De MotoGP kan opgelucht ademhalen na de Grand Prix van Catalonië, die ontsierd werd door twee gigantische ongelukken. Álex Márquez en Johann Zarco liepen weliswaar blessures op bij hun crashes, maar ze mogen zich gelukkig prijzen dat de verwondingen niet zwaarder uitvielen.
Na twee rode vlaggen werd er gewoon nog geracet, met een knappe overwinning voor Fabio Di Giannantonio. Bij het tot dusver dominante Aprilia ontstonden in Catalonië echter wat scheurtjes, ook in de relatie tussen het fabrieksteam en Trackhouse. Genoeg dus om na te bespreken, wat Motorsport.com traditiegetrouw doet door vier conclusies te trekken.
Fabio Di Giannantonio verschalkt Pedro Acosta op weg naar zijn eerste zege voor VR46.
Foto door: Gold and Goose Photography / Getty Images
Zijn laatste MotoGP-zege dateerde van de GP van Qatar van 2023, een overwinning waarmee hij zijn toekomst in de koningsklasse veiligstelde. Sinds zijn overstap naar VR46 Ducati in 2024 slaagde Di Giannantonio er echter niet in om daar een tweede Grand Prix-zege aan toe te voegen - tot afgelopen zondag.
In een chaotische race met twee herstarts hield Di Giannantonio zijn hoofd koel, zelfs nadat hij bij de crash van Márquez zelf ook hard onderuit was gegaan. Hij liep bij dat incident een pijnlijke linkerhand op, maar dat weerhield hem er niet van om na de tweede herstart toe te slaan en de overwinning voor zich op te eisen.
Misschien nog wel belangrijker dan de zege, is het feit dat Di Giannantonio weer helemaal meedoet in de titelstrijd - als enige rijder van Ducati. De Italiaan bivakkeert nu op de derde positie met slechts 26 punten achterstand op leider Marco Bezzecchi en elf punten op nummer twee Jorge Martín. Bovendien staat hij inmiddels al 49 punten voor op de eerstvolgende Ducati-rijder.
Door de botsing van Martín en Fernández liepen de gemoederen hoog op bij Aprilia en Trackhouse.
Foto door: Gold and Goose Photography / Getty Images
Dat Di Giannantonio weer helemaal terug is in de titelstrijd, is ook te danken aan het moeilijke weekend van Aprilia in Catalonië. Martín kende een weekend om heel snel te vergeten met maar liefst vijf crashes en een nulscore in zowel de sprintrace als de Grand Prix. WK-leider Bezzecchi deed het iets beter met P9 in de sprint en een vierde plaats op zondag, al behaalde hij dat laatste resultaat niet doordat zijn snelheid goed was.
Ook bij satellietteam Trackhouse ging het niet geweldig. Ai Ogura kwam als vierde binnen, maar werd door een straf teruggeworpen naar de negende plaats, terwijl teamgenoot Raúl Fernández met een zestiende plaats buiten de punten eindigde. Dat was te wijten aan een botsing met Martín na de tweede herstart, waarbij de fabrieksrijder ten val kwam en Fernández door het grind ging.
Het bleek een moment dat voor de nodige interne spanningen zorgde. Aprilia-topman Massimo Rivola voerde nadien een verhitte discussie met Trackhouse-baas Davide Brivio, terwijl Martín flink tekeer ging tegen zijn monteurs en teammanager Paolo Bonora. De eerste scheurtjes in het bastion van Aprilia worden zichtbaar na een verder dominante start van het seizoen, en dat is iets waar de fabrikant uit Noale voor moet oppassen.
Zowel Zarco als de eerder gecrashte Márquez mogen hun handen dichtknijpen met hun blessures.
Foto door: Gold and Goose Photography / Getty Images
Het povere weekend van Aprilia valt echter in het niet bij wat Márquez en Zarco hebben doorstaan in Catalonië. Beide coureurs kwamen op huiveringwekkende wijze ten val in de zondagse race: Márquez nadat hij op het achterste rechte stuk achterop Acosta reed, Zarco bij het aanremmen van de eerste bocht na de eerste herstart.
Zarco kwam bij zijn crash klem te zitten in de motorfiets van Francesco Bagnaia, waar hij gescheurde kruisbanden, een gescheurde meniscus en een breukje in zijn kuitbeen aan overhield. Márquez raakte even bewusteloos bij zijn crash en kwam gelukkig snel weer bij kennis, maar liep wel een breukje in een nekwervel en een gebroken sleutelbeen op.
Gezien de aard van hun crashes mogen beide rijders van geluk spreken dat het bij deze verwondingen is gebleven. Dat geldt ook voor winnaar Di Giannantonio, die tegen het losgeraakte voorwiel van Márquez reed en hierbij een pijnlijke vinger opliep. Dat had echter heel anders kunnen aflopen als niet de motor, maar de rijder het wiel had geraakt. De MotoGP als geheel mag dus opgelucht ademhalen dat het hierbij is gebleven.
De eerste bocht op het Circuit de Barcelona-Catalunya is al jaren een heikel punt.
Foto door: MotoGP Sports Entertainment Group
Dat neemt echter niet weg dat er iets moet veranderen op het Circuit de Barcelona-Catalunya. Het ongeluk van Márquez had in principe op ieder circuit kunnen gebeuren, aangezien de KTM van Pedro Acosta vlak voor zijn neus de geest gaf en daarmee een kettingreactie veroorzaakte.
Feit is wel dat de eerste bocht van het Catalaanse circuit al jarenlang geldt als een hotspot voor zware ongelukken. Dat komt door een combinatie van factoren. Zo komen de rijders na de start met zo'n 300 kilometer per uur af op de eerste bocht, waar ze met zo'n 100 kilometer per uur doorheen kunnen. Vooral in de middenmoot kan het remmen in zo'n grote groep lastig zijn door aerodynamische verstoringen, terwijl de rijders te maken hebben met asfalt dat weinig grip biedt.
Dat blijkt een giftige cocktail die in de afgelopen vijf edities van de Catalaanse GP drie keer tot een grote startcrash heeft geleid. Onder de rijders wordt een verplaatsing van de startgrid al besproken, waardoor ze met minder snelheid op de eerste bocht afkomen. Of dit de zaligmakende oplossing is, is moeilijk te zeggen, maar het lijkt wel duidelijk dat er iets moet veranderen op het circuit.
Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?
- Het Motorsport.com-team
Source: Motorsport