Andy Burnham kreeg als burgemeester van Greater Manchester de bijnaam 'King of the North'. Nu wil hij het premierschap overnemen van de bekritiseerde Keir Starmer. Waarschijnlijk wordt dat geen makkelijke klus, zelfs niet voor de populairste Labour-politicus van het Verenigd Koninkrijk.
Burnham is niet alleen de populairste Labour-politicus, maar ook de enige die positief wordt bekeken door een meerderheid van de kiezers die in 2024 op Labour stemde. Volgens onderzoeksbureau YouGov had hij in mei een netto populariteitscijfer van +4 procentpunt, wat schril afsteekt tegen de -47 procentpunt voor Starmer.
De regels van Labour schrijven voor dat alleen Lagerhuisleden een gooi naar het partijleiderschap mag doen. Vorige week trad Josh Simons, het parlementslid voor Makerfield, per direct af om ruimte te maken voor Burnham. Die moet de vrijgekomen zetel in dat kiesdistrict in Greater Manchester nog wel winnen. Naar verwachting zal de verkiezing halverwege juni plaatsvinden.
Britse politieke commentatoren denken dat het de belangrijkste tussentijdse lokale verkiezing uit de Britse geschiedenis kan worden.
Makerfield is traditioneel een Labour-bolwerk, maar Burnham zal wel moeten vechten voor de zetel. In 2016 stemde 65 procent van de kiezers uit dat district voor de Brexit en in peilingen doet de eurosceptische partij Reform UK van Nigel Farage het beter dan Labour.
Sociaaldemocratische ingewijden stellen dat Burnham eigenlijk alleen een goede kans maakt dankzij zijn grote persoonlijke populariteit in het noorden van Engeland.
Burnham werd in 1970 geboren in Liverpool en groeide op in Culcheth, een stil forensendorp in de buurt, in een gezin uit de lagere middenklasse. Zijn vader was monteur bij British Telecom, zijn moeder receptioniste bij een huisartsenpraktijk. Ze waren overtuigde Labour-aanhangers en gaven dat mee aan hun zoon.
Burnham ging Engels studeren in het zuidelijke Cambridge en voelde zich daar niet thuis, schreef hij in zijn memoires. Hij klampte zich vast aan zijn identiteit als noorderling om zich een houding te geven, bijvoorbeeld via zijn passie voor voetbalclub Everton uit Liverpool en bands als The Stone Roses en The Smiths uit Manchester.
Hij begon zijn carrière als journalist bij vakbladen, maar maakte al snel de overstap naar de politiek: eerst als researcher voor een Labour-parlementslid en uiteindelijk als adviseur van de minister van Cultuur. In 2001 werd hij zelf verkozen in het Lagerhuis voor Labour in Leigh, een voorstad van Manchester.
Burnham bekleedde in de jaren die volgden meerdere posten als staatssecretaris in kabinetten van de Labour-premiers Tony Blair en Gordon Brown, onder meer op de ministeries van Financiën en Cultuur, Media en Sport.
In die laatste rol maakte hij zich hard voor een nieuw onderzoek naar de Hillsborough-ramp van 1989. Daaruit bleek dat fans van voetbalclub Liverpool toch geen schuld hadden aan de verdrukking in dat stadion, waarbij 97 mensen om het leven kwamen. Het vestigde de reputatie van Burnham als een voorvechter van het noorden van Engeland.
Burnham deed twee keer eerder een poging om het leiderschap van Labour op zich te nemen. Hij eindigde in 2010 als vierde van vijf kandidaten achter Ed Miliband. En in 2015 verloor hij met grote afstand van de radicaal-linkse Jeremy Corbyn.
In 2017 gaf hij zijn parlementszetel op om de eerste burgemeester van de nieuwe metropoolregio Greater Manchester te worden. Burnham won die verkiezing met ruim 63 procent van de stemmen en werd in 2021 en 2024 herkozen met vergelijkbare cijfers.
Als burgemeester maakte Burnham zich onder meer razend populair door het openbaar vervoer ingrijpend te hervormen en de economie van de regio te verbeteren.
De grootste boost voor zijn populariteit kwam tijdens de coronacrisis. Burnham bekritiseerde de regering in Londen omdat het noorden van Engeland strengere maatregelen kreeg opgelegd dan het zuiden. Dat leverde hem de bijnaam 'King of the North' op, een verwijzing naar Game of Thrones.
Burnham probeerde in februari ook mee te doen aan tussentijdse verkiezingen voor een Labour-zetel. Hij werd tegengehouden door het leiderschapscomité van Labour. Formeel was de reden dat de partij het burgemeesterschap van Greater Manchester niet op het spel wilde zetten. Informeel werd duidelijk dat premier Starmer weinig zin had om een mogelijke uitdager een weg naar het Lagerhuis te bieden.
Een paar maanden later is de positie van Starmer zo verzwakt dat hij niet genoeg invloed meer had om zijn rivaal een tweede keer te blokkeren. Burnham kreeg niet alleen toestemming van het leiderschapscomité, Starmer zei maandag dat hij de Labour-kandidaat in Makerfield "uiteraard" zal steunen tijdens de campagne. "Wie dat ook is", voegde hij eraan toe.
Er zijn andere kapers op de kust. Mensen zoals de voormalige vicepremier Angela Rayner en de recent opgestapte volksgezondheidsminister Wes Streeting proberen genoeg steun binnen de partij te vergaren. Burnham is daar niet onverdeeld populair.
Hoewel Burnham topfavoriet is, zal hij zich eerst moeten bewijzen in Makerfield. Ingewijden zeggen dat de partijleiding van Labour een stuk enthousiaster zal worden als hij erin slaagt om Reform UK buiten de deur te houden. Een vaardigheid die ook niet verkeerd zou uitkomen voor een nieuwe Britse premier.
Source: Nu.nl algemeen