Een week geleden liet Jorge Martín zien dat hij helemaal terug is, nadat zijn 2025 volledig in het honderd liep door een reeks zware blessures. Op het Bugatti Circuit in Le Mans pakte hij de dubbel door de sprintrace én de GP van Frankrijk voor zich op te eisen. Hij boekte zijn eerste Grand Prix-zege sinds de Indonesische GP van 2024 en benaderde teamgenoot Marco Bezzecchi tot op één punt in de titelstrijd.
Die groeiende vorm hoopte Martín mee te nemen naar het Circuit de Barcelona-Catalunya, waar afgelopen weekend de Grand Prix van Catalonië op het programma stond. Op het circuit waar hij eind 2024 voor het eerst MotoGP-wereldkampioen werd, beleefde hij echter een lastig weekend - en niet eens zozeer door zijn snelheid.
Het begon op vrijdag al tijdens de eerste vrije training in Montmeló. Martín noteerde in zijn eerste stint een competitieve tijd waarmee hij uiteindelijk op de tweede positie eindigde, maar na ruim 25 minuten maakte hij ook een stevige crash mee in bocht 12. Vanaf dat moment ging het bergafwaarts voor de 28-jarige Spanjaard, die in de slotfase van de training wederom onderuit ging en daardoor op de zeventiende plek bleef steken.
Dit betekende dat Martín in de kwalificatie al tijdens het eerste segment in actie moest komen. Na een tweede tijd in Q1 verzekerde hij zich in de strijd om pole-position van een ietwat teleurstellende negende plek op de startgrid - uiteraard nadat hij voor zijn derde crash van het weekend had getekend.
Jorge Martín komt ten val in de GP van Catalonië na een touché met Raúl Fernández.
Foto door: Gold and Goose Photography / Getty Images
Die negende startpositie zette Martín tijdens de sprintrace om in een nulscore - en je raadt het al: de aanleiding daarvoor was zijn vierde crash van het weekend. Het waren bovendien vier crashes waarbij niemand anders betrokken was, en waarvan de schuld - om variërende redenen - in ieder geval grotendeels bij Martín zelf lag.
Dat kon niet helemaal gezegd worden van zijn crash tijdens de GP van Catalonië op zondag, wat dus zijn vijfde val van het weekend was. Na de tweede herstart was Martín aanbeland op de tweede positie, met achter hem merkgenoot Raúl Fernández. De fabrieksrijder van Aprilia ging in bocht 5 ietwat wijd en Fernández wilde daarvan profiteren, maar zag die ruimte verdwijnen toen Martín terugkeerde naar de ideale lijn.
Door het contact dat daarop volgde, ging Martín onderuit - tot onvrede van CEO Massimo Rivola, die zich geïrriteerd meldde bij de pitbox van satellietteam Trackhouse. Martín pakte zijn RS-GP weer op en bleef tot de laatste ronde in de race, waarna hij zijn motor in de pits parkeerde. Ook bij Martín was er sprake van zichtbare irritatie toen hij zich bij de pitbox van Aprilia meldde. Hij liet met duidelijke gebaren weten hoe hij over de hele situatie dacht, waarna hij teammanager Paolo Bonora zelfs een duw gaf.
De frustratie van Martín is goed te begrijpen, zeker als een goed resultaat buiten bereik is geraakt door ongelukkige botsing met een merkgenoot. Het is bovendien een nulscore die hem pijn doet in het kampioenschap, want teamgenoot Marco Bezzecchi eindigde door meerdere straffen als vierde en vergrootte daarmee zijn marge op Martín tot dertien punten.
Toch is het niet goed dat Martín die frustratie botviert op de teamleden van Aprilia, dezelfde teamleden die zijn motorfiets tijdens het weekend vier keer opnieuw hebben moeten opbouwen na een crash. Dat beseft hij zelf overigens ook: "Ik ben ook heel teleurgesteld over hoe ik de pitbox binnenkwam", zei Martín. "Tijdens de race probeerde ik kalm te blijven, maar in de pits kwam de spanning terug. Ik wil sorry zeggen tegen Paolo, want ik duwde hem en dat was compleet onnodig."
Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?
- Het Motorsport.com-team
Source: Motorsport