De Noordzee wordt langzaam schoner en het aantal broedvogels neemt toe, maar over de hele linie gaat het niet goed met de Nederlandse natuur, blijkt uit het Statusrapport Nederlandse Biodiversiteit 2026 van Naturalis.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Met veel planten- en diersoorten gaat het niet goed genoeg om te voldoen aan de beleidsdoelen. Van de soorten in de zogeheten Habitatrichtlijn – een Europese wet die de biodiversiteit moet beschermen – gaat het slechts met 22 procent goed. ‘Het herstel van internationaal beschermde soorten en habitats verloopt te traag; in dit tempo worden afgesproken doelen niet gehaald’, meldt het rapport. Terwijl wereldwijd gemiddeld 28 procent van de soorten op Rode Lijsten bedreigd of verdwenen is, ligt dit percentage in Nederland volgens de samenstellers van het rapport aanzienlijk hoger.
Van de afgesproken doelen om de natuur te herstellen, vastgelegd in het Nationaal Dashboard Biodiversiteit, staat geen enkele op ‘groen’: doelen omtrent biodiversiteit, habitats, drukfactoren en duurzame systeemveranderingen staan vrijwel allemaal op rood of oranje.
‘Binnen het thema biodiversiteit blijven vier van de vijf indicatoren ver beneden peil. Hierdoor raken het herstel van soorten en habitats, de bescherming van bestuivers en het verduurzamen van ecosysteemdiensten steeds verder buiten bereik’, schrijven de opstellers van het rapport.
Zo blijft het biodiversiteitsherstel in de Noordzee achter en dreigt de Waddenzee haar functie als ‘kraamkamer’ voor vissen te verliezen. In de Noordzee is vervuiling door zwerfvuil voldoende aangepakt, en ook wat betreft ‘impulsgeluiden’ van scheepvaart en windmolens is een ‘goede milieustand’ bereikt, maar de biodiversiteit blijft achter.
‘De huidige klimaatverandering en het intensievere gebruik van de Noordzee verlopen in een tempo dat de bestaande methode van monitoring niet volledig kan bijbenen’, schrijft het rapport. De opstellers voorzien dat soorten als kabeljauw, die in kouder water leven en voor wie de Noordzee hun zuidelijkste leefgebied is, zullen afnemen. Soorten uit warmere wateren voor wie de Noordzee het noordelijkste stuk is van hun verspreidingsgebied (zoals de zeebaars en de goudbrasem) zullen toenemen.
In de Waddenzee is vooral de situatie van vissen problematisch: vijftien van de zestien soorten die als indicator worden gebruikt, doen het slechter dan de afgesproken norm. Alleen de botervis scoort goed.
Ook in het Caribisch deel van het Koninkrijk raken de natuurdoelen uit zicht: op Bonaire, Sint Eustatius en Saba verkeert 61 procent van de leefgebieden en 71 procent van de soorten in een ongunstige staat, aldus het rapport.
De gezondheid van de koraalriffen – met hun unieke biodiversiteit en cruciale functies zoals kustbescherming – is volgens het rapport de afgelopen 45 jaar ernstig verslechterd. ‘Juist omdat er hier, in tegenstelling tot andere delen in het Caribisch gebied, nog gezonde stukken koraalrif aanwezig zijn, rust op Nederland een belangrijke verantwoordelijkheid voor bescherming en herstel.’
De oorzaken van achteruitgang of onvoldoende herstel zijn grofweg bekend. Klimaatverandering, stikstof, versnippering, gebruik van pesticiden, watervervuiling en andere economische factoren zijn de belangrijkste. ‘Het adresseren van deze optelsom aan factoren, zowel binnen als buiten de Natura 2000-gebieden, is enorm lastig’, schrijft wetenschappelijk directeur Koos Biesmeijer van Naturalis. ‘Maar het is ook essentieel om de staat van instandhouding voor 2030 en 2050 om te buigen naar een gunstige staat.’
Het statusrapport inventariseerde ruim 48.000 soorten planten, dieren en schimmels. Dat zijn er duizend meer dan in het vorige rapport. Dat betekent volgens de opstellers niet dat de biodiversiteit is toegenomen.
De wetenschap doet geregeld nieuwe ontdekkingen, terwijl nieuwe technieken als DNA-analyse het mogelijk maken zeer kleine soorten te identificeren. Ook komen nieuwe (exotische) soorten binnen via handel en transport. En verschenen nieuwe soorten of keerden zij terug op eigen kracht – zoals de wolf, dwergvinvis, de Europese wilde kat, de elft (een trekvis), de vermiljoenkever, de juchtleerkever en de witsnuitlibel. Daar staat tegenover dat andere soorten verdwijnen, zoals de Europese steur (er wordt gewerkt aan herintroductie) en de moerasparelmoervlinder.
Er zijn ook voorzichtige lichtpuntjes te bespeuren. De Noordzee en het oppervlaktewater worden langzaam schoner, het aantal broedvogels en nachtvlinders neemt toe, zeegras is terug in de Waddenzee en het oppervlak aan natuur in Nederland is toegenomen. Maar voor al die vaststellingen geldt dat ze nog niet voldoen aan de afspraken voor 2027.
Opmerkelijk is de veranderde houding tegenover de zeven invasieve rivierkreeften die de Nederlandse zoetwaternatuur ontregelen. Waar die tot nog toe vooral wordt bestreden door ze weg te vangen, stelt het statusrapport dat het onrealistisch is te denken dat ze zullen verdwijnen. ‘We moeten met ze leren leven.’ Bij wegvangen grijpen kleine, jongere dieren hun kans, en aangezien vrouwtjes honderden eieren onder hun staart verbergen, groeit de populatie zo snel weer aan. Het rapport ziet meer heil in ‘inzetten op de weerbaarheid van het hele watersysteem’, onder meer door het verlagen van de instroom van fosfaat en stikstof uit bemesting en veenafbraak.
De samenstellers vestigen ten slotte hun hoop voor het monitoren op nieuwe technieken als eDNA en automatische beeld- en geluidherkenning, om zo een beter beeld op de biodiversiteit te krijgen. ‘Vogels, zoogdieren, vlinders, libellen en vaatplanten hebben grote ‘fanclubs’: vrijwilligers die regelmatig soorten tellen in het veld. Voor het merendeel van de insecten en andere ongewervelden ontbreken dergelijke fanclubs, waardoor deze groepen nauwelijks gemonitord worden’, aldus het rapport.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant