Home

Opinie: Waarom de leescrisis in Nederland een urgent samenlevingsprobleem is

Het IELS-onderzoek laat zien dat de ontwikkeling van jonge kinderen in Nederland achterblijft. Het wordt tijd dat de politiek een stap verder zet met wetgeving die lezen en taalstimulering afdwingt in plaats van alleen maar aanmoedigt.

Vorige week publiceerde het Expertisecentrum Nederlands de Nederlandse resultaten van IELS (de International Early Learning and Child Wellbeing Study van de OESO). Een internationaal vergelijkend onderzoek naar wat vijfjarigen kunnen. De resultaten zijn zorgwekkend. De berichtgeving erover: nagenoeg afwezig.

Dat zwijgen is veelzeggender dan de cijfers zelf.

We weten namelijk al langer dat het niet goed gaat met de ontwikkeling van kinderen en jongeren in Nederland. Zeker als het gaat om lezen. PISA liet keer op keer zien dat Nederlandse vijftienjarigen alarmerend slecht scoren op leesvaardigheid. Een kwart van de jongeren dreigt laaggeletterd de maatschappij in te stappen. Elk rapport leidde tot een dag verontwaardiging, een Kamerdebat, een actieplan en daarna: stilte. Tot het volgende rapport.

Over de auteurs

Eva Naaijkens is werkzaam in het basisonderwijs en co-auteur van boeken over onderwijskwaliteit. Tamar van Gelder is directeur-bestuurder van Stichting Lezen.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Achterstand

Het IELS-onderzoek maakt pijnlijk zichtbaar hoe groot die verschillen al op vijfjarige leeftijd zijn. De achterstand is al opgelopen ruim voordat jonge kinderen voor het eerst hun kleuterjasje ophangen aan de kapstok en op hun stoeltje in de kring gaan zitten. Ze ontstaan in de eerste levensjaren en worden daarna zelden ingehaald. Dit zie je terug in beginnende geletterdheid, in gecijferdheid, maar ook in emotieherkenning.

We zien gelukkig ook lichtpuntjes in het IELS-onderzoek, jonge kinderen in Nederland hebben veel vertrouwen, ze verwachten dat de ander eerlijk behulpzaam en betrouwbaar is. Daarnaast zien we dat kinderen die thuis regelmatig worden voorgelezen structureel beter scoren. Niet alleen op taal en rekenen, maar ook op het herkennen en begrijpen van emoties.

Samenlevingsprobleem

Het is maar de vraag of het vertrouwen van jonge kinderen terecht is, kunnen ze daadwerkelijk op ons bouwen? De leescrisis is niet alleen een onderwijsprobleem. Het is een samenlevingsprobleem. Taal is de motor die ons in staat stelt de ander te begrijpen. Wie niet goed leert lezen, speken en schrijven, mist niet alleen toegang tot kennis, maar ook tot verhalen, perspectieven en ervaringen van anderen. Lezen vergroot bovendien ons vermogen om ons in de ander te verplaatsen.

Juist in een tijd waarin de polarisatie toeneemt en mensen elkaar steeds minder lijken te begrijpen, is dat van fundamenteel belang. Een samenleving waarin steeds meer mensen moeite hebben met lezen, verliest uiteindelijk ook haar sociale samenhang. Wie moeite heeft met lezen, kan problemen ervaren met het begrijpen van een bijsluiter bij een apparaat of geneesmiddel, een huurcontract of het beoordelen van de kwaliteit van een nieuwsartikel.

Empathie

Maar de gevolgen reiken verder dan praktische vaardigheden alleen. Wie weinig leest, mist een belangrijke oefening in empathie: via verhalen, gesprekken en taal leren we herkennen hoe andere mensen denken, voelen en leven.

De oplossingen zijn bovendien bekend. Leesvaardigheid wordt gevormd door routines: dagelijks voorlezen en volwassenen die samen met kinderen lezen en praten over wat er gebeurt tijdens het verhaal – vóór, tijdens en na het lezen. Een taalrijke opvoeding vraagt ook om minder schermtijd en meer echte interactie: gesprekken aan tafel, samen lezen en aandacht voor taal.

Het voorbeeld van ouders speelt zelf een belangrijke rol. Kinderen die volwassenen zien lezen, gaan zelf vaker lezen. Ook is toegang tot boeken van groot belang. Boeken die zichtbaar en bereikbaar zijn, maken lezen vanzelfsprekender.

Daarnaast moeten we eerlijk kijken naar de kwaliteit van voorschoolse voorzieningen en het onderwijs aan jonge kinderen op de basisschool. Al jaren wordt er met meel in de mond gesproken over de vraag of er meer eisen moeten worden gesteld aan het curriculum voor het jonge kind op de basisschool. Het gevolg is dat de verschillen tussen scholen groot zijn, terwijl juist daar de basis wordt gelegd.

Urgentie ontbreekt

Wat ontbreekt, is urgentie. Collectieve urgentie. Het gevoel dat dit, nu, een crisis is die vraagt om het soort prioriteit dat we geven aan de woningmarkt, aan stikstof. Al die problemen zijn reëel. We vergeten wel eens dat leren lezen een mensenrecht is. Een generatie die niet goed kan lezen, niet goed kan rekenen, en moeite heeft met het begrijpen van anderen; dat ondermijnt alles eromheen.

Tot nu toe wordt vooral een beroep gedaan op morele inzet: op ouders die vaker voorlezen, op scholen die het beter doen, op professionals die het belang inzien. Die inzet is onmisbaar, maar het is niet genoeg. Het wordt tijd dat de politiek een stap verder zet met concrete eisen aan voorschoolse voorzieningen en wetgeving die lezen en taalstimulering afdwingt in plaats van alleen aanmoedigt.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next