerder Joep de Mol is de onmiskenbare leider van die verdediging. De international is topfit en geeft vanuit het hart van de achterste linie leiding en gaat voorop in strijd en intensiteit. Wie trainingen of wedstrijden van Oranje-Rood bekijkt, ziet én hoort De Mol. „Het baltempo moet omhoog!”
Op zaterdagavond 28 maart staat de uitwedstrijd tegen Pinoké op het programma. Een botsing van twee speelstijlen: het frivole en op de aanval gerichte spel van de Amsterdammers tegenover de meer op controle gerichte aanpak van Oranje-Rood. Het team uit Eindhoven staat verschillende keren met alle spelers in het eigen 23-metergebied om na verovering van de bal razendsnel uit te breken. Oranje-Rood oogt fitter, agressiever en explosiever.
De topper eindigt in een 6-1 overwinning voor Oranje-Rood, door onder meer drie goals van Struan Walker. Door de ‘Defense is king’-opvatting moet de spits ook meerdere keren achter zijn man aanlopen, tot in zijn eigen cirkel. Boomgaardt tegen NRC, nadat ze de Schot na afloop een schouderklop heeft gegeven: „Ja, dat hoort ook bij ons spelconcept.”
Twee weken later brengt de aanstelling van voetbalcoach Marie-Louise Eta bij Union Berlin, de eerste vrouw in die functie in de Bundesliga, Boomgaardt even in het middelpunt van de maatschappelijke belangstelling. Niet perse een rol die ze ambieert, vertelt ze op een ochtend bij haar thuis in Rosmalen bij een kop koffie. „Eerlijk gezegd sta ik liever gewoon op het veld dan op de barricade”, zegt ze.
Toch begrijpt ze dat mensen haar mening nu graag willen horen. „Het feit dat er zoveel aandacht voor haar aanstelling is, is veelzeggend want het zou de normaalste zaak van de wereld moeten zijn.” Zelf heeft ze louter goede ervaringen in de mannenwereld van het hockey, zegt ze. „Ik kan bij Oranje-Rood werken zoals iedere coach dat zou willen en moet ondertussen vaak hard lachen om de mannen. Wat wil je nog meer?”
Ze vertelt dat ze met haar ploeg in een andere fase is beland nu de play-offs binnen zijn na de winst in Rotterdam. De spelers waren het er eerder in het seizoen al snel over eens: ook het winnen van de Gold Cup, de nationale beker in het hockey, moest een doelstelling zijn. Een uitstekend idee, vinden Boomgaardt en Bams. Het betekent meer wedstrijden en dus een zwaardere belasting voor de spelers. „En daarmee een prima voorbereiding op de play offs”, zegt Boomgaardt. Het plan slaagt: Oranje-Rood bereikt de eindstrijd van de Gold Cup.
Twee dagen voor de bekerfinale nipt aanvoerder Joep de Mol aan een flesje water, na de wekelijkse training in Amsterdam met de Oranjeselectie waar hij al een tijd deel van uitmaakt. „De afgelopen jaren joegen wij op ploegen boven ons, nu zijn wij de prooi,” zegt hij met een glimlach. De prestaties overtreffen ook zijn verwachtingen, vertelt hij, maar zijn tegelijkertijd „het resultaat van een uitstekend tactisch plan, goede spelers en keihard werken”. Teamgenoot en mede-international Max de Bie valt hem bij: „Alle puzzelstukjes vallen dit seizoen in elkaar.”
Op donderdagavond 23 april speelt Oranje-Rood, in eigen huis, de finale tegen Den Bosch. Vierduizend toeschouwers zorgen voor een heuse bekersfeer. Maar Oranje-Rood komt voor het eerst in het seizoen met twee goals achter, trekt het uiteindelijk nog gelijk maar Den Bosch is simpelweg effectiever en wint. „Ons spel was wat geforceerd, alsof we de achterstand in één keer goed wilden maken”, zegt De Mol na afloop. „Jammer.” Ageeth Boomgaardt is even verderop langs de lijn al een stap verder. „De strijd om de belangrijkste prijs moet nog komen.”
In de weken die Oranje-Rood moet overbruggen tot de play-offs wint het zijn laatste drie competitieduels, zonder zich bovenmatig in te spannen. Het eindigt de competitie bovenaan, zonder één verliespartij. Een clubrecord, inclusief die van de voorlopers waaruit Oranje-Rood ontstond. Maar is het genoeg voor de landstitel?
De eerste wedstrijd van een tweeluik met Amsterdam, in de strijd om een ticket voor de finale van de play offs, levert op Hemelvaartsdag een bloedstollende strijd op. Een afgeladen stadion, vuurwerk, kansen, fouten en een streaker in boxershort zorgen voor een ongekende sfeer. Het spel golft op en neer. De ‘Oh’s’ en de ‘Ah’s’ rollen van de tribunes.
De uitslag: 2-2, het derde gelijke spel tussen de twee ploegen dit seizoen. Zondag is de return in Eindhoven. Bams, glimlachend na afloop: „Misschien moeten we dan maar meteen met de shoot-outs beginnen.”
Op de tribune maakt Simon van de Boomen zich klaar voor de terugreis naar Eindhoven. Terwijl hij de trap afloopt, zegt hij: „Wat zóu het mooi zijn als we met dit team de finale halen…” De zon schijnt op zijn gelaat, om zijn nek wappert een rood-oranje shawl in de wind.