Aan het begin van de Iran-oorlog hadden de Verenigde Staten en Israël een oudgediende op het oog als nieuwe leider van Iran: ex-president Mahmoud Ahmadinejad. Dit meldt The New York Times op basis van bronnen binnen en buiten Iran.
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.
Een aanval begin maart op de woning van Ahmadinejad was volgens de krant niet bedoeld om hem om het leven te brengen, maar om hem te bevrijden uit het huisarrest dat hem als criticus van het regime was opgelegd. Inderdaad werd het wachthuisje bij zijn woning geraakt, maar de oud-president raakte daarbij ook gewond.
Zonder veel nadere uitleg meldt de krant dat Ahmadinejad na de aanval ‘teleurgesteld raakte in het plan voor regime change’. Kennelijk was het plan van de VS en Israël om hem een prominente rol te geven daarmee van tafel. Volgens het artikel was Ahmadinejad over de plannen ‘geconsulteerd’, maar het wordt niet duidelijk in hoeverre hij ermee had ingestemd.
De Amerikaanse president Donald Trump maakte aan het begin van de oorlog al duidelijk dat er volgens hem pragmatische lieden waren binnen het regime met wie te praten viel en die de macht zouden kunnen overnemen als het zittende regime eenmaal ten val was gebracht – door een volksopstand dan wel door direct ingrijpen van de VS en Israël. Hij wekte de indruk al een specifiek persoon op het oog te hebben.
Trump zou zijn geïnspireerd door het succes dat hij kort daarvoor had geboekt in Venezuela. Na de Amerikaanse interventie begin januari en de ontvoering van president Nicolás Maduro kwam de macht in handen van vicepresident Delcy Rodríguez. Zij bleek bereid met de VS samen te werken, onder meer op het gebied van olieleveranties. In februari herstelden beide landen hun diplomatieke betrekkingen.
Volgens The New York Times had Ahmadinejad de Iraanse Delcy Rodríguez moeten worden. Dat zou een opmerkelijke keuze zijn geweest, zeker gezien het feit dat het plan om de oud-president naar voren te schuiven volgens de krant afkomstig was van de Israëliërs. Geen Iraanse leider heeft zich zo’n uitgesproken vijand van Israël betoond als Ahmadinejad, president van 2005 tot 2013 (hij werd eenmaal herkozen).
In Israël gold de toenmalige president als de verpersoonlijking van het antisemitisme waarmee de Iraanse leiders behept zouden zijn. Nadat een regeringsgezinde krant kort na zijn aantreden al een cartoonwedstrijd over de Holocaust had gehouden, waarin de spot werd gedreven met de massamoord op de Joden, organiseerde Ahmadinejad in 2006 de ‘Internationale conferentie ter herziening van de mondiale visie op de Holocaust’. Aan de conferentie namen diverse westerse Holocaustontkenners deel.
Na zijn presidentschap ontwikkelde Ahmadinejad zich tot een criticus van het regime, dat hij economisch wanbeleid en corruptie verweet. In 2017, 2021 en 2024 wilde hij zich opnieuw kandidaat stellen voor de presidentsverkiezingen, maar hij werd door de Raad van Hoeders gediskwalificeerd als deelnemer aan de verkiezingsstrijd. Zijn bewegingsvrijheid werd geleidelijk beperkt en sommige van zijn medewerkers kregen problemen met justitie.
In een interview met The New York Times in 2019 prees Ahmadinejad Trump, toen in zijn eerste termijn als president, en pleitte hij voor toenadering tussen Iran en de VS. ‘De heer Trump is een man van actie’, zei Ahmadinejad. ‘Hij is een zakenman en is daarom in staat kosten en baten af te wegen. Ik zeg: laten we de kosten en baten op de lange termijn voor onze twee landen berekenen en niet kortzichtig zijn.’
Volgens de krant toont het mislukken van het plan voor een machtsovername door Ahmadinejad eens te meer aan dat de Amerikanen en Israëliërs de situatie in Iran en de mogelijkheid van een machtswisseling door middel van buitenlandse interventie volkomen verkeerd hebben ingeschat.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant