In de senaat lopen de meningen sterk uiteen, blijkt dinsdag tijdens het debat over het Europese asiel- en migratiepact. D66 en CDA willen sowieso instemmen, ook al ademt het de geest van Marjolein Faber. ‘We moeten ergens starten.’
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over justitie.
Opnieuw zit en staat minister Bart van den Brink dinsdag de hele dag in de Eerste Kamer voor een asieldebat. Bijna een maand na het wegstemmen van de Asielnoodmaatregelenwet verdedigt de CDA-bewindsman nu de uitvoerings- en implementatiewet van het Europese asiel- en migratiepact, curieus genoeg deels met dezelfde maatregelen.
Verschil is dat Van den Brink deze keer niets te vrezen heeft. De Tweede Kamer stemde eerder met ruime meerderheid in met het pact en de bijbehorende wetgeving. Als de partijen, die ook in de senaat zijn vertegenwoordigd, hun stemgedrag handhaven, ligt wederom royale steun in het verschiet. ‘Al weet je het hier nooit’, grapt hij in de lunchpauze, doelend op de ‘gemiste kans’ van enkele weken geleden.
Dat heeft alles te maken met de strafbaarstelling van ongedocumenteerd verblijf, die in deze wet ontbreekt. Die was voor coalitiepartijen D66 en CDA (en gezagsgetrouwe oppositiepartij SGP) reden om tegen de asielwet te stemmen. Nu is op voorhand duidelijk dat zij het pact zullen steunen, al wijzen tegenstanders SP, GroenLinks-PvdA, Volt en Partij voor de Dieren er omstandig op dat het kabinet-Jetten ‘blijft doormarcheren’ op ‘het strengste asielbeleid ooit van het kabinet-Schoof’, aldus SP-senator Rik Janssen.
Noortje Thijssen (GL-PvdA) somt de bezwaren een voor een op. Nederland zet ‘nationale koppen’ op het pact, die tot grote uitvoeringsproblemen zullen leiden. Een wachttijd van twee jaar voor gezinshereniging, de mogelijkheid om kinderen in detentie te zetten (volgens Van den Brink alleen bij uitzondering), de afschaffing van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd - voor Thijssen telt alles bij elkaar op tot ‘hardvochtig implementeren’ in plaats van tot de beoogde Europese solidariteit.
‘De Faber-wetten zitten hier nog helemaal in’, constateert zij, doelend op voormalig PVV-minister Marjolein Faber, die de Asielnoodmaatregelenwet indiende. Thijssen haalt de waarschuwingen aan van immigratiedienst IND, de Raad van State en de Raad voor de rechtspraak over de te verwachten werklast. Ook hekelt ze het ontbreken van een periode van overgangsrecht. Het pact treedt op 12 juni in werking.
De uit de VVD gestapte senator Cees van de Sanden, nu een eenpitter, oordeelt dat geen sprake is van implementatie, maar ‘een sluiproute’ om onzorgvuldige wetgeving door het parlement te loodsen. Gaby Perin van Volt vraagt zich af hoe detentie van kinderen zich verhoudt tot kinderrechten als het recht op onderwijs en het recht op spelen. En een wachttijd van twee jaar om familie te kunnen laten nareizen, verhoudt zich slecht tot het recht op gezinsleven, vindt zij. ‘Dit is geen debat over het pact, maar een debat over nationale politieke keuzes.’
Dan komt PVV-senator Alexander van Hattem in het geweer. ‘Kinderen zijn vaak 16- en 17-jarigen die alleen vooruit worden gestuurd, omdat zij meer kans maken op een verblijfsvergunning. Zo blijft het perfide stelsel van mensensmokkelaars in stand.’ Van Hattem bepleit andermaal het afschaffen van de spreidingswet (‘dwangwet’) en een totale stop op ‘asielprofiteurs die op zoek zijn naar onze welvaart’.
Van den Brink dient hem later in het debat van repliek. ‘Onze woorden doen ertoe. Asielstop, noodrecht, dat zijn woorden die iets suggereren wat juridisch niet mogelijk is. Dat moeten we met elkaar niet willen. Valse beloften werken niet.’ Tegen de oppositie zegt hij dat een wachttijd van twee jaar voor gezinshereniging, behalve om tijd te winnen voor het op orde brengen van de verstopte opvang, juist ook bedoeld is om het minder aantrekkelijk te maken minderjarigen vooruit te sturen. ‘Daarom vinden wij dat proportioneel.’
JA21 (voor) en Forum voor Democratie (tegen) stemden in de Tweede Kamer onderling verschillend over de wetgeving bij het pact. JA21-senator Karin van Bijsterveld ziet dat het pact verder gaat dan het huidige Dublin-systeem (‘Nederland wordt rechts ingehaald door de EU’). Volgens de Dublinverordening moeten asielzoekers in principe terug naar het land waarin zij de EU zijn binnengekomen of hun eerste asielaanvraag hebben gedaan. ‘Dat heeft nooit gewerkt. Het is daarom verre van zeker dat dit pakket meer is dan een papieren tijger.’
Johan Dessing van Forum ziet sowieso niets in het pact. ‘Wij hebben grote moeite om vertrouwen te schenken aan de EU over wie ons land binnenkomt. Dit is geen begin van een oplossing voor de asielproblematiek.’ VVD-senator Marian Kaljouw kondigt aan wel een voorstander te zijn. ‘De asielgeest is uit de fles’, stelt zij vast. ‘Het is belangrijk dat mensen zien dat wij daar iets aan doen. Haast is geboden.’
En D66? Senator Arie Griffioen is zo eerlijk om vast te stellen dat ‘60 procent van de asielwet nu in dit pact zit’. Maar terwijl zijn fractie vorige maand tegen stemde, haalt hij nu meteen aan het begin van zijn bijdrage de kou uit de lucht. ‘Mijn partij heeft in het Europees Parlement voor het pact gestemd en spreekt die steun ook hier uit. Wat nu voorligt zijn de tientallen keuzes die het kabinet daarbovenop maakt. Daarover hebben wij zorgen, reden om te vragen aan het kabinet de implementatie goed te volgen.’
Op de vraag van Thijssen waarom hij niet meer zegt over de zorgwekkende uitvoerbaarheid van alle maatregelen, antwoordt Griffioen: ‘We moeten ergens starten. Dat er in de wetgeving elementen zitten die niet fijn zijn, moeten we op de koop toe nemen.’ CDA-senator Madeleine van Toorenburg heeft daarvoor nog een formulering die net een slag anders is: ‘Het is een beetje je neus dichtknijpen en in het diepe springen.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant