Stadskanaal De verdenkingen tegen twee moeders uit Stadskanaal roepen de vraag op: hoe vaak worden kinderen doelbewust door hun ouders mishandeld? Volgens experts wordt deze vorm van geweld nog steeds onderschat. „Regelmatig zie ik kinderen bij wie de sigaretten in de huid waren uitgedrukt.”
Nadat bekend werd dat twee vrouwen uit Stadskanaal worden verdacht van het ernstig mishandelen van hun twee kinderen, werden ruiten ingegooid van hun vermoedelijke woningen.
Twee vrouwen, dertigers, werden deze week aangehouden op verdenking van kindermishandeling en „wederrechtelijke vrijheidsberoving” van hun kinderen – respectievelijk een zevenjarige zoon en een zesjarige dochter. Hun aanhouding was volgens het Openbaar Ministerie vervroegd vanwege de volkswoede in de omgeving van de woningen van beide vrouwen, in het Groningse Stadskanaal.
De woede ontstond na het bekend worden van een vonnis van de rechtbank in Groningen, dat leest als een gruwelverhaal. De ene vrouw, moeder van de dochter, beschuldigt de andere vrouw, moeder van de zoon, ervan dat die haar aanzette haar dochter stelselmatig te mishandelen. Het meisje werd opgesloten, vastgebonden, kreeg veel te veel of juist geen eten, moest haar eigen braaksel eten, werd geslagen en vernederd. Ook de jongen werd structureel mishandeld, veelal door fysiek geweld en opsluiting in de kelder.
Is deze vorm van kindermishandeling zeldzaam?
Klinisch psycholoog Leony Coppens stelt dat intentionele kindermishandeling „veel vaker” voorkomt dan gedacht. In de Verenigde Staten, zegt ze, spreekt men van „kindermarteling”. Coppens: „Ik probeer dit al acht jaar onder de aandacht te brengen. Dat lukt vaak niet. Professionals wordt nog steeds geleerd dat alle ouders het beste met hun kinderen voorhebben en alleen maar mishandelen vanwege machteloosheid of onkunde of omdat ze zelf veel problemen hebben.”
Maar, zo stelt Coppens, dan wordt voorbijgegaan aan de uitzonderingen: „ouders, adoptieouders en pleegouders zoals in de zaak van het Vlaardingse pleeggezin, die mishandelen omdat ze daar zelf iets aan beleven. Ik heb regelmatig kinderen behandeld bij wie de sigarettenpeuken in de huid waren uitgedrukt. Nou, dat is echt niet uit onmacht”.
Het schort in de hulpverlening, meent Coppens, aan het signaleren van mishandeling herkennen, zoals onvoldoende eten, verwondingen, het weghouden van school, vaak en hard straffen. Ook deze zaak in Stadskanaal „hadden we veel eerder kunnen herkennen”, als de „signalen” niet los van elkaar worden geregistreerd, maar een „optelsom” wordt gemaakt, zodat een „patroon” zichtbaar wordt.
Coppens: „Jonge professionals willen niet geloven dat het gebeurt, zijn ook bang om ouders ergens van te betichten. Er moet veel beter naar de kinderen zelf worden geluisterd.”
Politie in Stadskanaal in de Julianastraat, waar een woning is vernield naar aanleiding van het nieuws over een strafrechtelijk onderzoek naar extreme kindermishandeling.
Ervaringsdeskundige Evelien (51, vanwege privacyredenen geanonimiseerd), die samenwerkt met Coppens in het verbreiden van kennis hierover, werd zelf ”nog voordat ik kon praten” structureel mishandeld door haar vader en moeder. Haar jongere zus onderging hetzelfde lot. „Mijn ouders hadden een eigen zaak. Mijn vader was een charismatisch man, mijn moeder was maatschappelijk betrokken. Naar buiten toe waren we een heel normaal gezin. Maar in huis was sprake van ernstige lichamelijke, emotionele en seksuele mishandeling, waarin mijn zusje en ik bovendien tegen elkaar werden uitgespeeld.” Evelien vertelt dat ze opgroeide in „voortdurende angst en onveiligheid, want alles moest binnenskamers blijven – je was onderdeel van een systeem van zwijgen”.
Evelien en haar zusje, vertelt ze, werden tijdens vakanties dagenlang opgesloten in een kast. Zelf mocht ze regelmatig niet eten, maar wel in de keuken toekijken terwijl andere gezinsleden dat deden. Ook werden de zusjes in bad gezet met een kraan met heet water. Wie de hitte als eerste niet meer kon verdragen en uit bad stapte, moest vader bevredigen. „Dat was ik meestal, omdat ik mijn zusje wilde ontzien.” Er werden filmopnames van gemaakt. Evelien werd uitgelachen en vernederd, en als moeder haar uitnodigde om troost te zoeken, noemde die haar even later „vies kind”.
Evelien: „Deze kindermishandeling ontstaat niet uit onmacht van ouders, of omdat ergens in hun emotieregulatie iets misgaat en dat zoiets dan langzamerhand een patroon wordt. Nee, de mishandeling is intentioneel. Ouders die genieten van de doodsangst van een kind, dat kun je gerust sadistisch noemen.”
Terugkerend thema als de Inspectie voor Volksgezondheid en Jeugd weer eens een rapport publiceert over de falende jeugdzorg is dit: dat niet alleen óver maar vooral mét kinderen moet worden gesproken. „Het kind staat centraal, dus we moeten in eerste instantie zeker naar het kind luisteren”, zegt Lenneke Alink, hoogleraar forensische gezinspedagogiek aan de Universiteit Leiden.
Tegelijkertijd weten we, zegt ze, dat kinderen ook heel loyaal aan hun ouders kunnen zijn. „Dus moet je niet alléén naar het kind luisteren, maar ook een analyse maken van wat er in het gezin, in de omgeving van dat kind, nog allemaal een rol speelt.”
Alink vindt het „heel lastig” te reageren op de zaak in Stadskanaal, omdat ze niet alle feiten kent. En of dit nou kindermarteling is? „Tja, misschien moeten we dit een aparte categorie in de kindermishandeling noemen en die verder onderzoeken.”
Alink gaat ervan uit dat intentionele kindermishandeling niet héél vaak voorkomt. „We weten niet hoe groot het percentage is, maar elk geval is natuurlijk één te veel. Wel moeten we oppassen om dit soort gevallen als maatstaf te nemen. Als je al over wetmatigheden wil spreken, dan is kindermishandeling veelal niet intentioneel of sadistisch, maar veroorzaakt door stressfactoren met diverse oorzaken. Financiële stress, relatieproblemen tussen de ouders, eigen jeugdtrauma’s, psychopathologie.
„Tegelijkertijd komt in de meeste gezinnen met deze problemen kindermishandeling niet voor”, zegt Alink, „dus een nuance is ook hier op z’n plaats. En in de meeste gevallen hoeft een kind ook niet uit huis te worden geplaatst, maar kan met hulpverlening veel worden bereikt. Helaas bestaan ook zeker vreselijke gevallen zoals Stadskanaal waarbij andere maatregelen op hun plaats lijken.”
Door de hulpverlening is ervaringsdeskundige Evelien in haar leven niettemin dikwijls teleurgesteld. „Voor veel professionals is wat mensen als ik hebben meegemaakt te zwaar. Of het ontbreekt hun aan kennis om dit te behandelen. Dat heeft de eenzaamheid die ik als kind heb doorgemaakt, later nog versterkt. Daarom wil ik dit vertellen.”